HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
tutorials

Alles over tegenlicht, deel 3: Bokeh-vlekken

In de vorige twee delen hebben we het gehad over verschillende vormen van tegenlicht, waaronder het maken van silhouetten, randlicht en het zelf maken van tegenlicht. In dit derde deel gaan we alle ins en outs bekijken van bokeh-vlekken, want ook dat is een vorm van tegenlicht.

Alles over tegenlicht, deel 3: Bokeh-vlekken
Het magische effect van bokeh-vlekken door tegenlicht. Fotograaf: Paul van Hoof

Bokeh-vlekken

Feitelijk is bokeh een term om aan te duiden hoe ‘rustig’ of ‘onrustig’ de algehele onscherpte van een beeld of lens er uit ziet. Meestal wordt in eerste instantie gekeken hoe scherp een lens is, maar de onscherpte is minstens zo belangrijk. Juist in die onscherpte kan vanalles gebeuren. In het geval van tegenlicht kunnen er min of meer ronde vlekken ontstaan. Meestal gaat het om een vrij felle lichtbron die gereflecteerd of gebroken wordt en daardoor wordt opgesplitst in meerdere kleine puntlichtbronnen. Als die puntlichtjes onscherp in beeld komen worden ze groter en afgebeeld als rondjes.

Er is geen officiële term voor dit effect. Vaak wordt gesproken over bokeh-vlekken of lichtvlekken, iemand anders noemt ze diafragmavlekken, lichtcirkels, lichtbellen, bokeh-cirkels, bokeh-rondjes of het bokeh-effect. Soms worden deze lichtvlekken zelf wel eens – foutief – bokeh genoemd, dat is echter onjuist. Bokeh is de onscherpte en niet de vlekken.

Vormen

Grofweg zijn er drie vormen te onderscheiden. Hoe je er fotografisch mee om gaat is bij alle vormen eigenlijk gelijk. Het gaat er meer om dat je begrijpt hoe ze ontstaan, zodat je de geschikte omstandigheden beter kunt opzoeken, naar je hand kunt zetten, of geheel zelf kunt creëren.

  1. Zonlicht valt door de bomen. Door blaadjes en takken wordt het licht verspreid over meerdere vlekken. Zorg dat de gaten in het bladerdek zo klein mogelijk zijn. Het best werkt dit bij een laag staande zon. Let er wel op dat als de zon zakt (of stijgt) het licht snel verandert, en daarmee ook de positie van de vlekken. Het werkt ook goed om indirect zonlicht te werken. De zon is nét niet in beeld, maar de (gekleurde) lucht is fel genoeg om vlekken te vormen.
Het zonlicht wordt door het bladerdek gebroken en verspreid tot een mooi vlekkenpatroon. Fotograaf: Paul van Hoof
  1. Reflectie op water. Zonlicht reflecteert op water. Als het water niet vlak is, maar er bijvoorbeeld golfjes (verder weg) of waterplanten (dichterbij) aanwezig zijn, wordt het licht gebroken.
Waterdrieblad is een heel fraaie waterplant. De zon die reflecteert op andere waterplanten vormt mooie bokeh-vlekken. Fotograaf: Paul van Hoof
Ook grote onderwerpen kunnen geschikt zijn om te werken met bokeh-vlekken. Hier worden de vlekken gevormd door reflecterend zonlicht op golven in de zee. De jan-van-genten zitten op een klif. Fotograaf: Paul van Hoof
  1. Waterdruppels, gevormd door dauw of regen vormen in tegenlicht kleine puntlichtjes. De druppeltjes in tegenlicht lichten op en gaan zelf als lichtbron fungeren.
Een landschapsopname met bokeh-vlekken. Er is scherpgesteld op de wilg in de achtergrond. Vlak voor de camera bevindt zich een struik vol dauwdruppels die het zonlicht vangen. Fotograaf: Paul van Hoof

Er is nog een 4e vorm, maar die komt in de natuurfotografie eigenlijk niet voor. Dat zijn lampjes die onscherp in de achtergrond van het beeld aanwezig zijn, zoals straat- of kermisverlichting.

Diafragma

Het beeld ziet het er het meest natuurlijk uit als de bokeh-vlekken een ronde vorm hebben. Dat bereik je het best door het diafragma helemaal open te zetten. Alleen dan is de opening volkomen rond. Het maakt niet uit of je f/2.8, f/4, of f/5.6 als kleinste diafragma hebt; volledig open is volledig open. Zet je het diafragma een of meerdere stops dicht dan worden de vlekken hoekig. De vorm komt overeen met het aantal lamellen van het diafragma; daardoor worden de vlekken meestal 8- of 9-kantig. Sommige lenzen hebben afgeronde diafragmabladen. Hierdoor worden de vlekken minder hoekig. Naar de randen toe worden de vlekken vaak ellipsvormig. Daar is niks aan te doen.

Scherptediepte

Een bijkomstigheid van werken met een open diafragma is dat je erg weinig scherptediepte hebt. Of dat erg is, is een kwestie van smaak. Als je bewust met bokeh-vlekken aan de slag gaat ben je doorgaans op zoek naar creatieve beelden. Daarbij kies je vaak toch al voor weinig scherptediepte.

Een ander effect van meer scherptediepte is dat de vlekken kleiner worden. Dat wil je vaak niet. Omgekeerd geldt dus als je grotere vlekken wilt hebben je alle trucs voor een kleinere scherptediepte uit de kast kunt halen. Denk aan een grotere brandpuntsafstand en het dichter naderen van je onderwerp.

Brandpunt

Hierboven is al gezegd dat een grotere brandpuntsafstand leidt tot grotere vlekken. Vanzelfsprekend geldt dat bij een gelijke afstand tot je onderwerp. Bokeh-vlekken zijn heel goed bruikbaar met een telelens. Belangrijk is dat je beseft dat hoe onscherper de achtergrond wordt, hoe groter de vlekken worden. Zorg er dus voor dat je onderwerp zich relatief dichtbij bevindt. Datzelfde geldt voor andere lenzen, zoals een macrolens. Het onderwerp dichter naderen geeft grotere vlekken. Dit bovenstaande geeft meteen aan dat het lastig is om met een groothoeklens grote bokeh-vlekken te krijgen.

Een telelens (300mm) met een onderwerp dicht bij geeft grote vlekken. Fotograaf: Paul van Hoof

Inflitsen

Tegenlicht kan vrij fel zijn. Dan kan het zijn dat je onderwerp er donker, als een silhouet uit komt te zien. Soms is dat gewenst, soms niet. Wil je meer licht op het onderwerp, dan kan het nodig zijn om in te flitsen. Onder de meeste omstandigheden werkt dat hetzelfde als elke andere invulflits. Vaak heb je maar weinig licht nodig en is de ingebouwde flitser al voldoende. Het mooiste is om de invulflits iets te onderbelichten, zodat deze subtieler overkomt.

Als je overdag in de felle zon werkt heb je een speciale functie van je flitser nodig, namelijk HSS (High Speed Synchronisation), of FP Flash. Dat komt omdat een normale flitser werkt tot een sluitertijd van pakweg 1/250s, de flitssynchronisatietijd. Bij een korter sluitertijd krijg je zwarte banden. Die korte sluitertijden zijn onvermijdelijk in de felle zon met een open diafragma. Een HSS-flitser werkt anders en functioneert wel bij zeer snelle sluitertijden.

Midden op de dag in de felle zon met een open diafragma. Dat resulteert in een sluitertijd van 1/2000s. Vanwege het tegenlicht zou de kikker heel donker worden. Een invulflits is dan nodig, maar werkt alleen met de HSS-functie. Fotograaf: Paul van Hoof

Compositie

Je kunt er rekening mee houden hoe de vlekken in beeld komen. Heb je veel kleine vlekken, dan kan het simpelweg genoeg zijn als ze als beeld vulling dienen. De exacte positie maakt dan niet zo veel uit. Heb je minder vlekken die veel prominenter in beeld komen, dan kan het mooi zijn deze juist in de compositie te betrekken. Je kunt er voor kiezen het onderwerp ín een vlek te plaatsen. Kies daarvoor de felste en meest prominente vlek, dan wordt het onderwerp extra benadrukt. Je kunt er ook juist voor kiezen het onderwerp buiten de vlekken te houden en omringen door vlekken. De keus is aan jou.

De viervlek is in de vlekken opgenomen. De vorm wordt door het contrast versterkt. Fotograaf: Paul van Hoof
De orchideeën zijn buiten de vlekken gehouden, wederom voor een mooier contrast. Fotograaf: Paul van Hoof

Beeld in beeld

Een leuk, maar lastig ‘trucje’ is om een vorm in de vlekken te verwerken. Dat kan een herhaling zijn van je hoofdonderwerp, of juist een andere vorm. Het lijkt een soort schaduw van het hoofdonderwerp, maar het is een tweede exemplaar of een ander onderwerp. Dat ‘schaduw-onderwerp’ moet zich heel dicht bij de lens bevinden. Je kunt je camera daar langzaam naar toe bewegen, terwijl je in de richting van het licht blijft kijken. In het geval van een blaadje of ander los object kun je het ook vlak voor de lens houden. Leuk om mee te experimenteren.

Op de bosbodem groeide boswalstro met stervormige blaadjes. Druk je lens daar dicht tegenaan voor schaduwen in de lichtvlekken. Fotograaf: Paul van Hoof

Slot

We hebben in drie delen een aantal aspecten van tegenlicht nader toegelicht. In deel 1 hebben we het gehad over tegenlicht en silhouetten, deel 2 ging over randlicht en zelfgemaakt tegenlicht. Het is een zeer fascinerende vorm van licht, met veel creatieve mogelijkheden in de natuurfotografie. Hopelijk raak geïnspireerd om er zelf mee aan de slag te gaan!

Aan deze bokeh-vlekken kwam geen zonlicht te pas. Het tegenlicht komt van de koplampen van een auto. De invul-’flits’ wordt gevormd door een zaklamp. Fotograaf: Paul van Hoof

Deel dit artikel


10
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Alvast bedankt voor de tips en het interessante artikel

  2. Door Tineke struijk op 14 augustus 2019 om 09:38

    Leuk artikel met duidelijke uitleg ! Top dank je wel .

  3. Duidelijk en informatief. Bedankt!

  4. Door Ineke Obbink op 14 augustus 2019 om 00:12

    Zeer informatief. Dankjewel!

  5. Bedankt voor alle reacties! Leuk om te horen!

  6. Mooie serie, erg leerzaam!

  7. 3 prachtige artikelen waar je wat aan hebt en veel van opsteekt. Dat zien we niet zo vaak, dergelijke leerzame artikelen.

    Dank je wel Paul dat je dit hebt willen delen en voor alle tips om mee te werken! Klasse!

  8. Mooie geschreven reeks. Merci maat

  9. Ha Paul, een fijne reeks over belichten met handige tips. Dank je wel!

  10. Fijn artikel, duidelijk geschreven met mooie voorbeeldfoto’s. Het maken van een beeld in beeld is erg creatief, leuke tip!

Laat een reactie achter op Ineke Obbink Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *