HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
tutorials

Alles over tegenlicht, deel 2: Randlicht en zelfgemaakt tegenlicht

In het eerste deel hebben we het gehad over ‘gewoon’ tegenlicht en silhouetten. Tegenlicht kan echter nog op andere manieren worden ingezet, namelijk als randlicht. Daarnaast zijn we voor (tegen)licht vaak (te) afhankelijk van de zon. Is er geen zon of schijnt hij niet uit de goede richting dan kun je met een flitser of zaklamp makkelijk zelf het perfecte tegenlicht maken.

Alles over tegenlicht, deel 2: Randlicht en zelfgemaakt tegenlicht
De ultieme randlichtplant is toch wel het sterk behaarde wildemanskruid. De haren versterken het tegenlicht enorm. Fotograaf: Paul van Hoof

Randlicht

Randlicht of een brandrandje is misschien beter bekend onder de Engelse term ‘rim light’. Je zou het ook een contourlicht kunnen noemen. Het stamt uit de portretfotografie en slaat op een licht randje rond het hoofd, bedoeld om de persoon los te maken van de achtergrond. Dat randje wordt veroorzaakt door tegenlicht. Ook in de natuurfotografie zijn er veel toepassingen voor dit type licht.

Het beste effect bereik je door te zorgen voor een vrij fel licht achter je onderwerp. Hoe meer het licht van opzij komt, hoe zwakker het effect. Het licht hoeft niet per se recht achter het onderwerp te staan, maar van opzij bereik je geen randlicht effect meer. Belangrijk is dat het licht niet direct in de lens schijnt, dat veroorzaakt flare. Je kunt de lichtbron ‘afschermen’ met het onderwerp zelf, of door de lichtbron net buiten beeld te houden. Als dat onvoldoende lukt kan het nodig zijn je lens af te schermen zodat er geen ongewenst licht op valt.

Een combinatie van tegenlicht en een donkere achtergrond zorgt voor een duidelijk randlicht. Fotograaf: Paul van Hoof

In principe kun je een randlicht toepassen op elk onderwerp. Het sterkst werkt het echter als de contouren van het onderwerp behaard zijn (zoogdieren, planten) of een beetje doorschijnend zijn, zoals bij bloemblaadjes. Deze elementen vangen meer licht dan een glad oppervlak en zorgen voor een oplichtend randje.

Randlichten zijn vaak het mooist tegen een donkere achtergrond. Simpelweg omdat het contrast dan groter is en het meer opvalt. Op een lichte achtergrond kan het tegenlicht wegvallen.
Is het contrast wat sterker dan werkt het vaak mooi om het beeld te onderbelichten. Het beeld wordt donkerder en het randlicht springt er veel meer uit.

Een heel subtiel randlicht is genoeg zijn om de vleeskleurige orchis los te maken van de achtergrond. Fotograaf: Paul van Hoof
De rugharen van de zwemmende beverrat vangen het zonlicht, genoeg om de contouren weer te geven. Fotograaf: Paul van Hoof

Zelf tegenlicht maken

Als natuurfotograaf ben je vooral gewend om met natuurlijk licht te werken. Dat licht heb je echter niet altijd in de hand. Dan is het handig als je zelf het tegenlicht kan regelen. Een kleiner onderwerp is dan wel zo handig; een flitser achter een hert plaatsen is nu eenmaal niet zo praktisch. Je kunt tegenlichtflits vergelijken met een invulflits. Je voegt dan licht toe aan het bestaande licht. Het enige verschil met een invulflits is dat het licht nu van achteren komt. Dat kan met een flitser of een zaklamp, afhankelijk van het onderwerp. Het is wel noodzakelijk dat die flitser of lamp los van de camera werkt, zodat je hem neer kunt zetten waar je wilt. Of die met een kabel of draadloos wordt aangestuurd maakt niet uit.

Het omgevingslicht was niet spannend. Links alleen natuurlijk licht, rechts is een flitser (voorzien van een kleurfilter) voor een warmer effect achter de sneeuwklokjes geplaatst. Bovendien is onderbelicht. Als je niet beter wist lijkt het een mooi ondergaand zonnetje. Fotograaf: Paul van Hoof

Tegenlicht wordt moeilijk verwerkt door de belichtingsmeter van de camera. Het resultaat op de automaat is vaak overbelicht. Daar kun je voor compenseren, maar het is betrouwbaarder en uiteindelijk makkelijker om de flitser op manueel (handmatig) in te stellen. De flitser geeft dan een vaste hoeveelheid licht af. Vanaf de camera kun je de lichthoeveelheid beïnvloeden door het diafragma of de iso-waarde te veranderen. Aangezien de duur van de flits heel kort is, verandert de hoeveelheid tegenlicht níet met de sluitertijd. Een langere sluitertijd resulteert in meer omgevingslicht, maar niet in meer tegenlicht. Als je dit eenmaal door hebt is het heerlijk om met de instellingen te spelen voor verschillende belichtingen.

De pad links wordt alleen van voren belicht met een flitser. Rechts wordt een tweede flitser als tegenlicht gebruikt (van rechtsachter) waardoor de pad los komt van de achtergrond en het beeld meer diepte krijgt. Fotograaf: Paul van Hoof
De positie van de flitsers is sterk bepalend voor het resultaat. Fotograaf: Paul van Hoof
Hier zijn twee flitsers gebruikt. Iets meer van opzij (links) resulteert in zijlicht. Meer naar achteren (rechts) geeft randlicht. Fotograaf: Paul van Hoof

Een lastig aspect van tegenflitsen is dat je snel in de lens flitst. Dat resulteert in ongewenste vlekken. Je kunt er voor zorgen dat de flitser volledig door het onderwerp wordt geblokkeerd, of dat hij net buiten beeld staat. Een zonnekap op de lens kan ook helpen. Is het dan nog niet opgelost, dan dien je de flitser af te schermen. Dat kan met speciale kapjes, maar eigenlijk met elk voorwerp wat je bij de hand hebt, zelfs je fototas.

Met een kartonnen doosje kun je zelf een snoot maken om te voorkomen dat je in de lens flitst. Fotograaf: Paul van Hoof

Niet alleen flitsen of zaklampen kunnen als kunstmatige tegenlichtbron worden gebruikt, zelfs straatlantaarns kunnen dienst doen al ben je dan wel minder vrij in de keuze van de lichtintensiteit en lichtrichting.

Geen ondergaande zon, maar straatlantaarns vormen de lichtbron van dit orchideeën-silhouet. Fotograaf: Paul van Hoof

Alleen flitsen

Werk je in het donker of bewust met een korte sluitertijd (bv 1/250), dan kun je het omgevingslicht uitsluiten. Al het licht in de opname komt dan van flitsers. Je kunt meerdere flitsers gebruiken om het onderwerp verder uit te lichten, of juist niet. Zo kun je ook met alléén tegenlicht werken. Dat kan heel spaarzaam belichte, mysterieuze beelden opleveren.

Heb je de flitser eenmaal opgesteld (in de regen), dan hoef je alleen maar met de sluitertijd te spelen voor totaal andere effecten. Links is met 1/13s het omgevingslicht in de opname betrokken, rechts is deze ‘weggelaten’ met 1/320s. Fotograaf: Paul van Hoof

Alles over tegenlicht in 3 delen

Het eerste deel ging over tegenlicht en silhouetten en in het derde en laatste deel van deze serie over tegenlicht zullen we ingaan op het werken met onscherpe bokeh-vlekken in de achtergrond.

 

Deel dit artikel


2
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Bedankt Paul, ik ga het eens proberen met mijn TG-5 je en Edge7, voor zover mogelijk 😉

  2. Door José op 5 augustus 2019 om 10:05

    Dag Paul,

    En alweer zo’n fijn artikel waar je echt wat van opsteekt. Dank je wel, ga het zeker in de praktijk uitproberen.

Laat een reactie achter op nanda Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *