Alles wat je moet weten over landschapsfotografie

Landschapsfotografie is een prachtige discipline waar veel bij komt kijken. Na het lezen van dit artikel weet je alles wat je moet weten, zodat ook jij de mooiste landschapsfoto’s kunt maken. De vele links naar andere artikelen geven je nog een flinke portie extra informatie en inspiratie.
Fotograaf: Bob Luijks

Inhoudsopgave

Omdat dit artikel een stuk langer is dan je van ons gewend bent, vind je hieronder een inhoudsopgave naar de verschillende hoofdstukken. Zo kun je het desgewenst ook gemakkelijk in delen lezen.


Wat is landschapsfotografie?

Deze vraag lijkt een open deur. Denk je aan landschappen, dan denk je aan de Hollandse schildermeesters, ofwel aan een uitgestrekt landschap met daarboven een imposante wolkenlucht. Natuurlijk is dit een landschap, maar zo zijn er nog meer landschappen. Wikipedia hanteert de volgende definities:

  • een geheel van geologische, biologische/ecologische en cultuurhistorische elementen die met elkaar in een gegeven gebied een geheel vormen en in één keer zichtbaar zijn ofwel het “totaalbeeld dat de aan de aardoppervlakte waarneembare verschijnselen te zien geven”.
  • een “gebied zoals dat door mensen wordt waargenomen en waarvan het karakter bepaald wordt door natuurlijke en/of menselijke factoren en de interactie daartussen”.
  • landschap als ecosysteem: een “complex van relatiestelsels, tezamen een herkenbaar deel van het terrestrisch aardoppervlak vormend, dat gemaakt is en in stand wordt gehouden door de wisselwerkingen van levende en niet-levende natuur, inclusief de mens”.

Eenvoudiger is het dus eigenlijk alles dat je buiten in één blikveld kunt zien, een totaalbeeld dus. Dat alles maakt meteen duidelijk dat het zoveel meer is dan dat ‘open landschap met een imposante wolkenlucht’. Een bos, een stad of zelfs een industriegebied zijn ook landschappen! In een landschap hoeft zelfs geen wolkenlucht aanwezig te zijn (zoals in het bos).

In de foto is geen lucht aanwezig, toch betreft het een landschapsfoto. Fotograaf: Bob Luijks

In de landschappen kun je onderscheid maken in natuur- en cultuurlandschappen. In natuurlandschappen is de invloed van de mens beperkt. Denk aan uitgestrekte moerasgebieden of de dynamische kust. Bij cultuurlandschappen, zoals weilanden en akkers, is de mens juist de scheppende kracht. In ons deel van de wereld is het onderscheid tussen deze twee landschappen niet zo helder als het lijkt. De mens bemoeit zich in Nederland en België immers met iedere millimeter. Heidegebieden zijn ontstaan uit agrarisch gebruik en in feite gewoon een cultuurlandschap. Hetzelfde geldt voor alle (!) bloemrijke graslanden die we nu zo waardevol vinden. Zonder menselijk ingrijpen veranderen deze in bos. Onze bossen zijn op hun beurt grotendeels aangeplant, waarbij de mens vaak bepaalt wat er wel of niet groeit. ‘Ongewenste’ soorten worden verwijderd en dunningen doorgevoerd om de bosbodem van voldoende licht te voorzien.

Nu we weten wat landschappen zijn, is het ook duidelijk wat landschapsfotografie is: de vorm van fotografie die zich richt op het vastleggen van de landschappen, al zullen de meeste landschapsfotografen bebouwd gebied mijden.

 


Welke apparatuur heb je nodig voor landschapsfotografie?

Landschappen zijn er altijd en overal, én rennen niet voor je weg. Dat betekent dat er eigenlijk ook vrij weinig eisen gesteld worden aan de apparatuur. Met iedere camera kun je landschappen fotograferen, van geavanceerde systeemcamera tot smartphone.

Camera

Toch geniet een systeem met verwisselbare objectieven (traditionele spiegelreflexcamera of moderne spiegelloze systeemcamera) de voorkeur:

  • Een vrije keuze in objectieven betekent een verbreding van de mogelijkheden in de fotografie. Daarover verderop in dit artikel nog meer.
  • De sensor van een dergelijke camera is groter dan die in je smartphone of compactcamera, waardoor de beeldkwaliteit aanzienlijk verbetert. Als landschapsfotograaf werk je vaak aan de randen van de dag (lees: niet de beste lichtomstandigheden), waardoor ruis al snel op de loer ligt. Hoe groter de sensor, hoe minder je kans je daarop hebt.
  • Je kunt de camera helemaal zelf instellen voor wat betreft diafragmawaarde, sluitertijd en ISO. Zeker de diafragmawaarde is voor de landschapsfotograaf een belangrijke waarde, waarover later meer.

De camera’s kun je tevens onderverdelen in cropcamera’s (APS-C) en full framecamera’s. Hoewel vaak wordt beweerd dat full frame de beste keuze is, maakt dat voor de landschapsfotograaf niet zo heel veel uit. Zoals je zojuist kon lezen geldt: hoe groter de sensor, hoe beter de beeldkwaliteit. Dat pleit voor een full frame, aangezien die sensor groter is dan die van een crop. Het verschil zie je echter vooral goed in de zeer hoge ISO-waarden. Hoe vaak leg je een landschap vast met een ISO hoger dan 800? Uitgezonderd wanneer je aan nachtfotografie doet natuurlijk. En zelfs dan is er nog geen enkel probleem. Moderne camera’s leveren tot hoge ISO-waarden prima bruikbare beelden en anders is de ruisreductie in de nabewerking tegenwoordig ook ongelooflijk goed. Staar je dus niet te snel blind op full frame, maar kies de camera die het bij je past (denk aan zaken als formaat, ergonomie, gewicht en voor welke vormen van fotografie je de camera eventueel nog meer wenst te gebruiken).

Noorderlicht op IJsland met een cropcamera op ISO 3.200, geen enkel probleem. Fotograaf: Bob Luijks

Objectieven

Veel belangrijker dan de camera is de keuze voor de objectieven. Echt slechte camera’s worden niet meer gemaakt, matige objectieven helaas wel. Goed glas is allesbepalend. Heb je een bescheiden bedrag uit te geven, investeer dan in een goedkope camera en besteedt de rest van het geld aan glas!

Bij landschapsfotografie denk je al snel aan een groothoekobjectief, zodat je een groots landschap ineens kunt vastleggen. Een beetje zoals de Hollandse meesters dus. Uiteraard mag een groothoekobjectief (bijvoorbeeld 16-35mm) niet in de tas van een landschapsfotograaf ontbreken, maar bedenk dat we in een ‘vol’ deel van de wereld leven. Omdat je met een groothoek een groot deel van het landschap vastlegt, wordt het al snel te veel en te onrustig. Groothoekobjectieven werken dan ook vooral prettig in landschappen die vanuit zichzelf al leeg zijn, zoals de kust, vennen en meren, heideterreinen en het agrarisch gebied. Werk je met een cropcamera, bedenk dat deze dan in het nadeel van de groothoek werkt. Zo wordt een 16mm met een cropfactor van 1.5x een 24mm. Om dit probleem te omzeilen zijn er speciaal voor cropcamera’s gemaakte objectieven. Deze passen echter niet op een full frame (andersom wel).

Een teleobjectief klinkt misschien minder logisch, maar mag evenmin in de tas van een landschapsfotograaf ontbreken. Denk daarbij aan een 70-200, 100-400 of zelfs een 150-600mm. Met dergelijke objectieven leg je uiteraard maar een zeer klein deel van het landschap vast, maar daarin ligt dan ook juist de kracht. Hoe chaotisch ook, er is altijd wel een plekje van rust te vinden. Ook kun je met een teleobjectief de nadruk op enkele markante elementen in het landschap leggen, waar deze anders in de ruimte zouden verdwijnen of moeten gaan concurreren met andere elementen in je foto.

Grootste landschappen lijken te vragen om een groothoekbenadering, maar in het grote totaal gaan vaak prachtige details schuil die je juist met een teleobjectief (hier 481mm) laat zien. Fotograaf: Bob Luijks

Tussen een groothoekobjectief en een teleobjectief zit soms een groot gat. Dit is het domein van een standaardobjectief, zoals een 24-70mm. Met een dergelijk objectief maak je de drie-eenheid aan objectieven voor de landschapsfotograaf compleet.

Welke objectieven een must zijn, is vooral ook afhankelijk van jouw eigen interesse. Hou je vooral van weids en groots, dan heb je wellicht niks aan een tele. Koop dan ook nooit een complete uitrusting ineens, maar start met bijvoorbeeld alleen een 24-70mm en kijk tegen welke tekortkomingen je vaak oploopt.

 


Wil je meer weten over de apparatuur in de landschapsfotografie, kees dan ook eens de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/tutorial-landschapsfotografie-deel-1-lenskeuze/

https://www.natuurfotografie.nl/tilt-shift-objectieven-bij-landschapsfotografie-1/

https://www.natuurfotografie.nl/tilt-shift-objectieven-bij-landschapsfotografie-2/


De beste instellingen voor landschapsfotografie

Een ‘traditionele’ landschapsfoto (groothoek) bestaat uit een voorgrond, middendeel en achtergrond. Deze wil je doorgaans allemaal scherp in beeld hebben. Dat lukt alleen met een grote scherptediepte. Een grote scherptediepte bereik je met een hoge diafragmawaarde, f/11 of hoger.

In een ‘traditionele’ landschapsfoto is alles van voor tot achter scherp. Dat bereik je met een hoge diafragmawaarde, hier f/14. Fotograaf: Bob Luijks

Je begint dus met het bepalen van de diafragmawaarde, omdat je daarmee de looks en feels bepaalt van de foto. De andere instellingen zijn hieraan ondergeschikt. De ISO-waarde houd je het best zo laag mogelijk, omdat dat de beste beeldkwaliteit met de minste ruis oplevert. In combinatie met een grote diafragmawaarde zorgt dat ervoor dat de sluitertijd vrij snel aan de lange kant wordt. Omdat je (als het goed is) vanaf statief werkt, is een langere sluitertijd in principe geen probleem. Toch is dit niet helemaal waar. Er staat meestal wel wat wind. Niets zo storend  als dat ene takje dat net niet scherp op de foto staat. Hou dergelijke zaken dus goed in de gaten en verhoog de ISO-waarde indien nodig om de sluitertijd te verkorten.

Scherptediepte

Je las zojuist dat de scherptediepte toeneemt met een hogere diafragmawaarde, maar daarmee is het verhaal van de scherptediepte niet volledig. De scherptediepte wordt namelijk ook bepaald door de brandpuntsafstand van het objectief en de scherpstelafstand.

Hoe groter de beeldhoek, hoe gemakkelijker het is om een grote scherptediepte te bereiken. Dat betekent ook dat het verkrijgen van een grote scherptediepte complexer wordt naarmate je verder gaat inzoomen. Sterker nog, dat gaat al vrij snel niet meer lukken. Je komt dan op de techniek van focus stacken.

Hetzelfde geldt voor de scherpstelafstand. Hoe groter deze afstand, hoe eenvoudiger het is om alles scherp in beeld te krijgen. Hoe dichter jij op een voorgrondonderwerp kruipt (en daar dus op focust), hoe complexer het wordt om nog alles scherp in beeld te krijgen.

Wil je nu exact weten waarop je scherpstelt en welke diafragmawaarde je het best kunt kiezen, dan kun je gebruik maken van de hyperfocale afstand. Vergeet dit complexe woord en download een gratis ‘DOF-calculator’ (Depth Of Field, ofwel scherptediepte) voor je smartphone. Wanneer je hier je brandpuntsafstand en diafragmawaarde invoert, geeft de app je alle informatie. Bij een 16mm-objectief (op een full framecamera) en een diafragmawaarde f/18 bedraagt de hyperfocale afstand 49,12 centimeter. Dat is het punt waarop je moet scherpstellen. Alles van ongeveer 25 centimeter tot de horizon verschijnt dan scherp in beeld. De scherptediepte is immers altijd groter dan enkel het punt waarop je scherpstelt. Wat heb je nu aan dit soort exacte getallen? Stel je loopt op een heideterrein met een mooie pol gras in de voorgrond en een markante berk in de achtergrond. Je ziet dan dat er vaak wordt scherp gesteld op de berk, maar daarmee benut je de potentie van de maximale scherptediepte dus niet. Je kunt dus al scherpstellen op ongeveer een halve meter, ook al is daar geen interessante aanleiding aanwezig, en zo toch ook de berk scherp in beeld houden.

Het effect van diafragma op de scherptediepte. Links wordt een grote diafragmawaarde gebruikt en is sprake van een grote scherptediepte. Je kunt op de voorgrond scherpstellen én toch een scherpe achtergrond behouden. Rechts is sprake van een lage diafragmawaarde. Wil je nu toch de bomen op de achtergrond scherp hebben, dan zul je daarop moeten scherpstellen. De voorgrond wordt dan onscherp. Bedenk overigens dat dit eveneens een optie kan zijn; een onscherpe voorgrond vergroot de dieptebeleving in een foto. Fotograaf: Bob Luijks

 


Wil je meer weten over scherptediepte, lees dan ook eens de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/hoe-krijg-je-zoveel-mogelijk-scherp-werk-met-de-hyperfocale-afstand/

https://www.natuurfotografie.nl/hyperfocale-afstand-scherptediepte/

https://www.natuurfotografie.nl/wat-is-focus-stacking

https://www.natuurfotografie.nl/wat-is-diafragma/


Programmavoorkeuze

Bovenop de camera zit een ronde knop met daarop onder andere P, S, A en M. Dit is het programmavoorkeuzewieltje. Het groene rechthoekje, dat je bij veel camera’s ook op het wieltje vindt, is de automatische stand. Deze gebruik je niet, omdat je de fotografie dan volledig overlaat aan de camera. Het wordt dan een kwestie van een lucky shot en dat wil je niet.

Het programmavoorkeuzewieltje dat je bovenop de meeste camera’s vindt. M is manueel, A is diafragmavoorkeuze, S is sluitertijdvoorkeuze en P staat voor programma, een halfautomaat.

Omdat diafragma de belangrijkste waarde is om mee te werken, genieten A/Av of M de voorkeur. A/Av is de diafragmavoorkeuze. Jij bepaalt de diafragmawaarde, de camera bepaalt zelf de sluitertijd. Is een foto te licht of te donker, dan kun je dit corrigeren met de belichtingscorrectie, vaak een +- knopje. Let op dat je de ISO dus ook zelf instelt, anders zal de camera deze onder donkere omstandigheden zelf verhogen om op een ‘acceptabele’ sluitertijd uit te komen.

In M moet je alles manueel instellen, dus zowel de diafragmawaarde als de sluitertijd. Omdat je met twee factoren rekening moet houden, vraagt dat wat meer oefening dan de diafragmavoorkeuze. Daar staat wel tegenover dat je in de manuele modus (niet te verwarren met manueel scherpstellen, een M op het objectief) geen uitschieters in je belichting krijgt. Zolang jij niet van positie verandert en het licht zelf niet wezenlijk wijzigt, zullen alle foto’s gelijk belicht worden.

 


Wil je meer weten over de basisinstellingen van je camera, lees dan ook eens de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/psam-de-belichtingsinstelling

https://www.natuurfotografie.nl/wat-is-auto-iso

https://www.natuurfotografie.nl/wat-is-de-belichtingsdriehoek/


Op zoek naar het mooiste licht in de landschapsfotografie

Hoewel landschappen er altijd en overal zijn, wil dat niet automatisch zeggen dat het ook automatisch resulteert in een geslaagde foto. Zelfs niet met een uitgekiende compositie. Licht kan daarentegen van een vrij normale plek iets bijzonders maken. Licht is (samen met het weer) de toverformule om tot sprankelendere beelden te komen.

Het blauwe uurtje

Zonder licht geen foto. ’s Nachts is er erg weinig licht aanwezig, uitgezonderd in lichtvervuilde gebieden. Op de overgang van nacht naar dag (en vice versa) bevindt zich het blauwe uurtje, ofwel subtiel schemerlicht. Een kleine disclaimer is op zijn plaats: hoewel de totale schemer best lang duurt, is het blauwe uurtje in de praktijk vaak geen uur. Sterker nog, het licht is maar ongeveer een kwartier op zijn mooist in deze periode. Het gehele landschap baadt in een mysterieus blauw licht. Probeer dit niet te corrigeren met de witbalans, maar sta het toe in je foto’s. Op het landschap zelf valt nog weinig licht, waardoor je het vooral van lichte elementen (witte bloemen, lichtgrijze populierenstammen of reflecterend water) moet hebben. Een alternatief is werken met krachtige silhouetten die tegen de blauwe lucht afsteken.

Het licht van het blauwe uurtje is magisch, corrigeer dit niet met de witbalans! Fotograaf: Bob Luijks

Het gouden uurtje

Het gouden uurtje is een stuk bekender dan het blauwe uurtje en wordt meer bejubeld om zijn kwaliteit. Dit is het moment rond de zonsopkomst en de zonsondergang. Het landschap baadt nu in een warm licht. De exacte kleur is afhankelijk van onder andere de hoeveelheid vocht en stof in de lucht, alsmede de aanwezigheid en de aard van de wolken. Het gouden uurtje heeft nog een voordeel: het landschap baadt in een prachtig licht, maar nog zonder de grote contrasten die het je later op de dag zo moeilijk maken. Uiteraard zijn er wel schaduwen, die ook nog eens een stuk groter zijn en die je eventueel in je voordeel kunt gebruiken.

Voor zowel het blauwe als het gouden uurtje geldt dat je op je plek moet staan op het moment dat het gebeurt. Moet je dan nog gaan zoeken, dan ben je vrijwel altijd te laat. Probeer dus altijd met een open vizier rond te kijken en onthoud de plekken die je later nog eens op die mooie momenten zou willen bezoeken.

Tijdens het gouden uurtje baadt het gehele landschap in warm licht. De zon en zelfs de lucht zijn hier buiten beeld gelaten, omdat deze alleen maar zouden afleiden. Nu gaat alle aandacht naar de elementen in het landschap: de huisjes en de bomen. Fotograaf: Bob Luijks

Meelicht

Is de zon eenmaal op, dan speelt de lichtrichting een grote rol in de sfeer van je foto. Bij meelicht (ook wel ruglicht genoemd) komt de zon van achteren. Het landschap voor je wordt egaal aangelicht. Daarmee ontbreken grote contrasten. Meelicht zorgt voor weinig problemen waar het aankomt op de belichting. Omdat alles egaal wordt aangelicht en contrasten ontbreken, is de dieptebeleving minimaal. Meelicht kun je in de meeste gevallen dan ook maar beter mijden als landschapsfotograaf.

Het licht komt van achteren. Het rijtje knotwilgen gaat naadloos over in de achtergrond, waardoor de diepte volledig verloren gaat. Fotograaf: Bob Luijks

Zijlicht

Bij zijlicht komt het licht van links of rechts. Dat betekent dat er altijd een zon- en een schaduwzijde op je onderwerp. Dit grotere contrast vraagt om iets meer aandacht bij de belichting, maar zorgt wel automatisch voor een grotere dieptebeleving.

Hetzelfde rijtje knotwilgen. Het licht komt nu van links. Er is daardoor veel meer contrast in de bomen. Zie ook het effect in de vegetatie in de voorgrond dat veel meer ‘pit’ heeft. Fotograaf: Bob Luijks

Tegenlicht

Bij tegenlicht schijnt de zon recht in je gezicht. Hoewel tegenlicht misschien niet de meest logische keuze lijkt, levert tegenlicht vaak de spannendste foto’s op, zeker wanneer het licht ergens doorheen kan vallen, zoals onder mistige omstandigheden of door bladeren en bloemen. Het contrast is bij tegenlicht het grootst en dat maakt ook een juiste belichting het meest complex. Daarnaast heb je ook kans op lensflares, te voorkomen door direct zonlicht op je lens weg te nemen door een zonnekap (of je hand) te gebruiken.

Tegenlicht kan tijdens een vochtige ochtend in een bos zorgen voor fraaie zonneharpen. Fotograaf: Bob Luijks

 


Wil je meer weten over de invloed van het licht op de landschapsfotografie, lees dan ook eens:

https://www.natuurfotografie.nl/de-juiste-lichtval/

https://www.natuurfotografie.nl/wat-is-strijklicht

https://www.natuurfotografie.nl/alles-over-tegenlicht-deel-1-tegenlicht-en-silhouetten/

https://www.natuurfotografie.nl/alles-tegenlicht-deel-2-randlicht-en-zelfgemaakt-tegenlicht/

https://www.natuurfotografie.nl/alles-over-tegenlicht-deel-3-bokeh-vlekken/


Het weer in je voordeel gebruiken in de landschapsfotografie

In het voorgaande deel las je hoe belangrijk het licht is, maar dat geldt ook voor het weer. Het weer bepaalt immers welk licht je voorgeschoteld krijgt. Wellicht schijnt de zon niet eens. Dat is dan geen reden om binnen te blijven zitten! Mopperen over het weer heeft geen zin, maar het vraagt wel om de juiste keuzes en mindset.

Zonnig weer

Om eerst maar even bij het zonnige weer te blijven: de zon zorgt voor contrasten. Deze geven open landschappen net dat beetje, benodigde pit. Denk maar eens aan het heidelandschap, daar heb je echt zonlicht bij nodig om het tot leven te wekken. Hou wel rekening met de lichtrichting!

Zonlicht brengt het heidelandschap met stuifzand tot leven. Het laagstaande licht zorgt dat ieder reliëf goed te zien is. Fotograaf: Bob Luijks

Zonlicht is echter niet altijd wenselijk. Zo wordt het contrast in een bos al snel veel te groot. Een bos bezoek je dan ook beter bij zwak of helemaal geen zonlicht.

Zonlicht zorgt in het bos voor onwenselijk en onmogelijk grote contrasten, met een zeer onrustig beeld tot gevolg. Fotograaf: Bob Luijks

Afhankelijk van het moment van de dag en de hoeveelheid wolken kan het zonlicht soms nogal ‘hard’ zijn. Dat wil zeggen dat je wat fletse, blauwige kleuren krijgt met enorme contrasten tussen licht en donker. Een strakblauwe hemel is daarom vaak ‘erger’ dan een egaal grijze hemel. Vermijd compleet blauwe momenten, zeker midden op de dag.

Bewolking

Door wolken wordt het zonlicht verzacht, zoals bij een diffusor bij een flitser. De contrasten worden (veel) kleiner, waardoor alles wat vriendelijker oogt. Hoe meer wolken het grote blauw bedekken of hoe dikker de bewolking is, des te sterker dit verzachtende effect. Het nadeel hiervan is dat het dieptewerking door het ontbreken van contrast in een foto verdwijnt. Onder egaal bewolkte omstandigheden mijd je daarom het best open landschappen, uitgezonderd aan het water (voor minimalistische beelden) en bij sneeuw.

Is er sprake van een mooie wolkenlucht (vriendelijke schapenwolkjes of dreigende donderwolken) geef deze dan alle ruimte in beeld. Let er daarbij ook op dat je de wolken niet ongelukkig aansnijdt en dat deze op de juiste plek in beeld staan. Wacht even als dat niet het geval is. Is de lucht daarentegen totaal niet interessant, besteed er dan weinig aandacht aan of laat deze zelfs helemaal buiten beeld.

Is de wolkenlucht de moeite waard, geef deze dan lekker veel ruimte, maar zorg dat er onderin beeld wel voldoende gebeurt. Fotograaf: Bob Luijks

Mist

Een beetje mist doet wonderen in een landschapsfoto. Mist verdoezelt of verzacht details, kan bij tegenlicht veel kleur aan een scene toevoegen en zorgt voor separatie en daarmee een sterkere dieptebeleving.

Het ontstaan van mist is afhankelijk van vele factoren, waardoor de mist soms heel lokaal ontstaat, terwijl er op andere plekken helemaal niets te bekennen is. Voor mist zijn voldoende vocht, voldoende lage temperatuur en weinig wind essentieel. De meeste kans maak je in het voor- en najaar. Vroeg opstaan is een must, maar dan wacht je mogelijk wel een beloning.

Mist zorgt voor sfeer, verzacht en geeft diepte. Fotograaf: Bob Luijks

Sneeuw

Sneeuw is nog zo’n enorme sfeermaker. Zelfs de meest suffe plek kan met sneeuw in een waar sprookje veranderen. Allerhande storende details verdwijnen onder een witte poederlaag. Sneeuw is niet alleen mooi als het er eenmaal ligt, maar vooral ook als het nog valt. De sneeuwvlokken verzachten (net als de mist) en voegen eindeloos veel stipjes toe. Pas op met zonlicht. Op het witte tapijt is het contrast al snel oogverblindend. Bovendien wordt de sneeuw er al snel niet mooier op als de zon er eenmaal op schijnt.

Sneeuwvlokken voegen veel sfeer toe. Zoek naar eenvoudige, doch krachtige lijnen en kleuraccenten om het geheel spannend te maken. Fotograaf: Bob Luijks

Sneeuw is voor de camera een lastig gegeven, omdat sneeuw wit is. De camera wil altijd naar een gemiddelde belichting, waardoor de sneeuw al snel grijs wordt. Je moet daarom een belichtingscorrectie van +1 of +2 stops toepassen om de sneeuw ook mooi wit te houden.

Het lichte karakter blijkt ook lastig voor de automatische witbalans, waardoor de sneeuw soms wat blauwig kleurt. Dit kun je in de nabewerking aanpassen of voorkomen door de witbalans in de camera wat warmer te zetten. Bedenk dat dit vooral voor sneeuw onder bewolkte omstandigheden geldt; de sneeuw is dan zuiver wit. Onder zonnige omstandigheden is de sneeuw in de schaduw werkelijk blauw, omdat het enige licht in de schaduw nu eenmaal van de blauwe hemel komt. Probeer dit dan juist weer niet te voorkomen.

Regen

Regen klinkt heel wat minder aanlokkelijk dan sneeuw. Toch heeft het fotograferen van landschappen in de regen diverse voordelen: de kleuren zijn veel intenser en plassen water/druppels kunnen veel aan een landschapsfoto toevoegen. Zolang jij je goed aankleedt en de camera beschermt, vormt het fotograferen in de regen geen enkel probleem. Controleer wel regelmatig je frontlens op druppels.

Regen is niet het eerste weertype waar je als landschapsfotograaf aan denkt, maar het zorgt voor intense kleuren. Fotograaf: Bob Luijks

Wind

Eerder vermeldden we dat je moet oppassen met de wind, maar de wind kan natuurlijk ook een kans vormen. Een foto is per definitie een statische weergave van de werkelijkheid. Door wind (beweging) toe te laten in een foto, wordt deze veel dynamischer. Denk daarbij aan bewegende vegetatie, stuivend zand en woeste golven.

Een storm zorgt voor grote golven en een spray die onder de schuiven van de Stormvloedkering door wordt geperst. Fotograaf: Bob Luijks

 


Wil je meer weten over het weer, lees dan ook de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/hoe-ontstaat-mist/

Hoe fotografeer je landschappen met sneeuw? – Natuurfotografie

Hoe fotografeer je sneeuw? – Natuurfotografie


De beste accessoires voor landschapsfotografie

Statief

Een statief is voor de landschapsfotograaf een onmisbaar accessoire. Ja, je moet dat ding meesjouwen, maar vervolgens geniet je van louter voordelen:

  • Je bent geheel de baas over de camera-instellingen. Als landschapsfotograaf werk je vaak bij het mooiste licht aan de randen van de dag. Wil je dan nog uit de hand kunnen fotograferen mét een grote scherptediepte, dan zul je al snel flinke concessies moeten aan de ISO-waarde. Daar heb je met een statief geen last van. Ook kun je zo werken met extra lange sluitertijden om bijvoorbeeld stroming in het water zichtbaar te maken.
  • Belangrijker nog: je wordt gedwongen beter te kijken. Het is frustrerend als je camera net niet goed staat en je de camera iets moet verplaatsen. Dankzij het statief ga je minder gehaast te werk, hetgeen je fotografie ten goede komt.

Bij een statief hoort natuurlijk ook een statiefkop. Ga je voor snelheid, kies dan voor een balhoofd. Deze kun je vrij in alle richtingen bewegen. Een driewegkop en een geared head zijn ietsje nauwkeuriger, maar moet je op drie assen individueel instellen, hetgeen tijd kost. Er is geen goed of fout, het is net wat je prettig vindt.

L-bracket

Bij landschapsfoto’s denk je al snel aan liggende ‘landscape’ beelden, maar het loont vaak de mogelijkheden van een verticale foto te onderzoeken. Nu kun je de camera aan de zijkant van je balhoofd hangen (met een driewegkop al veel ingewikkelder), maar dat komt de stabiliteit niet ten goede. Er hangt veel gewicht op ‘onnatuurlijke’ wijze aan je camera, waardoor vroeg of laat je koppelplaatje los gaat zitten. Investeer daarom altijd in een L-bracket. Dat is een koppelplaat die doorloopt tot aan de zijkant van je camera. Je kunt de camera daarom op de zijkant bovenop je statiefkop plaatsen. Hierdoor ben je weer geheel flexibel en in balans. Let erop dat je een L-bracket koopt die geschikt is voor jouw camera, anders kom je mogelijk niet goed bij de aansluitingen die aan de zijkant van je camera zitten, kan het klepje van de accu niet open of kun je je kantelbare scherm mogelijk niet voldoende uitklappen.

Met een L-bracket kantel je je camera in een handomdraai een kwartslag. Fotograaf: Bob Luijkjs

Filters

Voor de landschapsfotograaf zijn meerdere filters beschikbaar die zorgen voor betere foto’s of een verbreding van de fotografische mogelijkheden.

Van alle filters is er eentje onmisbaar: het polarisatiefilter. Met een polarisatiefilter haal je reflecties weg op oppervlakken, waardoor je diepere kleuren en een rustigere foto krijgt. Het effect is niet in de nabewerking na te bootsen! Een polarisatiefilter wordt vaak gebruikt voor het vergroten van het contrast in een blauwe lucht, maar kent veel meer toepassingen: ook bladeren en natte oppervlakken reflecteren van veel licht, niet alleen op zonnige momenten, maar ook bij bewolking. In 90% van de landschapsfoto’s heeft een polarisatiefilter dan ook een grote meerwaarde.

Het verschil zonder (links) en met een polarisatiefilter (rechts) is enorm: de kleuren worden een stuk intenser en het beeld wordt rustiger. Fotograaf: Bob Luijks

Wanneer je landschappen fotografeert, loop je vaak tegen het te grote contrast tussen het landschap en de lucht aan, zeker bij (schuin) tegenlicht of op een bewolkte dag waarbij het landschap geen direct zonlicht ontvangt. Je krijgt dan een correct belicht landschap met een witte lucht of een zwart landschap met een correct belichte lucht. Het grote contrast kun je overbruggen door een bellichtingstrapje te maken en de foto’s naderhand als HDR samen te voegen. Een alternatief is een grijsverloopfilter. Deze plaats je in een speciale filterhouder voor de lens. Je hebt ze met een harde en een zachte overgang. Een harde overgang gebruik je in landschappen met een rechte horizon, zoals in de polder of aan zee. Bij een dergelijk filter moet je zeer nauwkeurig werken om een heldere of donkere rand rond de horizon te voorkomen. Is de horizon minder recht, omdat er bijvoorbeeld bomen in beeld staan, dan is een filter met een zachte overgang beter geschikt. Omdat er sprake is van een zachte overgang, let de plaatsing minder nauw. Wil je leren werken met filters, start dan met een filter van 2 stops sterkte met een zachte overgang.

Een grijsverloopfilter plaats je in een speciale filterhouder. Achter het grijsverloopfilter zit ook nog een grijsfilter. Fotograaf: Bob Luijks

Een derde filter is een grijsfilter. Dat is een donker gekleurd stukje glas, een soort zonnebril voor je camera. Deze houdt (veel) licht tegen, waardoor je ook onder lichte omstandigheden kunt werken met langere sluitertijden. Je hebt ze in verschillende sterktes. Filters van 4 of 6 stops gebruik je om de sluitertijd ietsje te verlengen tot maximaal enkele seconden. Hiermee haal je net de details uit de foto van bijvoorbeeld een golf aan zee. Bij filters van 10 stops of meer ga je naar sluitertijden van tientallen seconden of zelfs minuten. Deze gebruik je voor minimalistische foto’s, waarbij je bijvoorbeeld in de zee (en in de lucht) geen enkel detail meer wilt zien. Het gebruik van grijsfilters en de sterkte ervan is zeer smaak gebonden.

Een 10-stops grijsfilter zorgde hier voor een sluitertijd van 4 minuten, waardoor de zee en de lucht geheel strak getrokken werden. Fotograaf: Bob Luijks

Hoofdlampje

Wanneer je aan de randen van de dag fotografeert, kan een hoofdlampje erg handig zijn, om veilig je weg te kunnen vinden, maar bijvoorbeeld ook voor het plaatsen van filters of het instellen van de camera. Het voordeel van een hoofdlampje is dat je je handen vrij hebt.

 


Wil je meer weten over de accessoires bij landschapsfotografie, lees dan ook de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/de-voordelen-van-een-statief-bij-landschapsfotografie/

https://www.natuurfotografie.nl/tutorial-landschap-deel-3-handige-hulpmiddelen/

https://www.natuurfotografie.nl/wat-is-een-l-bracket/

https://www.natuurfotografie.nl/tutorial-hoe-werkt-een-polarisatiefilter/

https://www.natuurfotografie.nl/tutorial-dynamisch-bereik-en-grijsverloop-of-nd-gradient-filters

https://www.natuurfotografie.nl/tutorial-lange-sluitertijden-en-nd-of-grijsfilter/


Op zoek naar geslaagde composities in de landschapsfotografie

Landschapsfotografie gaat, meer dan welke andere fotografische discipline ook, vooral om compositie. De plek kan nog zo mooi zijn, het licht nog zo goed meewerken, zonder doordachte compositie zal het nooit een topfoto worden.

Compositieregels

Bij compositie denk je al snel aan compositieregels, zoals de regel van derden of de gulden snede. Deze geven je handvatten (regels klinkt wat dwingend) om anders naar een beeld te kijken. Van nature nemen we de wereld alleen in het midden van ons beeld scherp waar. Het is dan ook een valkuil om op eenzelfde manier te fotograferen, met het onderwerp in het midden. Hoewel er zeker aanleidingen genoeg zijn hiervoor wel te kiezen, is het in de meeste gevallen voorspelbaar en saai. Door je onderwerp uit het midden te halen, bijvoorbeeld door deze op de lijnen van de regel van derden te positioneren, maak je een beeld direct spannender. Doet dit niet klakkeloos, maar vraag je steeds af wat de meest logische plek is. Een boom die de meest markante takken aan de linkerzijde heeft, plaats je het best rechts in beeld, zodat de takken het beeld in wijzen. Bij een saaie lucht kies je voor veel voorgrond en plaats je de horizon bovenin beeld, enzovoorts.

Beeldopbouw conform de regel van derden: de kerktoren en de markante boomgroep staan op het grid. Fotograaf: Bob Luijks

 


Wil je meer weten over de compositieregels, lees dan ook de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/compositie-de-regel-van-derden/

https://www.natuurfotografie.nl/wat-is-de-gulden-snede/

https://www.natuurfotografie.nl/wanneer-kies-je-voor-een-symmetrische-compositie/


Het zou handig zijn als je door het volgen van een paar ‘regels’ meteen een geslaagde compositie hebt. Zo eenvoudig is het helaas niet. Er komen heel veel aspecten bij een compositie kijken. Juist dat maakt landschapsfotografie tot een lastige discipline. Navolgend zoomen we daarom in op enkele andere belangrijke aspecten.

Licht

Licht is het eerste dat de aandacht trekt. Zolang jouw onderwerp het lichtste element of de lichtste plek in de foto is, is dat dus prima, omdat de aandacht er zo extra op komt te liggen. Is een andere plek in je foto lichter, dan gaat daar alle aandacht naar toe, dus weg van je onderwerp. Beroemd en berucht zijn de zonsopkomsten en -ondergangen waarbij de zon zelf in beeld geplaatst wordt. In de meeste gevallen laat je de zon het best buiten beeld, waardoor de nadruk komt te liggen op het mooie licht in het landschap zelf. Hetzelfde geldt voor de lucht. Is deze egaal grijs of blauw, dan leidt deze vaak alleen maar af. Vraag je dus af of er altijd wel een lucht boven je landschapsfoto moet staan. Tip: wil je toch een lucht in de foto, maar is deze saai, kijk eens of je dan gebruik kunt maken van een natuurlijk kader, bijvoorbeeld een laaghangende tak.

Zie hoe de zon links alle aandacht opeist; hoe goed je je best ook doet, je oog blijft niet bij de vegetatie hangen. Hoe anders is dat rechts? De vegetatie is nu het lichtste deel van de foto en krijgt daardoor de aandacht die het verdient. Fotograaf: Bob Luijks

Kleur

Na licht is kleur de meest dwingende factor. Felle, warme kleuren vallen daarbij het meest op. Daar kun je wederom handig gebruik van maken, maar het kan ook de aandacht wegtrekken. Tegelijkertijd vallen weinig verzadigde, koele kleuren amper op, terwijl ze voor een foto door bijvoorbeeld hun vorm of structuur veel interessanter kunnen zijn. Probeer kleur daarom niet te laten domineren in de zoektocht naar een geslaagde compositie.

Voor welke scène stop jij? De linker foto toont een onweerstaanbaar veld klaprozen met daarboven een fraaie lucht. Kijk je kritischer, dan gebeurt er eigenlijk weinig. Er is geen echte eyecatcher. Rechts is dat wel het geval met een fraaie bomen. De slingerende lijnen geven richting en diepte. Dit is echter een scène die je echt moet (leren) zien, omdat er niets om aandacht schreeuwt. Fotograaf: Bob Luijks

Kleur kun je op verschillende manieren effectief inzetten. Wanneer de tinten allemaal dicht bij elkaar liggen, bevordert dat de rust in een beeld. Denk aan een groen bos in de zomer. Wil je juist meer pit, maak dan gebruik van complementaire kleuren, kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel, zoals rood tegenover groen en oranje tegenover blauw. Dit is ook de manier om herfstkleuren te laten knallen. In een compleet geel bos valt een gele boom niet meer op, maar in een groen bos valt de gele eenling des te meer op.

Omdat warme tinten meer aandacht opeisen dan koele tinten, kun je hiermee een groter gevoel van diepte in een foto krijgen, door warme tinten in de voorgrond te gebruiken en koele tinten in de achtergrond.

 


Wil je meer weten over het gebruik van kleur, lees dan ook de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/de-rol-van-kleur-in-een-foto/

https://www.natuurfotografie.nl/hoe-gebruik-je-kleurcontrast-als-leidraad-voor-je-compositie/

https://www.natuurfotografie.nl/de-kracht-van-kleur/


Balans

Een foto is net een weegschaal. Zorg dat deze in balans is, om het gehele beeld interessant te houden. De elementen hoeven daarbij niet even groot te zijn, denk maar aan het hefboomprincipe uit de vroegere natuurkundelessen. Een eenvoudige manier om te checken of een foto overal interessant genoeg is, kun je doen door de helft van de foto af te dekken. Blijft er genoeg interessants over? Herhaal dit voor de andere helft.

Van links naar rechts

We lezen letterlijk en figuurlijk van links naar rechts. Dat betekent dat we een foto ook zo bekijken. Probeer een foto daarom ook op die manier op te bouwen. In geval van een groothoekfoto: linksvoor het voorgrondelement, rechtsachter het achtergrondelement.

Het is niet altijd eenvoudig om voldoende balans in een foto te krijgen, maar soms kun je er ook even op wachten of het een beetje sturen. De wandelaar zorgt voor balans met de kerktoren. De wandelaar loopt van links naar rechts. Samen met het pad wordt het oog zo op natuurlijke wijze naar de kerk geleid. Let ook op de randen van deze foto: alle essentiële wolken staan los van de rand en het huisje geheel rechts staat eveneens los. Fotograaf: Bob Luijks

Lijnen

Duidelijkheid helpt de toeschouwer je foto te begrijpen en te lezen. Niet alleen een duidelijk onderwerp is belangrijk (je moet meteen kunnen zien waarover het gaat), maar ook hoe je oog naar dat onderwerp geleid wordt. Lijnen, zowel natuurlijk als menselijk en zowel fysiek als denkbeeldig, zijn daarbij van grote waarde. Ze nemen het oog op natuurlijke wijze mee op sleeptouw door het beeld. Rechte lijnen zijn direct, maar ook wat hard, terwijl slingerende lijnen als vriendelijker en natuurlijker worden ervaren. Zorg dat de lijnen de aandacht op een juiste wijze door je beeld leiden, bij verkeerd gebruik kunnen ze ook de aandacht wegleiden, of erger nog, je beeld uit laten gaan. Bij denkbeeldige lijnen gaat het om het principe van stapstenen, meerdere elementen gaan met elkaar een interactie aan, waardoor je hinkstapsprong door het beeld geleid wordt.

Randjes

Een van de moeilijkste aspecten van de landschapsfotografie is oog houden voor het gehele beeld. De randen worden daarbij nogal eens vergeten. Bij een iets te ruim beeld is dat niet zo erg, dat kun je achteraf nog bijsnijden, maar andersom is natuurlijk een groter probleem. Zorg ervoor dat onderwerpen op of nabij de randen niet ongelukkig worden afgesneden en geef ze voldoende ruimte, zodat ze niet tegen het kader ‘duwen’. Let tevens op kleine, maar storende afleidingen, zoals een gsm-mast of een auto die in de verte voorbij rijdt. Wacht even of pas je compositie iets aan om dergelijke verstoringen te voorkomen.

 


Wil je meer weten over compositie, lees dan ook de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/tutorial-landschap-deel-2-compositie/

https://www.natuurfotografie.nl/letten-op-lijnen/

https://www.natuurfotografie.nl/kracht-van-de-herhaling/

https://www.natuurfotografie.nl/werken-met-leegte/


Landschapsfotografie in de praktijk

In de landschapsfotografie kun je grofweg voor twee aanpakken kiezen: een geplande aanpak of een zwervende aanpak. De ene werkwijze hoeft de andere uiteraard niet uit te sluiten.

Geplande aanpak

Je zag al eerder dat de periode met echt mooi licht maar kort duurt. Weten waar je op dat moment moet zijn vergroot je kans op een geslaagde foto enorm. De leukste manier die tot de meest persoonlijke foto’s leidt is goed rondkijken op de momenten dat het licht een stuk minder is, zoals tijdens een normale wandeling op een zonnige zondagmiddag. Je passeert ongetwijfeld plekken of elementen die je mooi vindt, maar die nu niet helemaal tot hun recht komen. Vraag je dan af wat er wel voor nodig is. Denk daarbij aan het moment van de dag (lichtrichting), het seizoen en het weer. Noteer deze plek en kom later terug.

Potentie zien… Op de eerste foto is het licht hard, staat de heide niet in bloeit en is er eigenlijk geen enkele aanleiding er een foto van te maken. Dat de plek veel potentie had, bewijst de tweede foto. Je moet het zien en vervolgens bewaren/onthouden voor het ultieme moment. Fotograaf: Bob Luijks

Dit werkt uiteraard vooral goed op plekken waar je regelmatig komt, op plekken die vrij dicht bij huis liggen. Ook onbekende plekken kun je in een zekere mate voorbereiden. Hiervoor bestaan speciale planningstools, zoals The Photographer’s Ephemeris, PlanIt of PhotoPills. Voor iedere plek op aarde kun je zien waar (en hoe laat) de zon opkomt en weer ondergaat. Hetzelfde geldt voor de maan. Dat kan voor ieder moment van het jaar. Wil je de zon exact achter een molen, boom of kerk zien opkomen, dan kun je dat op deze manier plannen. Tevens zijn er van veel plekken op internet foto’s beschikbaar die je reeds een goede indruk geven van de mogelijkheden. Denk voorbeeld aan de Streetviewfoto’s en kiekjes op Google Maps.

Zwervende aanpak

Bij een zwervende aanpak ga je meer voor het toeval, voor het onverwachte. Deze vorm van landschapsfotografie is een stukje avontuurlijker. De scoringskans is lager dan bij de geplande aanpak, maar de resultaten zijn vaak een stuk verrassender en origineler.

Een dergelijke aanpak vraagt om zeer goed kijken. Dit is iets dat je moet trainen, ofwel simpelweg veel uren doorbrengen in het veld. Is het landschap enigszins rustig en weids, dan kijk je niet in de verte, maar ga je in de eerste meters op zoek naar een interessante voorgrond. Dit kan van alles zijn, zolang het maar afwijkt van zijn omgeving door vorm, kleur of textuur. Heb je een interessante voorgrond gevonden, dan ga je pas daarna kijken of je daar een interessante achtergrond bij kunt vinden. Is de plek chaotischer, dan is een teleobjectief je beste vriend en moet je doorgaans juist wel nauwkeurig in de verte kijken. Het is de kunst om in die chaos toch net dat kleine stukje orde te vinden, bijvoorbeeld omdat een paar bomen met hun stammen net even een boeiend ritme vormen.

Geen idee waar in dit gebied de mooiste plekjes zijn. Lekker zwerven, je laten meenemen door de omstandigheden en het getrainde oog doet de rest. Fotograaf: Bob Luijks

Open landschappen

In open landschappen draait het dus meestal om een pakkende voorgrond in combinatie met een groothoekobjectief en een hoge diafragmawaarde. Varieer daarbij tussen staande en liggende beelden. Bij een staand beeld krijg je veel meer ruimte voor een aansprekende voorgrond of een fraaie wolkenlicht, terwijl je met een liggend beeld de breedte van het landschap benadrukt.

Met een staande foto heb je meer ruimte voor een voorgrond. Ga in combinatie met een groothoekobjectief op zoek naar een krachtige voorgrond, in dit geval waterlelies op de bodem van een drooggevallen ven. Het beeld is opgebouwd van links naar rechts. Fotograaf: Bob Luijks

Uiteraard kan ook in een open landschap een markant element aanwezig zijn (zoals een grillige boom) die bij het gebruik van een groothoekobjectief in niemandsland verdwijnt. Kun je niet dichterbij komen of heeft dat een ongewenst effect, schakel dan over naar een teleobjectief. Laat weg wat niet relevant is en leg zo de nadruk op de essentie van de plek. Op deze manier laat je onder andere heuvels en watervallen ook hoger lijken; laat in beide gevallen de bovenkant buiten beeld.

Besloten landschappen

Besloten landschappen zijn complexer dan open landschappen. Begin je net met landschapsfotografie, laat je dan niet te snel frustreren door besloten landschappen. In besloten landschappen (vaak bossen) gebeurt simpelweg heel veel, vaak te veel. Hier moet je als fotograaf proberen doorheen te kijken. Een stapje naar links of rechts, je camera enkele decimeters hoger of lager houden kan in dergelijke gevallen een enorm verschil maken! Bij besloten landschappen kies je meestal voor een teleobjectief. Let vervolgens op de volgende aspecten:

  • Laat de lucht buiten beeld. Licht trek altijd als eerste de aandacht en zal je aandacht dus van de rest van het beeld wegtrekken.
  • Pas op dat de voornaamste elementen in je beeld elkaar niet overlappen. In een bos is het nooit te voorkomen dat stammen elkaar overlappen, maar zorg ervoor dat de dikste, meest markante exemplaren dat niet doen.
  • Ons oog is gevoelig voor licht, kleur en grote gebaren. In een chaotische setting zijn het vaak de kleine details die uiteindelijk enorm afleiden in een foto. Staat er niks te veel op? Geen storende takken die net het beeld in prikken of die de bodem onrustig maken.
Een Amerikaanse krent in een besloten landschap. Met een teleobjectief zoeken naar een kader van dennen en de lucht buiten beeld laten. De krent is het lichtste element in de foto en eist zo gelijk alle aandacht op. Fotograaf: Bob Luijks

Uiteraard zijn er ook hier weer situaties te bedenken waarbij een groothoekobjectief juist wel een meerwaarde heeft. Het groter de beeldhoek, hoe alerter je moet zijn op zaken die afleiden. Zoek ook nu weer naar een pakkende voorgrond, die dermate krachtig is dat alle aandacht hier naar toe gaat, waarbij de rest van het landschap eigenlijk alleen nog maar decor is. Omdat de focus zo sterk op de voorgrond komt te liggen, speelt de chaos een wat minder grote rol. Denk aan een stronk met paddenstoelen, een fraaie varen of een beekje met keien en dynamische stromingspatronen. Deze laatste kunnen ook nog eens veel richting geven in het beeld.

 


Wil je meer weten over het fotograferen van landschappen, lees dan ook de volgende artikelen:

https://www.natuurfotografie.nl/tpe-een-van-de-beste-apps-voor-landschaps-en-nachtfotografie/

https://www.natuurfotografie.nl/6-tips-voor-rust-in-je-landschapsfotos/

https://www.natuurfotografie.nl/landschapsfotografie-in-het-vlakke-nederland/

https://www.natuurfotografie.nl/staande-landschapsfotos-en-waarom-je-die-meer-zou-moeten-maken/

https://www.natuurfotografie.nl/hoe-fotografeer-je-open-landschappen/

https://www.natuurfotografie.nl/bosfotografie-aan-de-bosrand/

https://www.natuurfotografie.nl/in-elk-bos-een-goede-bosfoto-maken/

https://www.natuurfotografie.nl/10-tips-voor-mooie-bosfotos/


Meer weten over landschapsfotografie?

Heb je dit artikel gelezen en wil je nog meer informatie over landschapsfotografie? In de volgende boeken en cursus vind je alles wat je wilt weten over landschapsfotografie:

 

Handboek landschapsfotografie 

Zonder twijfel het meest complete boek over landschapsfotografie in de Lage Landen: compleet, praktisch en diepgaand, geschreven door zes topfotografen op dit vlak.

 

Grip op compositieCover boek Grip op Compostie

Niet eerder verscheen er in het Nederlandse taalgebied zo’n compleet boek over alle facetten van compositie in de natuur- en landschapsfotografie. De vele foto’s en schema’s maken dit tot een onmisbaar naslagwerk voor iedereen die meer wil weten over dit belangrijke aspect in de landschapsfotografie.

 

Scapes-serie

De Scapes-serie bestaat uit vijf titels: Wowscapes, Woodscapes, Seascapes, Nightscapes en Weatherscapes, stuk voor stuk op zeer persoonlijke wijze geschreven door toppers in de landschapsfotografie. De boeken zoomen in op de X-factor in de landschapsfotografie, steeds op basis van de persoonlijke visie en stijl van de auteur.

 

Praktijkgids filtersCover Praktijkgids Filters

Filters zijn onmisbare hulpmiddelen in de landschapsfotografie. In deze praktijkgids, uniek in zijn soort, worden ze allemaal aan je voorgesteld, inclusief werkwijze en uiteraard steeds aan de hand van verhelderende afbeeldingen.

 

Online cursus landschapsfotografie

In deze online cursus helpen landschapsfotografen Bob Luijks en Marijn Heuts je in tien lessen op weg in de wereld van de landschapsfotografie. Compleet met handige video’s, pdf’s en concrete opdrachten.

 

 

 

 

 

 


Ontdek hoe je landschappen vastlegt die écht indruk maken. In deze uitgebreide online cursus landschapsfotografie leer je stap voor stap hoe je sterker omgaat met compositie, licht, weersomstandigheden en camera-instellingen. Met inspirerende video’s, praktische opdrachten en waardevolle tips van ervaren natuurfotografen ontwikkel je niet alleen je technische vaardigheden, maar ook je eigen fotografische visie. Of je nu beginner bent of al ervaring hebt, deze cursus helpt je om meer uit elke fotosessie te halen.

Schrijf je vandaag nog in en zet de volgende stap naar indrukwekkende landschapsfoto’s waar je trots op bent.

Tijdelijke actie: Tot en met 2 augustus ontvang je € 10,- extra korting op de Online cursus Landschapsfotografie met kortingscode: M3W9B6BF

 

 

 

 

 

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en servicevoorwaarden zijn van toepassing.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: