Foto’s van een dier in zijn omgeving zijn dan een logisch vervolg. Die waren met wat kennis van het terrein en het gedrag van de families eigenlijk verbazingwekkend snel gemaakt, doorgaans met een brandpuntsafstand ergens tussen de 50 en 200 millimeter. Hoewel de directe leefomgeving in zulke foto’s goed zichtbaar is en er meer context in zit dan in het zoveelste portret, missen de foto’s drama en impact. Waarschijnlijk omdat het brandpunt nogal lijkt op wat ons menselijk oog ziet en het perspectief dus niet verrast.
Groothoek
Een groothoeklens dicht bij de bever zou de foto’s een stuk krachtiger kunnen maken, omdat de perspectiefwerking zorgt voor een overdreven prominent in beeld staande, bijna dreigend ogende bever. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bevers hebben nogal een flink territorium en gebruiken dat ook volledig, met ogenschijnlijk volstrekte willekeur. Alleen als er ergens een vers omgeknaagde boom in het water ligt, kun je ervan op aan dat de bevers zich langer op één plek zullen vertonen. Een beverterritorium is echter nogal nat, en die nattigheid is ook nog eens vaak te diep om op een veilige manier een camera te kunnen plaatsen.

Het op goed geluk opstellen van een camera ergens langs de oever, hopend op een langskomende bever, zou daarom wel eens een langdurige en kansloze onderneming kunnen worden. Het idee ging dus weer in de koelkast. Tot ik deze zomer ontdekte dat een deel van een beverfamilie in een vakantieburcht iets verderop was gaan wonen. Ze foerageerden nog wel in het eigenlijke territorium. In de loop van de vroege ochtend vond het woon-werkverkeer plaats. Afhankelijk van de gekozen route moesten ze daarbij een kleine beverdam oversteken. Geen indrukwekkende dam zoals in de Ardennen, maar een wat kinderlijk bouwsel van 2 meter lang en niet meer dan 30 centimeter hoog. Het voordeel van zo’n kleine dam is dat deze als een fuik werkt: ze móéten erlangs gaan. Ook zat er een soort deukje in de dam: een lager punt waar de bevers consequent passeerden. Dat bood kansen!
Beverdam
Omdat het water aan beide kanten van de dam erg ondiep en bovendien stilstaand was, besloot ik het erop te wagen. Ik monteerde een camera met groothoeklens op een klein en stevig macrostatief en plaatste het geheel in de beek vlak bij de dam. Op de camera kwam een draadloze ontvanger. Met de zender in de hand stond ik iets verderop, met goed zicht op de dam en de aanzwemroute en klaar om de knop in te drukken. De camera stelde ik in op diafragmavoorkeuze vanwege het snel veranderende licht. Ik hoefde gelukkig geen rekening te houden met tussentijdse belichtingscompensatie. Het diafragma zette ik ergens tussen f/5 en f/9, afhankelijk van de benodigde scherptediepte. Parallel aan de bever had ik veel minder speling nodig dan recht van voren. De ISO ging op 2500 of 3200 om de sluitertijden zo kort mogelijk te houden. Een bever beweegt niet bepaald snel, maar op zulke korte afstand komt elke beweging ook extra groot in beeld.

Ik stelde handmatig scherp, op de voorste takken van het ‘deukje’ in de dam. Het brandpunt varieerde tussen 19 en 24 millimeter. Ik had kunnen uitzoomen tot 16 millimeter om meer kans te hebben op een bever in beeld. Voor voldoende impact had ik dan flink moeten croppen en dat doe ik bij voorkeur zo weinig mogelijk. Mijn spiegelloze camera ging op de stille stand. Bij een eerdere poging met een spiegelreflex bleek al snel dat de bevers terugdeinsden voor de toch bescheiden klikjes. Ten slotte koos ik voor 10 beelden per seconde, om de kans op de ‘money-shot’ te vergroten.
Al gauw kwam ik erachter dat er weinig vastigheid in de bewegingen van de bevers zat. De ene ochtend kwam er één langs, soms twee, maar veel vaker ook geen. Dan kwamen ze namelijk langs de andere kant van het eiland aanzwemmen en lieten de dam letterlijk links liggen. Soms bewogen ze al richting de dam als ik nog in het duister mijn spullen stond op te stellen. Of net daarna, wanneer de sluitertijd te lang was voor scherpe foto’s. Het zou weer eens niet vanzelf gaan.

Uitproberen
De eerste gelukte foto’s waren nog niet echt naar wens. De camera stond te ver weg of te hoog, waardoor de foto’s de impact misten die ik voor ogen had. Bovendien was ik te gericht op de plek van de bever in beeld, en had ik te weinig aandacht besteed aan de compositie van het landschap eromheen. Na enkele pogingen had ik de juiste hoek te pakken: de camera laag boven het water en in een schuine hoek vrij dicht bij de dam. De scherptediepte was daarbij beperkt tot zo’n 30 centimeter. Dat lijkt veel, maar een volwassen bever die in volle glorie op de camera afkomt, heeft de kop al gauw buiten die 30 centimeter. De foto’s waar de bever er mooi overdreven groot op stond, waren daarom niet scherp op de kop.


Met die kennis besteedde ik nog verschillende ochtenden aan de waterkant. Ik gebruikte mijn hand om een stukje voor de dam scherp te stellen. Na enkele net-nietpogingen was er dan eindelijk die ochtend dat twee bevers netjes na zeven uur, dus in voldoende licht, de dam overstaken. Bij de eerste oversteek stond ik zelf te dichtbij, met een beverselfie als gevolg. Bij de tweede passant viel echter alles op zijn plek en maakte ik de foto die ik in mijn hoofd al lang had gemaakt. De camera deed er tien ochtenden van elk drie uur lang over.


Meer verhalen van hoe foto’s ontstaan? In Blik over de Schouder nemen 50 natuurfotografen je mee in hun fotografische proces. Van visie en voorbereiding tot keuzes in het veld, hulpmiddelen en momenten waarop het anders loopt dan gepland. Waarom kiezen ze juist die ene foto uit een reeks van vijftig? Je leest het verhaal achter de beelden en ontdekt hoe fotografen hun aanpak bepalen. Met bijdragen van onder andere Theo Bosboom, Andrea Gulickx, Bas Meelker en Roeselien Raimond. Laat je inspireren om anders te kijken, bewuster te kiezen en meer uit je fotografie te halen. Ontvang nu € 5,- korting!




2 reacties
Hoi Marijn. Met plezier jouw artikel gelezen. Leuk dat je nú over de groothoek-boeg hebt gegooid met een top foto als resultaat. Groeten, Erik uit de buurt.
Gaaaf Marijn, mooi hoe je naar z’on beeld toe werkt, het geeft natuurfotografie zoveel meer.
Mis nog wel het bekende Marijn staartje in de foto maar dat is de volgende uitdaging voor je.
Gr Michel