Enerzijds komen er uit vanuit de koloniën allerlei bijzondere planten en dieren. Anderzijds gebruiken met name talentvolle vrouwen de bloemen en insecten uit hun directe omgeving als bron voor prachtige stillevens en botanische tekeningen. Als nachtvlinders in deze voor velen toch duistere tijden werkten zij aan bijzondere meesterwerken. Ik moest aan hen denken tijdens de opnamen voor het programma BinnensteBuiten. Ecoloog Arnoud-Jan Rossenaar en boswachter Marieke Schatteleijn wilden in deze uitzending de soortenrijkdom van de Coepelduijnen onder de aandacht brengen. Als boswachter van dit gebied in Nationaal Park Hollandse Duinen gidste ik hen over noord- en zuidhellingen op zoek naar kenmerkende en zeldzame natuurpareltjes.

Nachtsilene: al het goede in drieën
Op de hellingen bloeit in de zomernachten van mei tot en met augustus de nachtsilene. Het duurde even voor ik deze overdag bescheiden plant vond. In het daglicht is er geen reden voor de bloemen om de frêle witte bloemblaadjes te openen en verlokkelijke geuren te verspreiden. In de nacht opent de bloem zich, klaar om nachtvlinders te ontvangen. De eerste nacht reiken de buitenste meeldraden naar vlinders die worden verleid om er vervolgens het stuifmeel los te laten. De tweede nacht is het de beurt aan de binnenste meeldraden. De derde nacht ontvouwen zich de stempels, klaar om het stuifmeel te ontvangen. Met deze strategie wordt zelfbestuiving voorkomen en zal iedere nieuwe plant die uit de zaadjes opkomt zich onderscheiden van de moederplanten.

Hondskruid
Na de zoektocht op droge kalkrijke zandhellingen is mijn volgende missie er één aan de randen van natte duinvalleien. Coepelduijnen is het bolwerk van een zeldzame orchidee. Net als alle orchideeën is het hondskruid afhankelijk van schimmels in de bodem waarmee het stofzaad in samenwerking tot ontwikkeling komt. Eenmaal tot wasdom gekomen slaat de plant reserves op in wortelstokken. Niet altijd zijn de omstandigheden gunstig genoeg om te bloeien. Zo is dit jaar een matig jaar. We hebben maar één plant gevonden tijdens de voorbereiding van de filmopnamen.
Dan valt mijn oog op het zachte roze van de piramidevormige bloeiwijze van een pas ontloken hondskruid. Dit jaar dus niet één maar twee planten. Heel onrustig word ik niet van deze matige score. Door een duinvallei te plaggen en een andere vallei tot in de bovenste zandlaag te maaien (chopperen noemen we dat) zullen op die plekken de omstandigheden voor de trots van de Coepelduijnen in de komende jaren uitstekend zijn. In de Coepelduijnen werken beheerder en natuur in een nauwgezet samenspel. Steeds ontstaan zo op verschillende plekken leefgebieden voor bijzondere soorten. In een groot duingebied zou de dynamiek van wind, zon en regen dit van nature doen. De duinen zijn echter te smal geworden door menselijke inrichting en worden zo negatief beïnvloed door stikstof en klimaatverandering dat dit natuurlijk samenspel is verstoord. Reden om als verantwoordelijk beheerder met kennis en kunde aan de slag te gaan in samenwerking met de natuur. En wie weet als de weersomstandigheden gunstig zijn en het beheerwerk zijn vruchten afwerpt zou het me niet verbazen als we in 2027 honderden exemplaren tellen.

Bitterkruidbremraap
In de rand van de duinvallei valt mijn oog op een vreemde plant. Het is een plantensoort zonder bladgroen. Een bremraap. Bremrapen onttrekken hun voedingstoffen door zich vast te klampen aan de wortels van andere planten. Met enig zoeken ontdek ik aan de voet van de bremraap enkele blaadjes van het bitterkruid. De bremraap staat in bloei. Dat kan ik niet zeggen van het bitterkruid. Als gastheer van de parasitaire bremraap is er zoveel energie aan haar wortels onttrokken dat ze niet tot bloeien komt. Het geeft mij wel de aanwijzing om de bremraap op naam te brengen. Het is niet de algemenere walstrobremraap, een soort die parasiteert op gladde walstro, maar een bitterkruidbremraap.

Moeraswespenorchis
Op mijn knieën in de duinvallei moet ik oppassen dat ik geen zeldzame planten knak. Coepelduijnen is niet voor niets in het bloeiseizoen gesloten voor mensen. Alleen voor deze filmopnamen maken we een uitzondering. We leiden de filmploeg voorzichtig door de kwetsbare vegetatie. Na het bloeiseizoen gaat het gebied open en mag je, weliswaar zonder gravende en poepende honden, hier vrij struinen. Bijzonder genoeg is het struinen essentieel voor de openheid van het gebied. Doordat de bewoners van de zeedorpen eeuwenlang gebruik hebben gemaakt van de duinen om aardappels te telen, enkele stuks vee te weiden en netten te boeten, is een afwisseling ontstaan in voedselrijke en voedselarme plekken in de kalkrijke duinen. Die afwisseling, in combinatie met natte duinvalleien en zuid- en noordhellingen, maakt die enorme soortenrijkdom mogelijk.
Een combinatie van nauwkeurig beheer, kleinschalige projecten en matig openstellen voor recreanten zorgt voor het behoud van Coepelduijnen als parel in het Nationaal Park Hollandse Duinen. Al peinzend kijk ik om me heen. Dan valt mijn oog plots op een van de mooiste van de Nederlandse orchideeën, de moeraswespenorchis. En, nu ik eenmaal een exemplaar gespot heb, zie ik de volgende en de daaropvolgende. Ik zit in een ongekende weelde aan inheemse bloemen.

Hedendaags botanisch schilderen
Ergens in de botanische tuin van Leiden zit een bijzonder begaafd mens. Aan haar moet ik denken terwijl ik in de Coepelduijnen word overweldigd door onze prachtige Hollandse natuur. Ik ken geen begaafder kunstenares op het gebied van botanisch schilderen en tekenen. Ooit schilderde ze de eerste hyacintorchis van Nederland in Noordwijk. Nu werkt ze in de voetsporen van de 17de-eeuwse Clara Peeters aan een serie botanische schilderingen van rodelijstsoorten. Het is droevig om te bedenken dat deze lijst de afgelopen eeuw vele malen langer is geworden door onze verslaving aan fossiele grondstoffen. Maar wat een vreugde brengt Esmée Winkel met haar schilderijen. Hier kan geen energieverslindend AI-plaatje tegen op. En wat een vreugde is er te beleven aan de wonderschone natuur die zich in een van de drukste Nationale Parken van Nederland bevindt. Laten we haar koesteren.
Geen toegang maar wel een kans
De Coepelduijnen zijn afgesloten wanneer ze op haar mooist is. Dit is essentieel voor het behoud van de soortenrijkdom. Waar en wanneer kun je als fotograaf of natuurliefhebber dan wel genieten van die zojuist beschreven bloemenpracht?
Dat kan het hele jaar door vanaf de paden in Berkheide. Hier zijn door nauwgezet beheer en diverse projecten langs de paden exemplaren te vinden van bovengenoemde soorten. Volg daarvoor bijvoorbeeld het boswachterspad Berkheide.
Omdat de natuur van mijn brein vele malen energie-efficiënter en creatiever is dan onze technologie is dit stuk geschreven zonder gebruik van opdringerig AI.








Eén reactie
Mooi verhaal, maar zijn de orchideeën ook te zien voor de wandelaar of fotograaf? Een misser is het onderschrift bij de aquarel van Esmee Winkel. Ze is misschien de fotograaf van haar eigen aquarel van de hyacintorchidee.