Niet meer alleen
Ze verschijnen nooit lopend. Ze materialiseren. Eén seconde is er absolute stilte, de volgende hoor je het verraderlijke schuiven van een statiefpoot. Alsof ze via fotosynthese ontstaan. Of via dauw. Waarschijnlijk dauw. Je weet gelijk, dit is geen dier. Dit is een soortgenoot. En net als jij is hij hier om de natuur in haar puurste vorm vast te leggen en waarschijnlijk net iets beter dan jij.

De fotografengroet
Er bestaat een ongeschreven gedragscode onder natuurfotografen. Een knikje, meer niet. Woorden dragen immers ver. Maar toch is er altijd die ene die het niet kan laten. “Mooi licht, hè!” Je knikt. Ja, dat is precies waarom we hier voor zonsopkomst al staan, vriend. Je probeert je focus te bewaren. Die grote zilverreiger verderop zit daar perfect. Maar helaas, er is nu sociale interactie. En sociale interactie in het veld is als autofocus op een vogel in het riet: het zit er altijd net naast.

De stille keuring
Zonder dat er verder een woord valt, begint de inspectie. Zijn blik glijdt langs jouw lens en camera. “Hmm fotografeer jij met Canon? Sony is inmiddels een stuk beter.” Of: “Is dat een 200mm lens? Voor vogels? Bijzonder. Wel 2.8 toch?” Je voelt het oordeel. Het is niet gemeen. Het is… professioneel. “Gebruik jij nog autofocus?” vraagt hij achteloos. “Ja,” zeg je. “Ah.” Dat “ah” weegt meer dan een volle cameratas.
Competitie zonder winnaars
Dan gebeurt het. Een ijsvogel. Of een kiekendief. Of iets zeldzaams waarvan je later op Facebook zult zeggen: “even snel vastgelegd”. De wereld krimpt tot één vogel en twee ego’s. Er wordt niet bewogen, maar geschoven. In millimeters. Zijn camera ratelt in burst-modus alsof hij een machinegeweer heeft meegenomen. Jij klikt ook, want niet klikken is geen optie. De vogel vliegt weg. “Mooi moment hè?” zeggen jullie tegelijk. Alsof dit niet gewoon collectief falen was.

Het ritueel van het schermpje
Dan volgt het heilige moment: het tonen van de achterkant van de camera. “Bij mij net scherp op het oog,” zegt hij, terwijl hij een foto toont die eruitziet als een zwart stipje met ambitie. “Prachtig,” zeg jij. Jij laat jouw foto zien. Iets scherper, iets beter belicht. Hij knikt langzaam, zegt niets, stopt zijn camera weg. Je weet genoeg. Hij komt morgen terug. Een uur eerder.
Het afscheid en de waarheid
Na een uur zonder succes komt de onvermijdelijke zin: “Nou, ik ga maar eens een ander plekje proberen.” Je wenst hem oprecht succes. Wacht tot hij uit zicht is. En verplaatst je vervolgens exact naar zijn plek. Want je weet, dat plekje was net wat beter.

Tot slot (met een knipoog)
De collega natuurfotograaf is geen vijand. Hij is familie. De enige andere mens die begrijpt waarom jij vrijwillig nat, koud en ongezien in een weiland ligt te wachten op iets dat misschien nooit komt. Ja, ze kunnen irritant zijn. Ja, ze praten soms op het slechtst denkbare moment. Maar ze delen dezelfde liefde voor licht, stilte en dat ene perfecte moment.
Dus laten we vooral aardig voor elkaar zijn. Iets stiller ook. Een knikje is genoeg. En als je dan toch iets wilt vragen, fluister dan zachtjes: “Mooi moment hè?” En meen het deze keer.








7 reacties
Haha herkenbaar, leuk stukje!
Met een lach gelezen, zo herkenbaar🤣 En zelf dan heel zachtjes en kort terug fluisteren. In de hoop dat de ander het oppikt om ook heel zachtjes te zijn en nauwelijks te praten.
Blij dat ik mijzelf nu niet meer naar bekende plekken beweeg, maar
“gewone” plekken die ook mooi zijn.
Mooie foto’s!
Ik kom maar zelden, en op “mijn plekken” echt helemaal nooit over de pakembeet afgelopen 40 jaar, “collega” natuurfotografen tegen. Waar dan??? Daar laat ik me nu net niet over uit 😛
Toch beste groeten allemaal, daar ergens waar ik nooit kom en niet wil zijn.
Op de plekken waar iedereen hetzelfde plaatje wil schieten misschien?