Wachten op de juiste avond

De Led emmer heb ik aangeschaft en lokt met een eenvoudige UV-lamp de vlinders. Vlinders die op de lamp afvliegen zakken vervolgens in de emmer waar eierdozen hen een onderkomen voor de nacht bieden. Elke avond is het afwachten of het droog blijft. Door die vermaledijde klimaatverandering is dat vaker wel dan niet. Het helpt ook als het een beetje windstil is. Mijn ervaring is hoe meer wind hoe kleiner de vlinders en zeker hoe kleiner de vangst.

Blinde vlek van natuurkenners
Bijzonder is dat terwijl ik in mijn nieuwbouwwijktuin bezig ben er een echte kenner van nachtvlinders in het Haagse Bos vlinders vangt en determineert. Zijn resultaten zijn indrukwekkend. De tuin levert veel minder dieren en minder soorten op. Reden te meer om door te gaan. Net als fotografen altijd naar de zeldzame natuurplekken trekken voor een wonderschone foto doen ook inventariseerders van soorten dat ook. Gevolg: in de schaarse natuurgebieden hebben we een aardig beeld van wat er voorkomt terwijl in de door voor mensen ingerichte gebieden (ondertussen vierentachtig procent van ons landoppervlak en dalend (bron) de impact van ons handelen nauwelijks in beeld is. Iets wat niet helpt bij het natuurinclusiever inrichten van de samenleving. Een onontkoombare stap willen we onze samenleving leefbaar houden. Anders verstikken we door wat die voor mensen ingerichte ruimte produceert o.a. slechte luchtkwaliteit en hittestress.

Verwondering
Maar goed, tijd voor positieve verwondering. In de ochtendschemering schuif ik de schuifpui open en loop voorzichtig met de telefoon in de hand af op de verlichte emmer. Een meter van de emmer blijf ik staan en speur de buitenzijde af op zoek naar de eerste vlinders. Op de houder van de lamp zie ik een klein wit gestippeld motje. Langzaam kom ik dichterbij. Met het weinige licht heeft de camera van de telefoon moeite met scherpstellen. Ik zoom in en beweeg de telefoon dichterbij en vervolgens weer wat verder af tot de camera scherpstelt. Een prachtig zacht motje komt in beeld.

Spookhuis
Ik realiseer me dat de zachte beharing van de mot helpt om in de koude nachten op temperatuur te blijven. Ik voel me een beetje schuldig dat de vlinder verleid is door de UV-lamp en dus minder tijd heeft gehad om zich te voeden. De app Obsidentify determineert de foto als stippelmot spec. Ik glimlach. In het Haagse Bos ontstaat soms een waar spookhuis doordat de rupsen van de kardinaalsmutsstippelmot de hele struik inspinnen als bescherming. Na Sint Jansdag (24 juni) loopt de struik weer uit, zijn de rups etende jonge vogels gevoed en heeft het samenspel in de natuur weer zijn werk gedaan om zichzelf in stand te houden.

Ik haal de houder van de lamp voorzichtig weg en leg hem zo dat de mot weg kan vliegen als het wat warmer wordt. Aan welke boom hij verbonden is kom ik niet te weten. Wilg, kardinaalsmuts, meidoorn of misschien wel vogelkers? Hoewel die laatste onwaarschijnlijk is omdat die niet in deze buurt groeit.

Huismoeders en weeskinderen
Voorzichtig til ik de trechter uit de emmer. Dan één voor één de eierdozen. Her en der zitten smalle micro-vlinders. Ze zijn voor mijn toch al niet te beste ogen te klein om te genieten van hun schoonheid. Maar daar zit een uiltje. Uiltjes maken me blij, ze zijn een feest voor het oog. In Nederland zijn zo’n 350 soorten waargenomen. Ieder met hun eigen prachtige patronen. Ik maak foto na foto hopende dat de wondere schoonheid door het cameraatje wordt gevangen. Daarna volgt de spanning van de determinatie. Het is een huismoeder.

Hardvochtig
De naamgeving van insecten is een feest. Ik realiseer me dat ik een van mijn wenssoorten hier nog niet ben tegengekomen, het rood weeskind. Ik moet in mezelf lachen als een vraag bij me op komt. ‘Hoe is het mogelijk dat als er zoveel huismoeders rondvliegen er toch nog weeskinderen zijn?’ Daarna volgt een pijnlijke gedachte: Hoe hardvochtig zijn we in Nederland tegen mensen die door oorlog en vervolging huis en haard hebben moeten verlaten en hier in een van de rijkste landen ter wereld hun heil zoeken. Mijn vrolijkheid gaat over in schaamte. Ik draai een volgende eierdoos om.

Gewone!?
Onder in de emmer liggen dode motjes. Ik herken ze. De eerste keer baalde ik dat ze dood waren. Maar later las ik dat de dieren slechts twee dagen leven. Het zijn duikermotjes. Het belangrijkste deel van hun leven vindt plaats in het water.
Op een van de dozen tref ik nog een uiltje. Minutenlang kijk ik naar de tekening op de vleugels: een spel van bruin, geel, oker, gebroken wit. Hoeveel woorden onze taal ook bezit voor kleuren, ze schieten hier tekort. Ik zoek de naam van de vlinder op. De gewone grasmot, mijn mond valt open. ‘Gewone’! Ik was net nog zo lovend over de naamgevers.
Waar kan ik protest aantekenen?
Maar gewone. Hoe is dat mogelijk. Dat woord in namen van dieren moet nodig en structureel worden verwijderd. Hoe kunnen we dat gemist hebben na de zuivering op verkleinwoorden en afschuwelijke verwijzingen naar racisme.
Maar bij wie kan ik daarover terecht? Voor de Latijnse namen bestaat de International Commission on Zoological Nomenclature maar waar moet ik terecht voor de Nederlandse namen?

Tips
Boeken Menno Schilthuizen Menno Schilthuizen Archieven – Atlas Contact : Atlas Contact
Boeken Caspar Janssen. Caspar Janssen Archieven – Atlas Contact : Atlas Contact
Zelf meedoen
Voor echte fanatiekelingen. Die kunnen meedoen met het Meetnet van de Vlinderstichting.











