Heiligschennis
Het is gek. Net alsof mijn elke poging voor een close-up vliegfoto als heiligschennis voelt. Begrijp me niet verkeerd; het vastleggen van vliegende vogels is lastig, en al helemaal als ze dichtbij zijn. Sluitertijd hoog, diafragma op f11. De focus is taai; ‘net-niet-op-het-oog’. En dan die vervelende vleugelschaduwen overal. Uitdaging zat, voor deze fotograaf. Maar techniek lijkt niet het grootste struikelblok. Het probleem zit elders.

Ongemakkelijk
Wat ‘vliegers’ lastig maakt, is iets mentaals. Iets gevoelsmatigs. Juist die vrijheid van vlucht maakt het zo onmogelijk om ze ‘eerlijk’ te vangen. Want eigenlijk, persoonlijk, zijn ‘vliegers’ vrij. Te vrij. Te vrij om van dichtbij bevroren te worden. Zonder ruimte, context van die enorme lucht om die veren heen, of zonder beweging. Een beetje ongemakkelijk.

Bevroren
Fotografie zet per definitie de tijd stil. Dat weet ik, en waardeer ik. Meestal dan. Een zitportret dat ademt, een zwijgende omgeving. Een vlinder die met zijn kleuren flamboyeert (is dat een woord?). Maar een vliegende vogel schreeuwt een weerwoord. Vragend om een soort ‘onzekerheid’. Niet gepropt in een frame, vleugels bevroren, stil. Gevoelsmatig, voor mij, onjuist.

Hoofd- en bijrollen
Maar wat is voor mij dan wel ‘juist’? Het beeld moet ‘vliegen’. Niet scherpte, niet ‘dichtbij’, niet kleurrijk. Althans, niet altijd. In ieder geval niet in de hoofdrol. Wat wel? Ruimte. En beweging dus, of richting, als het kan. En simpliciteit, ook in abstractie.

Wel zo zwart-wit
Om eenvoud te versterken – en, toegegeven, een felblauwe lucht te temmen – schakel ik vaak over naar zwart-wit. Dat vereenvoudigt en dwingt tot keuzes tot de essentie. Zo’n zwart-wit kijkt anders; niet naar kleur. Het benadrukt het minimale, het ‘nodige’ dat er wel gebeurt – texturen en vorm worden versterkt. Je kan je nergens meer achter verstoppen.

Ieniemienie
Ik weet nog wel wat ik dacht toen ik voor het eerst een wilde raaf zag. In Oostenrijk, was dat. Een jonkie. Bang was ‘ie totaal niet, tot mijn verbazing. En groot! “Pardon!? Bakbeest!” – dacht ik. Ik vertrok met wat leuke portretjes. Vorige zomer, ook in Oostenrijk overigens, moest ik het echter doen met een vliegend individu, ver weg. Het voelde het ‘juist’ om die gigant ‘mini’ te pakken. Tussen de wolken, voor context. De foto werkt voor mij – juist omdat je weet hoe groot dat dier is – en hoe groot die ruimte dus wel niet is.

Sluiterspel
Maar het leukst vind ik om in een foto die beweging vast te leggen. Dat betekent: spelen met langere sluitertijden. En ‘everything goes’: van 1/500s tot 1/25s en dan ‘meebewegen’. Of terug naar zelfs 1/2s en hopen dat die zwaluw in beeld blijft. Behoorlijk foutgevoelig. 98% verdwijnt direct in de prullenbak. Maar heel af en toe… dan klopt het. Niet vanwege de scherpte – totaal afwezig – maar omdat het leeft.

Louter abstract?
Nee. Nee. Ergens vind ik het nodig dat je, met enige kennis, wel nog ziet welke vogel het is (of in ieder geval dat er een vogel is). ‘’Iets stern-achtig”, bijvoorbeeld, of “dat zal wel een rover zijn”. Alleen abstractie is dan ook weer niet wat ik zoek. En die lijn is soms behoorlijk lastig. “Wanneer is iets abstract maar herkenbaar? Hoe ver kan ik gaan, en waar moet het stoppen?” Die vragen maken het proberen zo leuk.

Het voelt fijn lekker je eigen ding te kunnen doen – een duidelijke voorkeur te hebben voor technieken of stijlen. Ik weet dat mijn ‘vliegmening’ niet de meest gebruikelijke is – niet voor iedereen weggelegd. En dat is prima. Dat is leuk. Daar draait het ook om denk ik. Vrije vogels, vrije fotografen. Ik ben benieuwd hoe jullie ‘vliegers’ het liefst tackelen. Ook met kunst en vliegwerk, toevallig?






4 reacties
Spelen met licht, spelen met snelheid (sluitertijd) levert fascinerende en creatieve beelden op :). Complimenten!
Bedankt Douwe, voor je toffe reactie! De technieken gaan af en toe gepaard met wat ‘vallen en opstaan’, maar er zitten steeds vaker leuke beelden tussen! Ik blijf er in ieder geval mee doorgaan 🙂
Bedankt voor je column. Ik heb er al op zitten wachten. Gaaf dat je ze ook fotografeert in zwart-wit. Dat vraagt toch weer een andere manier van kijken, zowel in het veld als in de LichteKamer.
Hi Johannes, bedankt voor je reactie! Ik merk dat fotograferen in zwart-wit vaak verstoringen ‘verstopt’ en voor ‘simplistischere’ beelden zorgt. Zeker bij abstracte beelden kan het dan juist zorgen voor het overzicht. Kortom, zeker waard om daarmee te blijven oefenen!