Verdwijnen en verstrijken van tijd
Ik krijg een brok in mijn keel. Overvallen door emotie. Het is meer dan twintig jaar geleden dat ik ze hier zag. De paellarijstvelden werden toen nog afgewisseld met ruige onbestemde vlakten. Op een zandweggetje verzamelde een groep zich. Lopend en rondvliegend omsingelde de plevieren ons met hun ongekende schoonheid mijn dierbare vriend Roland en ik. Nu is de Ebrodelta strak ingedeeld. Een bestemmingplan, een vel ruitjespapier dat zijn weerslag vindt in het landschap. Al vele jaren komen we hier terug, op zoek naar de emotie van lang geleden. Toen we ze voor het eerst zagen was de camera geladen met diarolletjes. Nu ratelt de camera een geheugenkaartje vol en helpt niet alleen Roland, maar ook dierbare vriend en collega Astrid me met het zien van al die natuurpareltjes van dit gebied
Mijn ogen zijn in die jaren hard achteruit gegaan. Glaucoom en staar hebben licht weggenomen. Ik zie slechts vlekken voorbijsnellen. De camera piept als bevestiging dat er is scherpgesteld. Zou het een vorkstaartplevier zijn? ‘s Avonds zal ik pas zien dat de missie is geslaagd, zie ik pas de details die ik hierboven beschrijf. ‘s Avonds verschijnt op mijn laptop beeld na beeld. En van de honderden beelden zijn er enkele haarscherp. Ze tonen de prachtige tekening van de kop. Die zwarte lijn, als een traan druipend over de wang van de vogel. Een traan die zich weerspiegelt in het verdriet dat mijn gezichtsverlies met zich mee brengt.

Vogels en hun vlucht
Vorkstaartplevieren zijn familie van onze weidevogel de kievit en van de pionier van menig nieuw ingericht slikgebied, de kleine plevier. Kieviten zijn iedere lente een vreugde als zij hun duikvluchten maken boven de Hollandse weides. Ook kleine plevieren hebben me verrukt met hun baltsvluchten boven de duinen van Nationaal Park Hollandse Duinen. Maar wat vorkstaartplevieren presteren heeft mijn dromen twintig jaar lang gevuld. Ze doen me denken aan de vermetele jagers van het Schotse Handa island.

Verlies en landschapspijn
Dat we de vorkstaartplevieren al in geen twintig jaar hebben gezien is geen toeval. Hun broedaantallen fluctueren nogal. Gelukkig neemt hun aantal in Spanje wat toe en worden nu ook tientallen broedgevallen in de Franse Camargue gemeld. Triest is dat ondertussen in Oost-Europa en het Midden-Oosten hun aantallen achteruit gaan. In Israël met name door intensivering van het landgebruik en pesticiden. Het zou me verbazen als het ruitjespapier dat over de Ebrodelta is gelegd niet ook een oorzaak is van de moeite die we de afgelopen jaren hadden om ze te vinden.

Vliegen en een vrije blik op de horizon
Vorkstaartplevieren houden van open vlaktes, liefst met schaarse begroeiing en wat vee. Met de snelheid waarmee ze over ons heen scheren kan ik me voorstellen dat je op keverjacht niet zit te wachten op een plots opdoemende boom of metershoog rotsblok. De voorliefde voor open vlaktes is kenmerkend voor plevieren. Ze houden graag zicht op de omgeving. De vier eieren van een vorkstaartplevier liggen in een ondiep kuiltje met de punt naar elkaar toe gericht op de nagenoeg kale grond, lees ik in de waardevolle app BWP (Birds of the West Palearctic van uitgever Nature Guides). Weer komt de vergelijking met onze kievit bij me boven. Die legt zijn eieren immers ook in een open veld zonder noemenswaardige zorg en dekking.

Vrij zicht en de omgeving
Toen ik hier twintig jaar geleden stond, was mijn zicht nog uitzonderlijk. Met groot gemak spotte ik op grote afstand bijzonder vogels of vond een klein insect tussen een wirwar van takken en twijgen. De laatste tien jaar sloopte een te hoge oogdruk mijn netvlies. Oogzenuw voor oogzenuw, kegeltje voor kegeltje, staafje voor staafje. Op het moment dat ik hier in de Ebrodelta sta, heb ik al drie oogoperaties achter de rug en jaren van medicijngebruik. Na de operaties is ook staar ingetreden en is een sluier over mijn waarneming van alles om mij heen komen te liggen. In mijn hoofd ben ik al jaren bezig me voor te bereiden op de dag dat ik nauwelijks meer kan zien. Nu, hier in mijn geliefde Spanje, dienen mijn dierbare vrienden Astrid en Roland als mijn ogen. Zij roepen mij aanwijzingen toe. Mijn camera maakt zichtbaar wat mijn ogen zonder hulp nauwelijks zien. Voor vogels op een tak, hek of stengel nog wel ter plekke, maar deze ziedend rondvliegende vorkstaartplevieren zal ik vanavond pas echt zien.

Verlossing en een traan
Twee dagen na onze terugkeer uit Spanje onderga ik aan mijn beste oog, het rechter, een staaroperatie. Er is een klein risico dat bij de oogoperatie de laatste oogzenuwen afsterven. Als ik mijn oog open, zie ik geen zwart, maar het wit van mijn oogkapje. Ik slaak een zucht van verlichting. Als het beschermende kapje van mijn oog gaat, weet ik niet wat ik zie. Vanuit het keukenraam zie ik de voegen tussen de stenen in de huizen aan de overkant, lees de kentekens van de geparkeerde auto’s en op de nok van het dak zit een zwarte kraai. Haar oog glinstert in de zon. Tranen lopen over mijn wangen.

Verbonden en de toekomst
Zien wat er in je omgeving gebeurt is essentieel. Niet alleen de waarneming van gevaar in het verkeer, van wonderschone natuur en bovenal van dierbaren, maar ook van ontwikkelingen in onze wereld. Ooit trok ik een parallel tussen de achteruitgang van mijn ogen en de achteruitgang aan soortenrijkdom in onze wereld. Nu hoop ik dat we in staat zullen zijn om, net als mijn oogarts, de sluier voor ons kortzichtige winstbejag weg te trekken en aan de slag te gaan met het behoud van die geweldige natuur waarmee we onlosmakelijk verbonden zijn en waarvan we zo afhankelijk zijn.
Verwondering en hoop
Een onderzoeker in Nijmegen ontdekte dat in het oog van het zebravisje oogzenuwen zich herstellen. Kennis die misschien ooit oogpatiënten zoals ikzelf zullen genezen. Wat als het zebravisje door ons toedoen al was uitgestorven, zoals al duizenden soorten sinds onze verslaving aan fossiele grondstoffen zo’n enorme vlucht nam?







Eén reactie
Gelezen, en zo waarachtig. Ik hoop dat je ogen blijven verbeteren met de kennis die er is. Die je ziet, lees ik. Veel liefs, Hadewig