Menu

Onderdeel van Pixfactory

De dans van de vuurvliegjes

Al een paar jaar ben ik bezig met het fotograferen van vuurvliegjes. Echt een magische ervaring!
Gecombineerd beeld van 11 opnamen van 20 seconden. Nikon D700, 70-200mm @70mm, f/2.8, iso 6400.
Gecombineerd beeld van 11 opnamen van 20 seconden. Nikon D700, 70-200mm @70mm, f/2.8, iso 6400. Fotograaf: Paul van Hoof

Vuurvliegjes

Even vanaf het begin. Vuurvliegjes ofwel glimwormen zijn in feite kevers. In Nederland komen 3 soorten voor. Alle drie zijn ze vrij zeldzaam. De grote of gewone glimworm is het meest algemeen. Van deze soort geven alleen de stilzittende vrouwtjes licht. De kortschildglimworm is de meest zeldzame soort en kan niet vliegen. Dan is er nog de kleine glimworm (Lamprohiza splendidula), waarvan de vliegende (!) mannetjes licht geven. Ze zijn zeldzaam en vooral te vinden in Zuid-Limburg en het Rijk van Nijmegen.

Als de kleine glimworm niet vliegt is hij zeer onopvallend en slechts 9mm lang!
Als de kleine glimworm niet vliegt is hij zeer onopvallend en slechts 9mm lang! Fotograaf: Paul van Hoof

De vuurvliegjes zijn slechts een korte periode in het jaar actief, omstreeks eind juni-begin juli, en dan ook slechts een korte periode na zonsondergang. Langzaam wordt het donkerder in het bos. Er heerst stilte en er gebeurt niets. Je vraagt je af of ze er wel zijn. Is de dag niet goed, zijn ze niet actief? Nog wat langer wachten… En dan, plots verschijnt er een klein groen lichtje, geruisloos zonder aankondiging. En dan nog een en nog een. Binnen de kortste keren vliegen er overal kleine groene lampjes door het bos. Ik begin foto’s te maken. Nu is het ‘geweld’ maximaal. De camera klikt en ik geniet. Wow, een echt magische ervaring! Dat gaat een half uurtje zo door, misschien 3 kwartier. Dan, even geruisloos als ze begonnen gaan er steeds meer lampjes uit. Een enkeling houdt vol, maar het spektakel is weer voorbij.

Sporen vastleggen

Fotografisch vormde het een hele uitdaging, want het doel was niet om de beestjes zelf te fotograferen, maar de lichtsporen die de rondvliegende vuurvliegjes achterlaten. Je werkt na zonsondergang in het bos, dus het wordt met de minuut donkerder totdat je vrijwel geen hand meer voor ogen ziet. De camera heb ik dan ook al opgesteld en scherpgesteld voordat het donker werd. Daarna is corrigeren niet meer mogelijk.

De camera wordt opgesteld als het nog licht is.
De camera wordt opgesteld als het nog licht is. Fotograaf: Paul van Hoof

De lichtsporen zijn voor het oog best helder, maar vergen voor de camera al het mogelijke licht dat beschikbaar is. Ik heb mijn meest lichtsterke lenzen gebruikt (f/1.8 en 2.8) en dan vanzelfsprekend op volle opening. Om de sporen helder genoeg te krijgen dien je dan nog op iso 3200 en 6400 te werken. Daarvoor ben ik heel gelukkig met de moderne camera’s. Jaren geleden was het onmogelijk geweest met dergelijke gevoeligheden zulke kwalitatief goede beelden te maken.

Aan het begin van de avond kun je met dergelijke hoge isowaarden maar kort belichten, enkele seconden. Dat is onvoldoende voor lange sporen. Dat lukt pas als het goed donker is. Dan kun je 20 tot 30 seconden belichten. Dit is ruim voldoende voor vuurvliegjes om het hele beeld van een groothoeklens te doorkruisen.

Een stap verder

Het lukt op deze manier om meerdere sporen in beeld vast te leggen. Als je echter in het bos staat heb je de indruk dat er veel meer lichtjes door het bos dansen dan dat er op je beeld komen. Om dat gevoel beter over te brengen kun je nog langer belichten, maar dit leidt tot ruis en overbelichting leiden. Beter is het dan om beelden te combineren.

Lichtspoor gevangen in een enkelvoudige belichting van 20 seconden. Nikon D700, 70-200mm @70mm, f/2.8, 20 sec., iso 6400.
Lichtspoor gevangen in een enkelvoudige belichting van 20 seconden. Nikon D700, 70-200mm @70mm, f/2.8, 20 sec., iso 6400. Fotograaf: Paul van Hoof

Tijdens de avondsessie heb ik heb nu meerdere beelden gemaakt vanaf exact dezelfde positie, met exact dezelfde instellingen. Het enige verschil zijn de lichtsporen. Deze foto’s kun je als lagen boven op elkaar openen in bijvoorbeeld Photoshop. Vervolgens stel je de laageigenschappen in op ‘lighten of lichter’. Daardoor worden alleen de lichtste delen van de lagen (de sporen) doorgedrukt. Dit is exact dezelfde techniek die je gebruikt bij het ‘optellen’ van sterrensporen. Vervolgens voeg je de lagen samen en je heb één foto met een veelheid aan sporen.

Gecombineerd beeld van 11 opnamen van 20 seconden. Nikon D700, 70-200mm @70mm, f/2.8, iso 6400.
Gecombineerd beeld van 11 opnamen van 20 seconden. Nikon D700, 70-200mm @70mm, f/2.8, iso 6400. Fotograaf: Paul van Hoof
Andere setup met een combinatie van 3 beelden van elk 20 seconden. Nikon D800, 20mm, f/1.8, iso 3200.
Andere setup met een combinatie van 3 beelden van elk 20 seconden. Nikon D800, 20mm, f/1.8, iso 3200. Fotograaf: Paul van Hoof

19 reacties

  1. Weinig informatie te vinden over deze mooie beestjes. Nuttige info hier.
    Gisteren, Na de langdurige droogte gevolgd door een stevige onweersbui zeker 20 knipperende lampjes in het bos rond Soesterberg. Nog nooit zo laat in het seizoen gezien, pas half augustus
    Genieten!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Geef een reactie

19 reacties

  1. Weinig informatie te vinden over deze mooie beestjes. Nuttige info hier.
    Gisteren, Na de langdurige droogte gevolgd door een stevige onweersbui zeker 20 knipperende lampjes in het bos rond Soesterberg. Nog nooit zo laat in het seizoen gezien, pas half augustus
    Genieten!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: