De les van de Japanse kunstenaar
Ken je het volgende oude Japanse verhaal? De keizer geeft een kunstenaar de opdracht een haan voor hem te tekenen. De kunstenaar gaat terug naar zijn atelier en laat wekenlang niets van zich horen. De keizer stuurt er wat dienaren heen. Wanneer ook deze zonder resultaat terugkeren, besluit hij na een jaar uiteindelijk zelf te gaan. Eenmaal binnen vraagt hij op eisende toon: “Waar is mijn haan?” De kunstenaar buigt, ontrolt een groot vel papier, doopt zijn penseel in de inkt en roetsj, rats, rats. In één keer staat daar de mooiste haan die de keizer ooit heeft gezien. De keizer is totaal verrukt. Maar dan wordt hij kwaad en vraagt: “Waarom kon dat niet eerder?” Daarop wenkt de kunstenaar hem verder het huis in. Daar toont hij de keizer een grote atelierruimte vol schetsen van hanen. “Die heb ik allemaal eerst moeten maken om voor u die ene haan te kunnen tekenen.” De keizer, een wijs man, begrijpt het.
Oefening baart kunst
Oefening baart kunst, luidt het oude spreekwoord. Dat geldt niet alleen voor iets ambachtelijks, zoals het tekenen van een haan. Het geldt voor alle activiteiten die uiteindelijk leiden tot bijzondere resultaten.
Om nog even bij de Japanse kunstenaar te blijven. Alle eerdere schetsen die hij heeft gemaakt, staan in het teken van een proces. Mocht je denken dat dit proces alleen maar bestaat uit het keer op keer zo vloeiend mogelijk op papier zetten van de juiste lijnen, dan staar je je blind op de uitvoering en zie je minstens driekwart van het creatieve proces over het hoofd.
Observeren
Al veel eerder is de kunstenaar begonnen met het observeren van hanen. Ochtendenlang is hij erbij wanneer ze kraaien, zich fier oprichten en bij elke ‘Kukelekuuu!’ kleine wolkjes waterdamp uitstoten. Hij volgt de curves en de glans van elke staartveer. Hij vergelijkt de verschillende vormen van hun kenmerkende kammen. Het valt hem op hoe de rode lellen naakte huid na elke heftige beweging van de kop nog even blijven trillen. Het ontgaat hem niet dat halverwege de poot elegante sporen strak naar achteren steken.
Hij voelt bijna de behoedzaamheid waarmee een haan bij elke stap zijn teentoppen als eerste op de grond plant. Tijdens al dat kijken maakt de kunstenaar snelle schetsen met houtskool. Soms krast hij grove lijnen, dan weer neemt hij de tijd om details uit te werken. Hij tekent tien hanenkoppen met verschillende vormen kammen. Vijf verschillende staarten en vele poses. Terwijl hij bezig is met schetsen en observeren, maakt hij intuïtief keuzes. Het is hem opgevallen dat geen twee hanen dezelfde kam hebben. Welke vorm kam spreekt hem het meest aan en waarom? Toen hij begon, dacht hij dat gewoon de traditionele rode hoge kam met gelijkmatig verspreide opstaande punten als vanzelfsprekend zijn voorkeur zou krijgen. Maar gaandeweg begint hij het veel boeiender te vinden als hij een onvoorspelbaar element in de kam weet te ontdekken. Het voorste deel mag best slap over de snavel vallen, zo besluit hij. Dat straalt senioriteit uit.
Het ontwikkelen van een eigen visie
Zo ontwikkelt hij stukje bij beetje ook voorkeuren voor de kleuren van de veren, de houding van de poten, de lengte van de staart. De gezichtsuitdrukking van de haan. Die mag hij best een beetje overdrijven, vindt hij zelf. De kunstenaar is zijn opdrachtgever immers niet vergeten: de machtige keizer. Hij realiseert zich dat er een haan van hem wordt verwacht waarmee de heerser zich kan identificeren.
De kunstenaar heeft zich zelfs al een beeld gevormd van de persoonlijke eigenschappen van de keizer die hij via de hanentekening tot uitdrukking wil laten komen. Natuurlijk moet het op zijn minst een trotse haan worden, die zou imponeren, maar geen voorspelbare karikatuur.

Gelukkig is de kunstenaar zo slim geweest om scherp op te letten tijdens het korte eerste contactmoment met de keizer. Daarbij viel hem op dat de keizer weliswaar een strenge en afstandelijke eerste indruk maakte, maar dat hij tegelijkertijd een milde, innemende blik in zijn ogen had. Dus besloot de kunstenaar dat zijn haan benaderbaar en wijs moest overkomen.
Daarom observeerde en tekende hij ook trotse soldaten en bezocht hij dorpsoudsten tegen wiens wijsheid werd opgekeken. Gewoon om aan te voelen hoe de eigenschappen die hem zo intrigeerden, er van de buitenkant uitzagen. Hoe hij deze eigenschappen op zijn haan zou projecteren, daar had hij op dat moment nog geen idee van. Maar hij wist dat dit wel goed zou komen.
De drie fasen
Geen moment heeft de kunstenaar gedacht: nu ben ik bezig met een proces. Hij heeft intuïtief zijn gevoel gevolgd en gedaan wat hij dacht dat goed was. Echter, als we het verhaal op een abstracter niveau nog eens analyseren, is er duidelijk sprake van een proces, waarin verschillende elementen zijn te onderscheiden.
Allereerst is er sprake van oriëntatie, waarin de nadruk ligt op onderzoek, zonder zich al te veel te bekommeren om het eindresultaat. Parallel hieraan is er ook sprake van idee-ontwikkeling, een fase waarin zich een idee vormt over het eindresultaat. Ten slotte is er een permanent aanwezig element van vormgeving, waarbij de activiteiten zijn gericht op het uitvoeren, het vormgeven en verfijnen van het eindresultaat.
Tijdens al deze fasen vindt documentatie plaats in de vorm van vele schetsen en tekeningen. Doordat de kunstenaar (boven op zijn reeds aanwezige talent en ervaring) hier zo intensief mee bezig was, bouwde hij zo’n hoog vaardigheidsniveau op, dat hij op het moment suprême het tekenen van de haan volledig in de vingers had.
Dat brengt ons op de centrale gedachte van dit artikel: er bestaat zoiets als een creatief proces. En alleen al het nuchtere besef hiervan, gaat veel verschil maken. Het stelt je in staat om alles wat je als fotograaf onderneemt in een bredere context te plaatsen. Dat helpt je om grip te krijgen op jouw creatieve ontwikkeling.
Waarom juist natuurfotografie
Hoewel het creatieve proces in principe van toepassing is op alle kunstzinnige disciplines, schrijf ik het in de eerste plaats voor het snelgroeiende aantal (natuur)fotografen die op zoek zijn naar verdieping en die een eigen stijl willen ontwikkelen. Waarom speciaal voor natuurfotografen? Ten eerste omdat ik zelf natuur fotografeer. En in de tweede plaats omdat natuurfotografie een buitencategorie vormt die ver van de andere beeldende disciplines af staat. Natuurfotografie is namelijk niet geworteld in een beeldende traditie zoals bijvoorbeeld de schilderkunst.
Van registratie naar beeld
De eerste natuurfotografen waren van huis uit immers geen fotografen, maar biologen en onderzoekers. Mensen die werkten vanuit een inhoudelijke passie voor hun onderwerp. Tot de pioniers in de natuurfotografie behoren de gebroeders Richard en Cherry Kearton, die in 1897 furore maakten met hun boek ‘With nature and a camera’. Ze onthulden hun methoden en zelf uitgevonden technieken om dieren te benaderen, wat resulteerde in foto’s die niemand toen voor mogelijk hield. Het boek was zo succesvol dat na ruim een jaar de derde druk verscheen.

De reputatie van een natuurfotograaf was dat die het kon opbrengen om onder barre weersomstandigheden uren in een schuilhut te wachten op dat ene moment en die tevens bereid was om stevig te investeren in tijd, kennis en zware statieven met telelenzen.
Want de klassieke natuurfotograaf legde zijn focus vooral op vogels en zoogdieren die zich niet zo gemakkelijk lieten benaderen. Hij werd sterker gedreven door de behoefte tot registratie dan door specifieke beeldeigenschappen als kleur, ritme, vorm, concept of compositie. Dat verklaart wellicht waarom de natuurfotografie, ondanks de digitale revolutie, nog steeds sterk kennis- en onderwerpgericht is. Nabewerken is lang taboe geweest en dan nog beperkt het zich tot het optimaliseren van het onderwerp. Niet dat daar iets mis mee is. Het maakt alleen duidelijk dat natuurfotografie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld mode- of reclamefotografie, niet is geworteld in een beeldende traditie.
Van beeld naar beleving
De aandacht voor beeld is nog niet zo oud. Hoewel er op dit vlak steeds meer en steeds breder wordt geëxperimenteerd, blijft het onderwerp vaak het uitgangspunt. Het streven naar maximale esthetische waarde wordt doorgaans als het ultieme doel beschouwd.
Steeds meer natuurfotografen beginnen echter in te zien dat mooie foto’s van mooie onderwerpen op den duur weinig onderscheidend zijn. Zeker wanneer veel fotografen op dezelfde plekken hetzelfde soort foto’s maken. Vroeg of laat begint bij elke natuurfotograaf de behoefte op te borrelen aan meer eigenheid.
Inmiddels is er alweer een nieuwe brede beweging gaande: de verschuiving van beeld naar beleving. Het onderwerp is niet verdwenen, maar de foto wordt er sterker op als het beeld op een betekenisvolle wijze kan worden beleefd. Dit is waarschijnlijk geen taal die natuurfotografen vertrouwd in de oren klinkt.
De weg naar eigenheid
We kunnen wel stellen: de route naar eigenheid ligt niet in het aanschaffen van nog betere apparatuur, het toepassen van nog meer technieken of in het bezoeken van nog meer plekken. De weg die we deze keer zoeken keert zich naar binnen, naar jezelf.
Wat je daarbij nodig hebt zijn vooral inzichten, niet alleen in jezelf maar vooral in hoe een creatief proces verloopt. Kernonderdeel daarbij is het vermogen om te reflecteren en daarvoor heb je een zeker discours nodig. Kun jij het proces van de haan naar jezelf vertalen?





2 reacties
“De foto wordt er sterker op als het beeld op een betekenisvolle wijze kan worden beleefd. De weg die we deze keer zoeken keert zich naar binnen, naar jezelf.” Prachtig verwoord, Bart!
Precies de stap die je kunt zetten om je fotografie, voor de kijker en voor jezelf, een stuk interessanter en uitdagender te maken. Ik ben heel blij dat ik daar veel tijd en energie in heb gestoken. Niet bij ieder onderwerp toepasbaar maar als het lukt geeft het veel voldoening! Het boek is een geweldige leidraad en is (her)lezenswaardig.