Wie even de tijd neemt om stil te staan bij de verschillende soorten libellen, ontdekt al snel een gebruikte tweedeling. Je kijkt namelijk naar juffers óf naar echte libellen. Hoewel ze nauw aan elkaar verwant zijn, hebben ze elk hun eigen unieke uiterlijk, vliegstijl en karakter. Een belangrijk onderscheid zit in hun vleugels. Juffers worden gelijkvleugelen (Zygoptera) genoemd en echte libellen ongelijkvleugelen (Anisoptera). Juffers en echte libellen zijn geen aparte orden. Ze vormen één gezamenlijke groep (Odonata).
Verschillen tussen beiden
Bij ‘juffers’ zijn de vier vleugels qua vorm en grootte nagenoeg identiek. In rust klappen zij hun vleugels meestal langs of boven het achterlijf. Ze hebben ogen die als twee losse bolletjes aan de zijkant van de kop staan. Het zijn rustige vliegers. Ze ogen vaak tenger en zijn fotografisch gezien ideaal voor een meer minimalistische opname met een rustige achtergrond.

Bij ‘echte libellen’ zijn de vleugels verschillend en de achtervleugels zijn aan de basis beduidend breder dan de voorvleugels. In rust houden zij hun vleugels horizontaal gespreid. Ze zijn meer robuust en hebben in de bouw en grootte meer onderlinge verschillen. Hun grote facetogen raken elkaar bovenop de kop. De grote vleugels geven ze een indrukwekkend uiterlijk met veel fotografische mogelijkheden voor macro of close-up.

Bouw
De anatomie van libellenvleugels is een mooi bouwwerk van biologische techniek. Ze vallen op door hun complex geaderde netwerk, lichte gewicht en indrukwekkende vliegeigenschappen.
Alle vier vleugels kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen, waardoor libellen extreem wendbaar zijn. Elke vleugel is direct verbonden met krachtige vliegspieren in het borststuk. Hierdoor kan een libel stilhangen in de lucht (bidden), verticaal opstijgen en dalen en zelfs ook achteruitvliegen.

De vleugels zijn opgebouwd uit een dicht netwerk van aderen, die zorgen voor de ultieme combinatie van stijfheid en flexibiliteit. Elke soort heeft een uniek aderpatroon en is daarmee alleen al als soort te determineren.

Heel jonge libellen die net uit hun larvenhuidje zijn gekropen, herken je aan een opvallende, metaalachtige glans op de vleugels.
Soms zijn vleugels geheel transparant, maar vaak zijn er ook vlekken of kleuren in de vleugels. Ook hebben vrijwel alle libellen een opvallend gekleurd en verdikt vlekje (pterostigma) aan de bovenrand van de vleugel. Dit helpt trillingen in de vleugel tijdens het vliegen te voorkomen. De kleurschakeringen in de vleugels zijn een handig hulpmiddel om de soort te herkennen.

Opvallende soorten met kleurrijke vleugels
Sommige libellen danken hun opvallende uiterlijk specifiek aan hun bijzondere kleuren in de vleugels. Ze zijn daardoor gemakkelijk als soort herkenbaar. Hierbij een paar voorbeelden.
Weidebeekjuffer: de mannetjes hebben diepblauwe tot bijna zwarte vlek op de vleugels met een mooie blauwe metaalglans. Dat maakt ze onmiskenbaar. Bij de bosbeekjuffer zijn de vleugels van het mannetje zelfs volledig donkerblauw met een blauwe metaalglans. De vrouwtjes hebben opvallende, roestbruine vleugels.

Bandheidelibel mannetje: door de gekleurde banden in de vleugels en de rode pterostigma’s herken je gelijk deze mooie libel.

Platbuik: heeft grote, donkerbruine tot zwarte basisvlekken aan de aanzet van alle vier vleugels. De vorm en kleur van basisvlekken in de vleugels zijn voor meerdere soorten heel specifiek als herkenningspunt.

Als je in een veldgids voor libellen kijkt zie je ook voor elke soort de getekende vleugels als determinatiekenmerk.
Libellenvleugels als macro-onderwerp
Als fotograaf ben je continu op zoek naar patronen, structuren en het perfecte licht. Hoewel de libellenjacht vaak draait om het vastleggen van het gehele insect, schuilt hier een kans voor een prachtig macro-onderwerp, met een heel diverse insteek in de details. De vleugels van een libel hebben prachtige geometrische aders, die lijken op abstracte kunst. Je kunt vanuit verschillende invalshoeken dit mooie onderwerp benaderen. Echte macro of een mooie close up.
Met enige oefening kun je gelijk ook al snel de meeste soorten in ons land determineren.




2 reacties
Dag René, leuke reactie, dank je wel !
Over je vraag, ik gebruik heel veel mijn macrolens 150 mm voor libellenfotografie. Daar kan ik eigenlijk alles mee, zelfs vluchtfoto’s. Als ik iets meer lengte wil gebruik in mijn ( oude) Canon 80D met een sensor met cropfactor 1,6. Dan kom ik op 240 mm uit. Dan ligt alles binnen je bereik.
Gemiddeld werk ik met diafragma van 2.8 tot 5.6. Doorgaans werk ik in die range voor een mooie zachte achtergrond. Vaak onderbelicht ik minimaal een halve stop.
In het veld moet je vaak keuzes maken met je diafragma, maar achtergrond is bij libellen steeds een aandachtspunt.
Met vriendelijke groet,
Hans
Prachtige foto’s Hans met een geweldige scherpte(diepte). Ik ben erg benieuwd naar het gebruikte diafragma en de focale lengte, mede gelet op de scherpte van de libelles en de vage achtergrond. Zou je die willen delen?