De wrede natuur
Soms krijg ik vreemde blikken als ik vertel dat ik ook dit soort foto’s maak. Een sperwer die een vogel slaat, een moederhaas die alles, tevergeefs, doet om haar jong te beschermen tegen een bruine kiekendief, een aangereden das of een zeevogel die de dood vindt in menselijk afval. “Dat hoeft voor mij niet, veel te zielig”, klinkt het vaak.
Ik begrijp het wel. We leven in een cultuur waarin de natuur vaak wordt geromantiseerd. Zonsopkomsten boven mistige velden, reeën die vrolijk door het veld springen, jonge vosjes die met elkaar spelen, een trotse moedereend met haar kroost. Dat is de natuur die we graag willen zien. Die past in fotoboeken, in Instagram feeds vol #moederliefde en #zoschattig. Maar de andere kant, de rauwe en genadeloze, schuurt. Terwijl juist daar, in die ogenschijnlijk wrede taferelen, de ware essentie van de natuur zichtbaar wordt. Niet goed, niet kwaad, niet lief, niet wreed – maar eenvoudigweg zoals het is.

De natuur is niet wreed, wij projecteren die wreedheid
Tussen een hoop stenen broedt een groep spreeuwen. Als er ineens paniek uitbreekt in de spreeuwenkolonie, pak ik snel mijn camera die onder handbereik ligt. Een meeuw zit bovenop de stenen en heeft een jonge spreeuw uit het nest weten te halen. Snel vliegt de meeuw een stukje weg, de jonge spreeuw hulpeloos spartelend in de snavel geklemd. Een tweede meeuw en kort daarna een derde meeuw proberen al snel de buit te veroveren en er ontstaat een gevecht tussen de drie meeuwen, waarbij de jonge spreeuw een speelbal wordt. Uiteindelijk meldt een “bonxie” (grote jager) zich in het tafereel en gaat er vandoor met de buit. Al die tijd kijk ik gefascineerd toe door mijn zoeker en maak ik wat foto’s. Heel even vraag ik me in het eerste moment af of ik de meeuw niet weg moet jagen, om zo de arme jonge spreeuw te redden. Alsof ik met mijn lens een moreel oordeel had kunnen vellen over een ritueel dat al miljoenen jaren plaatsvindt.

De stoïcijnse denkers wisten dat al. Marcus Aurelius schreef: “Alles wat in overeenstemming is met de natuur, is niet slecht.” Het is ons menselijk ego dat van gebeurtenissen ‘goed’ of ‘slecht’ maakt. De dood van een jong dier is voor ons hartverscheurend, voor de roofvogel de bevestiging van overleven. En voor de natuur als geheel is het onderdeel van een cyclus zonder oordeel.
Deze beelden delen?
Als fotograaf voel ik het als mijn taak (of misschien mijn fascinatie) om ook die kanten van het leven vast te leggen. Niet om te choqueren, niet om sensatie te zoeken, maar om te laten zien hoe rijk, gelaagd en compromisloos de natuur werkelijk is. Het beeld van de dode jan-van-gent heeft ook iets esthetisch, zoals het licht op de rots, vogel en het touw valt. De vergankelijkheid maakt het beeld voor mij krachtig.

De discussie is oud, en in deze tijd van online zichtbaarheid alleen maar relevanter geworden. Iedere keer dat ik een beeld deel, waarop de dood of jacht zichtbaar is, voel ik de afweging. Niet omdat ik me schaam, of twijfel aan de waarde van het beeld, maar omdat ik weet dat mensen verschillend reageren. Sommigen prijzen de eerlijkheid, de pure natuur zoals die is. Anderen voelen walging, verdriet of zelfs woede.
Toch denk ik dat juist die reacties waardevol zijn. Fotografie is meer dan het tonen van het mooie. Het is het vastleggen van momenten die iets oproepen. En als het beeld ongemak oproept, zegt dat iets over onszelf. Over de afstand die we gecreëerd hebben tot het rauwe leven. We eten vlees uit een verpakking zonder gezicht, dragen leren schoenen zonder het verhaal van het dier. Maar zodra dat dier in een foto verschijnt, levend verscheurd door een predator, worden we ongemakkelijk. Een beeld van een jagende wolf is op zichzelf neutraal. Het is onze interpretatie die het beeld gruwelijk of mooi maakt. En misschien moeten we die gevoelens niet vermijden, maar onder ogen zien. Juist door ook de oncomfortabele kanten van de natuur te tonen, worden we eraan herinnerd dat leven en dood onafscheidelijk zijn.

Aanschouwen in plaats van oordelen
De natuur vertelt ons immers een verhaal dat groter is dan wijzelf: over overleven, sterven en doorgeven. En misschien is dat wat goede natuurfotografie moet doen: niet alleen pleasen, maar ook confronteren. Niet slechts de idyllische beelden, maar ook de beelden die je even doen slikken. Die je eraan herinneren dat de wereld niet maakbaar is en niet om ons draait. Dat wij gasten zijn in een systeem dat geen rechtvaardigheid kent zoals wij die kennen.
Misschien helpt het, zoals de stoïcijnen ons aanraadden, om bij het zien van zo’n beeld even stil te staan. Niet om te oordelen, maar om te aanschouwen. Om te erkennen dat dit ook natuur is. En dat het, hoe gruwelijk ook, misschien daarom zo oneindig mooi is.








Eén reactie
De wreedheid van de natuur helder geanalyseerd. Mooie column die tot nadenken stemt over het al of niet wegjagen van een meeuw en over wegkijken bij beelden die we niet graag zien. Top.