HOME < PRAKTIJK < TIPS
Tips

De “witjes”, oranjetipje en klein geaderd witje, komen er aan!

Het klein geaderd witje gefotografeerd in de vroege ochtend op een van de waardplanten, de pinksterbloem. Fotograaf: Yvon van der Laan

Hier en daar zie ik al foto’s van witjes voorbijkomen, maar nu de temperaturen stijgen duurt het niet lang meer dat het oranjetipje en het klein geaderd witje zich weer op heel veel plekken laten zien.

Het oranjetipje en het neefje, het klein geaderd witje, zijn twee algemeen voorkomende soorten. Het zijn niet al te grote rappe vlindertjes die beiden erg fotogeniek zijn.

Het oranjetipje

Het oranjetipje komt in grote delen van Europa voor waaronder in Nederland en België. Het mannetje herken je in de vlucht aan de grote oranje vlek op de punt van de voorste vleugel. Het vrouwtje is wit. Zie je de vlinders in rust, dan valt zowel bij het vrouwtje als bij het mannetje de groen/wit gemarmerde onderkant van de vleugels op. Mannetjes en vrouwtjes kun je nog steeds onderscheiden doordat het oranje vleugeltipje van mijnheer ook dan nog zichtbaar is.

Het klein geaderd witje

Ook het neefje van het oranjetipje, het klein geaderd witje, komt in grote delen van Europa voor. Het vlindertje is iets groter dan het oranjetipje en het dankt de naam aan de groen/grijsachtige bestuiving van de “vleugeladers” die je duidelijk aan de onderkant van de vleugels ziet lopen.

Waardplanten

Zowel het oranjetipje als het klein geaderd witje hebben de pinksterbloem als belangrijkste waardplant, maar daarnaast is bijvoorbeeld ook look-zonder-look een gewilde soort. De rupsen van de vlindertjes beconcurreren elkaar overigens niet, want de rupsen van de geaderde witjes eten de bladeren van de plant terwijl de oranjetips de zaden eten.

TIPS

  • De vliegtijd van de oranjetipjes is vanaf ongeveer half april tot eind mei. Ze vliegen in 1 generatie.
  • Klein geaderde witjes kun je spotten vanaf begin april tot begin juni en van eind juni tot eind september. Ze vliegen meestal in 3 generaties.
  • Beide soorten zijn overdag erg actief. Wil je ze overdag vastleggen gebruik dan een telelens en wacht rustig af tot ze in de buurt komen.
  • In de vroege ochtend, als de vlindertjes nog niet zijn opgewarmd, zijn ze goed te benaderen en te fotograferen. Je kunt daarbij het beste een macrolens gebruiken. Als je geluk hebt, is het een koude nacht geweest waardoor de vlindertjes bedekt zijn met dauwdruppeltjes.
  • Zie je dat de vlinders zich m.b.v. hun voorste pootjes ontdoen van dauwdruppeltjes dan duurt het niet lang meer totdat ze gaan vliegen. Het moment waarop de vleugels opengaan is met name bij de mannetjes van het oranjetipje een mooi moment om ze vast te leggen.
  • De vlinders zijn klein en in de schemer lastig te vinden. Ga daarom ’s avonds kijken waar de vlindertjes gaan rusten en onthoud de plek. Hiermee voorkom je dat je voor zonsopgang op zoek moet met het risico dat je het leefgebied van de vlindertjes vertrapt.
  • Het gebruik van een statief is in de ochtend aan te bevelen.
  • Laarzen en een plastic zak om op te zitten zijn in de ochtend geen overbodige luxe.

Veel fotografie plezier met de “witjes”!

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *