Menu

Onderdeel van Pixfactory

Dood Paard

Elke fotograaf die wel eens zo onopvallend mogelijk enkele uren stilzittend in het veld doorbrengt, loopt vroeg of laat het risico op een bijzondere ontmoeting. Niet met het bedoelde onderwerp maar eentje uit de categorie onverwacht en ‘dat had niet gehoeven’. Drie van die bizarre momenten wil ik graag met jullie delen.
camouflage boerka
Ik maak geen foto’s van dode paarden of dingen die daar op lijken. Daarom hierbij een levend exemplaar Fotograaf: Marijn Heuts

Uitwendig onderzoek

Op een erg vroege ochtend in juni, zat ik onder mijn inmiddels beroemde camouflage boerka weg te dommelen in het veld. Plaats van handeling: een postzegelnatuurgebiedje in landelijk gebied, met maar weinig wegen in de buurt. Alleen mensen die er echt moeten zijn komen hier langs. Je moet wel heel erg verkeerd rijden om er per ongeluk uit te komen. Al starend naar een lege vossenpijp had ik moeite niet in slaap te kukelen. Zoals zo vaak als je lang naar iets zit te kijken in de hoop op een verschijning, gaat je hoofd spelletjes met je spelen en ga je dingen zien die er niet zijn. Meestal zijn dat Fata Morgana-oortjes en dansende schaduwen. In dit geval was het een politieauto die op dit vreemde uur parkeerde achter mijn fotomobiel. Ik zat er maar 100 meter vandaag en kon het allemaal prima zien. Ik gaf mezelf een ferme tik tegen mijn hoofd, dit kon niet kloppen. Toen er vervolgens echter twee agenten uit de auto stapten wist ik zeker dat het echt was. Ze liepen omzichtig richting de Subaru en maakten een omtrekkende beweging, twee zaklampen priemend op datgene wat zich binnen bevond. Ik wist dat mijn waadpak in de achterbak lag en aangezien de ruiten weer/nog smerig waren zou het er wel eens verdacht uit kunnen zien. Ik noem het waadpak niet voor niets wel eens liefkozend ‘mijn drijflijk’. Dat dus. Uiteindelijk taaiden de dienders af en ik ging verder met wachten op niets. Na een uur werd ik uit mijn dagdromen gehaald door mijn mobiele telefoon. Onbekend nummer, toch maar even opgenomen. ‘Politie Brabant-zuidoost’ klonk het vriendelijk. ‘Bent u de eigenaar van een blauwe Subaru met het kenteken XX-XX-XX’? Ja, dat ben ik. ‘Is alles goed met u, we hebben genoemd voertuig zojuist aangetroffen langs een afgelegen weg in een stuk niemandsland’. Ik legde voorzichtig en fluisterend uit wat ik aan het doen was. In haar afsluiting van het gesprek meende ik enige irritatie te horen. Sindsdien leg ik altijd een bordje met daarop de tekst ‘fotograaf: in leven’ in de auto.

Lekker sabelen

Een zwoele zomeravond in een Brabants dennenbos. Wachten op een dassenfamilie zit ik, dit keer in een muggenpak (ander jaar, andere mode), achter een paar varens op de grond. Bewegen is er niet bij want het is echt bloedje heet. Ik ben aan de vroege kant. Enerzijds in de hoop eindelijk eens een das bij daglicht te kunnen fotograferen, anderzijds vooral om zeker te weten dat de tijd tussen mijn aankomst en het naar buiten komen van de dassen lang genoeg is om geen verstoring op te leveren. Ik zit vrij dicht bij een druk fietspad, maar het bos is dicht genoeg om geen last van elkaar te hebben. Ik zie een meneer met een blinkend kale kop op een racefiets afbuigen het bos in, zo’n 100 meter van mijn positie. Daar is geen fietspad meer en het droge en knerpende naaldbos staat nou ook niet echt bekend om zijn recreatieve waarden. Ik hou me stil, in afwachting van wat er komen gaat. De man stapt af en blijkt een tas bij zich te hebben van het formaat waarin je normaal een hockeystick verwacht. Blijkbaar was het geen normale avond, want uit de gewatteerde tas kwam een enorme sabel. Ondanks dat dit nog ruim voor het tijdperk IS speelt, werd ik lichtelijk onrustig. Ik herinnerde me plots weer de verhalen van de dassenwerkgroep dat in deze bossen ongure figuren in nog minder gure producten handelden. Zou ik getuige zijn van een afrekening in het criminele circuit? Het bleek mee te vallen, tenminste, als je van het gekste uit gaat. De man trok zijn shirt uit en het volgende halfuur deed hij in zijn broodmagere blote torso gevechtsoefeningen met de sabel. Het leek nog het meest op een combinatie van Star Wars, Lord of the Rings, koorddansen en squash. Geef maar toe, je bent nu aan het visualiseren, niet? Zwaar bezweet zocht de man daarna weer zijn shirt en fiets op en vervolgde zijn weg alsof er niets was gebeurd, de sabel weer opgesloten in zijn hok. Braaf. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Niks fijner dan op een zwoele zomeravond even lekker de sabel door het vuistje te laten gieren
Niks fijner dan op een zwoele zomeravond even lekker de sabel door het vuistje te laten gieren Fotograaf: Marijn Heuts

Dood paard

Afgelopen voorjaar zat ik weer eens onder mijn camouflage boerka in de heide naar een vossenbouw te turen. Dat deze bewoond was leed geen enkele twijfel. Een enorme stortberg van wit zand, gelardeerd met onvrijwillig afgestane veren en nog maar net postnatale poepjes verried de aanwezigheid van graafgrage vosjes en hun nazaten. Mijn zitplek bevond zich midden in een groot heideterrein, dat aan alle kanten is afgezet met schrikdraad. En ja, ik heb een vergunning om te proberen daar een tintelende balzak te behalen. Ik mag de draad over. Vanaf mijn positie zag ik in de verte kolonnes wandelaars en af en toe een verveeld paard voorbij draven. Hoe later op de avond het werd, hoe minder wandelaars en hoe groter de kans dat de rode oortjes met de rust uit het gat zouden komen. Die gewenste uitkomst kon ik doorstrepen vanwege luid gepraat dat de avondstilte plots wreed verstoorde. Zelfs de muggen waren er even stil van. Twee dames van middelbare leeftijd twijfelden vermoedelijk aan elkaars auditieve vaardigheden en schreeuwkeuvelden elkaar toe over de kwaaltjes van die en die. Ik hoorde ze 10 minuten voor ik ze zag en met het dennenbos rondom draagt het geluid daar niet ver, zeker niet met een flinke woei tegen. Dan weet je het wel. Er zat niks anders op dan te wachten tot de wandelende geluidsoverlast uit het oor was verdwenen. Het mocht niet zo zijn. Een van de dames keerde haar vermoeide oor even af van haar lawaaiige vriendin en kreeg in die beweging het boven de heide uitstekende topje van de stortberg in het oog. Ze stootte haar klepmaatje aan en begon te wijzen. “Kijk daar, wat is dat. Daar ligt iets, ik zweer het je. Dat lichte, zie je dat. Is het een dood paard? En er zit iets naast, nee echt. Ik ga kijken”. Omdat ik de kleine kans op vossenfoto’s die avond niet nog verder wilde laten verklooien besloot ik in actie te komen. Net toen viswijf nummer 1 met een been over de draad stond, fototoestel al in de aanslag, worstelde ik woest een arm onder mijn boerka vandaan en begon wild te wapperen. Die beweging had ze niet verwacht en van schrik aanvaarde ze eerder dan bedoeld de terugweg. De schrikdraad ging echter nergens heen en dus ging ze struikelend ten onder, vol op haar gezicht. Tinteling aan de neus bij gebrek aan een balzak. Helaas geen blijvende schade aan de bron van al het kwaad, want luid schaterlachend blies ze met haar evenknie de aftocht. Elke tien stappen achteromkijkend, de camera in de aanslag in de hoop iets van het angstaanjagende mysterie vast te leggen. Uiteraard bleef ik doodstil zitten, de dames in zelfvertwijfeling achterlatend. De vossen heb ik nooit meer gezien op die plek. En ik geef ze groot gelijk.

Geef een reactie

17 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

17 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Marijn Heuts

Marijn Heuts

Marijn Heuts is een natuurfotograaf die met een creatieve insteek zowel landschappen, dieren, planten als abstracten fotografeert.

Meer columns van deze auteur

Deze artikelen vind je vast ook interessant: