Een vogelhut huren: natuurbeleving of valsspelen?

Nat tot op mijn ondergoed trek ik me langzaam tijgerend terug van de slikrand. De camera op een plat statief sleep ik geruisloos met me mee over het natte slik, het camouflagenet ligt nog over me heen en blijft steeds achter van alles en nog wat haken. Langzaam, uiterst voorzichtig en ongezien sluit ik het geweldige avontuur dat ik die morgen beleefde af.
Snip

Die ochtend eind september was ik ‘s ochtends vroeg al aan de plas gaan liggen. Zelfs de schuwe wintertalingen hadden het niet gemerkt dat ik op mijn buik naar de rand van het slik was geslopen. Het opkomend tij zou de slikrand de komende uren langzaam naar me toe brengen en daarmee mijn onderwerpen.

Door merg en been

Voorbereid op het natte slik had ik een regenpak aangetrokken, niet wetende dat dat na een paar uur in de blubber geen enkele bescherming zou bieden. Toch merkte ik er weinig van. Mijn aandacht lag elders. De dagen ervoor was ik al een aantal keren naar de plas gegaan. Van 100 meter afstand had ik ze met de verrekijker gezien, zwarte ruiters! Vanuit mijn waarnemingenboekje wist ik precies wanneer ze ieder jaar de plas aandeden. De najaarssteltlopertrek in de Biesbosch was sowieso fascinerend met groenpootruiters, watersnippen, witgatjes, bosruiters en tureluurs. Maar die zwarte ruiters, waarvan er vaak ook nog een aantal in zomerkleed waren en dus écht zwart waren, waren magisch. De plas aan het randje van de Dordtsche Biesbosch was volledig omgeven door hoge wilgen hetgeen de plas een besloten karakter gaf; door de windluwte was het een spiegel. De Tjoe-wiet van de eerste invallende zwarte ruiters was door merg en been gegaan. Ze arriveerden! Met het hart in de keel was het afwachten en… niet bewegen!

Zwarte ruiter.

Warme koffie

Dat was 40 jaar geleden. Een fanatieke vroege tiener, in zijn uppie, doordrenkt en koud, maar dolgelukkig liggend aan de magische plas. Nu zit ik met mijn sloffen in een verstelbare leunstoel en maak ik wéér foto’s van zwarte ruiters en komt de herinnering terug. Ik ben uitgenodigd door een fotomaatje. Het gewenste lage perspectief is soortgelijk. Bijna zo laag als destijds. Nu een luxe grote comfortabele stalen vogelhut, ingegraven waardoor de kijksleuf zo’n 20 cm boven het water ligt. We kunnen af en toe zelfs gaan staan om uit te rekken en het is zelfs mogelijk tussendoor de hut even te verlaten zonder dat de vogels het merken, wat een luxe! En wat een contrast met toen. De hut heeft spiegelglas met daaronder een sleuf voor de camera’s. We hebben tassen vol proviand bij ons, warme koffie en de vogelhut laat het zelfs toe om gezellig door te kletsen terwijl de ruiters en snippen op enkele meters voor ons lang de hut paraderen en wij ze fotograferen.

Samen op lopen… zwarte ruiters.

Fouten maken? Geen optie!

Destijds lag ik doodstil te wachten, het hoofd regelmatig neerleggend omdat ik het simpelweg niet omhoog kon houden vanuit de liggende positie en om mijn nek te sparen voor als de ruiters daadwerkelijk voor me zouden lopen. Ik kon niet bewegen. De kleinste beweging zou al gauw opgepikt worden door een wintertaling of een van de steltlopers en dan zou de plas meteen leeg zijn. Er konden geen fouten gemaakt worden. Niet alleen vanuit fotografisch oogpunt, het was absoluut geen optie om de vogels die deze plas aandeden om aan te vetten op hun reis naar het zuiden te verstoren. In die tijd legde ik simpelweg een camouflagenet over me heen dat ik had gekocht bij de lokale dumpwinkel. Een latere versie had een soort boog van PVC waardoor ik daaronder wat vrijer kon bewegen. Nog later kwam een pre-fab lighutje met een matje, dat was écht op en top luxe!

Spiegelbeeld. Kievit.

Elegantie

Nu schonken we elkaar nog een koffietje in, aten appeltaart en hadden de grootste lol, met de zwarte ruiters en snippen vlak voor ons.
En toch was de beleving van de vogels hetzelfde. En het is lastig uit te leggen wat dat nu is. Vooral als de ruiters in die besloten stukjes vlak aan de kant lopen, tussen het riet en dus niet midden op de open plas, krijgt de beleving een intimiteit die me terugbrengt naar die tijd al die jaren geleden in de Biesbosch en kan ik met plezier concluderen dat er niets veranderd is. De beleving, de ervaring, het geluid van de pootjes in het water, de manier van lopen, foerageren, hoe ze vaak “samen op” de kantjes aflopen, de elegantie… het is onveranderd. Ik voel me onveranderd. En natuurlijk, de omstandigheden zijn anders en het is prachtig dat dit soort vogelhutten te huur zijn.

Watersnip ziet gevaar.

Onsportief?

Mijn voorkeur ligt nog steeds bij eigen gevonden plekjes en daar mijn ding doen zoals toen, nu doe ik dat meestal met zo’n laag lighutje en soms bouw ik iets (semi-)permanents ter plekke.

Nu kan iedereen, zonder enige kennis, research, ervaring, moeite, zonder tijgeren door het slik of een hutje te moeten bouwen of rekening te houden met het tij “zo maar” een hut boeken, aanschuiven en die elegante zwarte ruiters (of wat er die dag verschijnt) op korte afstand vanuit laag perspectief fotograferen.

Wat vind je hiervan? Zullen de fotografen die op deze wijze voor het eerst een zwarte ruiter zien en kunnen vastleggen nu dezelfde beleving hebben als ik destijds aan de plas in de Biesbosch had en het net zo op prijs stellen? Ik heb geen idee. Wat denk jij hierover? Is het te makkelijk? Onsportief? Of gewoon een prima idee?

24 reacties

  1. mooi die goudknopjes, Arie
    mooi de verhalen tegenover elkaar. Ik denk dat er nog steeds van die jongens zijn.
    Ik ben je weleens buiten tegen gekomen, fotograferend vanuit een mooie auto met je geliefde naast je. En een thermosfles en warme pluizige jassen.
    Terecht, de opmerking dat je in een hut net zo goed van de vogels kan genieten. Zelf geregeld geeft voor jezelf een beter gevoel, maar het maakt niet uit voor de foto, en niet voor de vogels.

  2. Mooi verhaal Arie. Ik herken het plezier van een soort van survivallen om het vogeltje of diertje te spotten dat je graag wilt zien, maar het is zoals je zegt… de beleving van de vogels is niet anders als je ze kunt bekijken met een kop koffie in de hand en wat lekkers in de tas. Het blijft genieten van de natuur voor je.
    Ik vind het dan ook jammer, dat er mensen zijn die het enigszins veroordelen.. in de trant van, “Ja, zo kan ik het ook”.
    Om mooie foto’s te kunnen maken, zul je A veel tijd moeten steken in het bestuderen van het gedrag van in dit geval de diverse vogels en dan B toch heel veel uren moeten investeren in het wachten op precies dat bijzondere moment dat je graag wilt vastleggen. Als je het dan ook nog op bijvoorbeeld jouw manier wilt doen… met fotografisch gezien een opvallend standpunt, belichting of sluitertijd, dan blijft het voor mij toch altijd heel bijzonder wat jij en enkele andere fotografen kunnen maken.
    Kortom, ik ben graag in de natuur met mijn camera, maar de mooiste plaatjes komen meestal wel vanuit de hutten waar de vogels mij niet zien.
    Je hoeft niet perse te lijden om kunst te maken, toch?

  3. Helemaal prima dat mensen in een vogelhut zitten te koffie drinken, appeltaart eten, en oh ja… ook nog fotograferen. Alles beter dan de natuur verstoren. De gekste verhalen hoor je om maar het perfecte plaatje te schieten. Ik zeg doen: leef je lekker uit in de daarvoor bestemde vogelhut. Ga vooral #nietvanhetpadje. De natuur is u dankbaar!

  4. De kracht macht onmacht van het internet. Men ziet de inmiddels de ontelbare foto’s op het net. Dat gaan we ook effe doen, kopen een camera ( het liefst een dure en grote om op te vallen) bij een dozenschuiver. Maar dan blijkt het effe doen toch wel behoorlijk tegen te vallen en komt men er achter dat een serieuze fotograaf er toch wel een hoop huiswerk en moeite voor moet doen. Natuurkennis ontbreekt voor 100% en er moeite voor doen is een rotwoord. Er is mij zeker afgelopen anderhalf jaar met regelmaat gevraagd: wat voor vogel heb ik gefotografeerd. Een grote groep van het hierboven genoemde komt in een hut terecht, lekker makkelijk toch om volgevreten, gevoerde beesten te fotograferen. Helaas speelt ook bij vogelhutten de commercie de boventoon. Neem mij niet serieus, dit was zomaar een gedachtenkronkel van iemand die pas een jaar of vijftig met en zonder camera in de natuur vertoeft en de afgelopen tijd de meest gekke dingen heeft gezien. Voorbeeldje de klojo’s die bij Zouweboezem met waadbroeken aan naar de nesten met zwarte stern liepen en alles voor het plaatje. Ja voor plaatjes moet je in een hut zijn en voor foto’s moet je geduld hebben en moeite doen.

    1. “Voorbeeldje de klojo’s die bij Zouweboezem met waadbroeken aan naar de nesten met zwarte stern liepen en alles voor het plaatje.”

      Bijzonder, deze foto’s kun je toch nergens tonen zonder dat iemand opmerkt dat er verstoring heeft plaatsgevonden.

    2. Dat maakt deze lieden blijkbaar niks uit, Dit soort praktijken hebben we in het voorjaar ook in de polder Arkemheen kunnen aanschouwen helaas.

  5. Ik zou heel graag mooie foto’s maken in de vrije natuur maar hier in Vlaanderen mag je zowat nergens naast het water in natuurgebied gaan liggen. Je mag enkel op de wandelpaden komen, die zijn vaak drukbezocht en de plaatsen buiten de wandelpaden zijn zowat altijd rustgebied waar het verboden is om te komen. Dus een gehuurde vogelhut vind ik echt wel een goede optie om rustig foto’s te nemen zonder de natuur te verstoren en zonder zelf verstoord te worden.

  6. Iedereen moet maar doen wat hij of zij leuk vindt. Maar voor mij geldt, dat ik liever één foto kan maken in de natuur, dan 1000 vanuit een fotohut. Waar ik overigens ook gemiddeld 1 maal in de drie jaar kom en dan super geniet van soorten, die ik dan ook eens echt dichtbij heb.

  7. Om de vraag te beantwoorden: het valsspelen zit niet zozeer in het al dan niet gebruiken van een commerciële hut, maar eerder in het rookgordijn dat soms wordt opgetrokken. Niet zelden zie ik bijv. mantelende haviken voorbijkomen, allemaal op dezelfde stronk, waarvan het overduidelijk is dat de foto’s gemaakt zijn in een bekende hut. Niet mijn ding, maar prima. Vaak gaan die foto’s gepaard met verhalen over geluk, unieke momenten, inspanningen, en weet ik wat allemaal. Er wordt dan op zijn minst een suggestie gewekt dat de kijker toch wel naar iets héél bijzonders zit te kijken, terwijl het tafereel zich dag na dag afspeelt en iedereen die een paar tientjes kan missen en nog genoeg kracht heeft in zijn wijsvinger om af te drukken zo’n foto kan maken. Misschien mooi om te zien, maar hoe je het wendt of keert, het is dus niets bijzonders. Doen alsof dat wél is, dát is een beetje valsspelen. Maar goed, op de socials doen velen de werkelijkheid een beetje (of veel) geweld aan om te ‘scoren’ …..

  8. Vroeger moest je aa auto aanslingeren, nu steek je de stekker in het stopcontact…. Is de beleving van autorijden anders geworden? Natuurlijk! Het is geen afzien meer.
    Zo gaat het ook met fotografie, geen rolletje van 36 maar een SD card van 256gb, duizenden foto’s “schieten” op een fotosessie is niet erg moeilijk, maar met passie mooie foto’s maken wel!

  9. Er is wel de laatste jaren sprake van een soort ‘inflatie’ in de fotografie. Waar je vroeger nog heel veel moeite moest doen voor bepaalde beelden, is het nu veel makkelijker. Je ziet dit overigens niet alleen bij vogelfotografie, maar op allerlei gebieden. Bepaalde scherpte of achtergrond? Koop dan een fullframe camera en lichtsterke lens. Exotische dieren op de foto? Dan boek je een fotoreis, en daar zorgen ze ervoor dat de dieren voor je poseren.
    De social media jagen dit enorm aan. Er is veel sprake van kopieergedrag. Zo proberen in de portretfotografie veel mensen Stephan Vanfleteren na te doen.

    Het zorgt er wel voor dat het lastig om nog origineel te blijven. En het kost geld, veel geld. Ik zie met verbazing dat relatief onervaren fotografen kapitalen uitgeven aan foto-apparatuur. Ze hebben op YouTube gezien dat ze met camera X en lens Y en een beeldrecept bepaalde soorten foto’s kunnen maken. Je hebt er (overdreven gesteld) niet veel meer dan een buidel geld voor nodig. Maar wat is je beeld dan nog waard?

    Om terug te komen op de vogelhut: ik merk zelf dat dit soort foto’s me vaak ook weinig meer doen, je ziet er namelijk zó veel langskomen op social media. Het zijn hapklare brokjes geworden. De uitdaging is er wel een beetje af. Op zich is de vogelhut voor de vogels zelf dan misschien wel het minst verstorend, dus dat is wel een positief punt.

  10. Vrijwel allemaal onnatuurlijke uitziende foto’s die heel vaak tot stand zijn gekomen door de dieren te voeren waardoor elke vorm van natuurlijk gedrag ontbreekt. De foto’s gemaakt in die vogel hutten haal je er zo allemaal uit. Op Instagram en andere fotosite’s kom je dagelijks dezelfde eekhoorns, ijsvogels, roofvogels en andere volgevreten dieren tegen in net even andere poses net of ze gedresseerd zijn. Vaak geknipt uit films, lekker makkelijk.

  11. Het blijft voor mij toch een combinatie. Vogelhutten bezoek ik graag, maar voor bepaalde vogels ga ik toch echt ’t veld in omdat die simpelweg niet voor zo’n hut verschijnen.

  12. Ben er zelf niet zo van. Maar soms in zo’n hutje is natuurlijk super leuk. En relaxed. Natuurlijk hopend op de vogels/wild of wat dan ook.
    Vind het vaak leuker om zelf op zoek te gaan.

    BTW leuke column.

  13. Fotograferen vanuit een fotohut is een prachtige ervaring, die voor iedereen is weggelegd. Het blijft spannend en het voorkomt een boel verstoring. Doen!

  14. Kan aan de ene kant Egon helemaal volgen, het is misschien maar goed dat de hutten er zijn om in ieder geval een hoop verstoring in het veld te voorkomen. Aan de andere kant is de ‘kunst’ van het vastleggen van de soms moeilijkste gebeurtenissen in de natuur vrijwel volledig verdwenen.

    1. Welnee, vogeltje kieken vanuit schuilhut is toch maar een heel, héél klein deel van natuurfotografie? Het alternatief voor wie nu juist dit leuk vindt om te doen: moet iedereen dan zelf overal schuilhutjes gaan bouwen? (Met bouwen ben je er niet hoor, er moet ook onderhouden worden, gelokt, gevoerd, et cetera). Toch prima dat een soort van natuurdierentuin-ondernemer dat doet en de luxe “hotelschuilhut” verhuurt? En dan lijkt mij die hotelhut toch echt aangenamer dan de hutjes gebouwd van oude pallets en weggegooid landbouwplastic, met de laarzen tot aan de rand wegzakkend in de prut… die in mijn geheugen gegrift staan 😉
      Ook de plaatsing zal wel in orde zijn, want bij gebrek aan succes is het denk ik toch redelijk snel afgelopen met de klandizie.

      Bij de weg: ik denk Goudknopjes te zien in de achtergrond van de watersnip dus Arie heeft die kiek vast in de nieuwste hotelhut bij de Punt van Reide gemaakt (en dan de rest niet onwaarschijnlijk ook).

      En laat nu niemand denken dat ik reclame zit te maken voor vrind Bouwmeester, want we zijn geen vrinden en ik ben de knallende ruzie die we een jaar of 15 geleden hadden op birdpix (Zwarte Ooievaar) nog niet vergeten! Een volstrekt onafhankelijk pleidooi/recensie dus.

  15. Zoals eerder getypt, fervent voorstander van de hedendaagse hotelhutten en alle andere toeristische faciliteiten die de hedendaagse kudde.fotoschapen herderen zelfs al maak ik er zelf geen gebruik van! De beleving is anders, nogal wiedes, maar daarom nog niet inferieur.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

Meer columns van deze auteur

Wellicht ook interessant voor u