HOME < VERDIEPING < ACHTERGROND
achtergrond

Elfstedentocht? Nou nee, dank u!

Toen ik nog maar een klein mannetje was had ik van heel de Elfstedentocht nog nooit gehoord. En dat terwijl ik een Ommenaar ben, net als de hoofdrolspeler van de zwaarste elfstedentocht ooit.


Reinier Paping was in 1963 één van de weinige schaatsers die de eindstreep haalde. Slechts 1% van de bijna 10.000 deelnemers maakte het rondje van Leeuwarden, langs de tien steden, terug naar Ljouwert compleet.

Elfstedentocht? Nou nee, dank u!
Delen

Brinta

Met zijn overwinning verdiende Paping niet veel meer dan twee jaarkaarten voor de ijsbaan in Deventer. Een onbekende had hem na zijn overwinning nog een tientje gegeven. Toen tv-verslaggever Joop van Zijl hem na zijn overwinning vroeg wat hij die ochtend had gegeten, antwoordde hij: “Och, wat lichte kost. Een bord Brinta.”. Dit deed de toenmalige directie van Brinta besluiten hem een contract aan te bieden waar hij 500 gulden, een aansteker en een föhn mee verdiende.
Vele winters later, pas tijdens mijn puberjaren, ik was een jaar of 15, werd ik voor het eerst met dit fenomeen geconfronteerd. En dat terwijl we toch echt wel meer winters hadden gehad. Ook wel écht koude winters. Winters met ijs en sneeuw, met hagelbuien, bevroren vingers, kippenvel en sneeuwballen, poppen en pegels. Op de houten schaatsen naar school, sneeuwballengevechten (niet te hard knijpen want dan worden het ijsballen) of metershoge sneeuwpoppen bouwen, ik had het allemaal wel gedaan. Maar voor de tocht der tochten is meer nodig dan een beetje sneeuw en ijs. Koeienboeren gaan niet over één nacht ijs. Koeienboeren nemen met minder dan 15 centimeter geen genoegen.

De Elfstedentocht heeft nog maar 15 keer plaatsgevonden en het is al bijna 20 jaar geleden dat we Henk Angenent zagen winnen van Erik Hulzebosch. Deskundigen denken dat de zestiende tocht er wel gaat komen, alleen wordt de kans steeds kleiner.
 Tegenwoordig kennen we geen echte winters meer. Ook deze winter was niet bijzonder winters. Met een gemiddelde temperatuur van ruim vijf graden Celsius is de afgelopen winter bijna de warmste sinds 1905.

Chocomelk

Voor natuurfotografen is dit natuurlijk een prima ontwikkeling. Hoewel we graag sneeuw en ijs zien, zitten we niet op langdurig extreme kou te wachten. Daar worden de foto’s niets mooier van. Je batterijen raken eerder leeg, en je krijgt koude uiteindjes. 
Op een foto kan je de dikte van het ijs meestal niet eens zien (behalve misschien wanneer bij het paard van Marken het kruiend ijs voor mooie fotomogelijkheden zorgt).
Een dun laagje is meestal meer dan voldoende. Soms ontstaat er door zo’n ijslaagje op een ondiep plasje zogenaamd bomijs, en dat is pas echt mooi. Wanneer de temperaturen ‘s nachts nét onder nul liggen kan je ’s ochtends in beukenbossen ijshaar vinden. Voor het vormen van ijshaar moet het niet te hard vriezen.

Als natuurfotograaf neem ik graag genoegen met een laag sneeuw dik genoeg om het landschap mooier te maken, een beetje mist en een zwak zonnetje.
 Als er dan ook nog eens wat damherten voor de lens verschijnen keer ik tevreden naar huis. Naar de kachel en een grote beker warme chocomelk.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *