Menu

Onderdeel van Pixfactory

Flitsen en de invloed van de belichtingsdriehoek

Het is weer paddenstoelentijd en op de een of andere manier is dat voor veel fotografen het moment om de flitser weer van stal te halen. Natuurlijk zijn er veel fotografen die de flitser het hele jaar door gebruiken, maar paddenstoelen zijn toch wel favoriet. Lekkere blauwe achtergronden met dramatisch tegenlicht, beetje spelen met plantenspuitjes en reflectieschermen. Maar dan moet je wel precies weten hoe zo’n flitser werkt en dat valt eigenlijk toch niet mee. In deze tutorial vertel ik meer over de invloed van de belichtingsdriehoek op het flitslicht en hoe je de ‘lichtbalans’ kan beïnvloeden.
Porseleinzwam in ochtendgloren
Porseleinzwammen met op de achtergrond zonnestralen. Het bos is belicht door het aanwezige omgevingslicht, de paddenstoelen door een flitser. Maar hoe regel je nou de verhouding tussen beiden? Fotograaf: Johan van der Wielen

Lichtbalans

Wanneer je gaat flitsen creëer je een nieuwe lichtbron, naast het omgevingslicht. Heb je veel omgevingslicht, denk aan een zonnige dag, dan kun je met je flitser hoogstens wat accenten aanbrengen zoals het oplichten van schaduwpartijen. Reden voor mij om daarom het liefst op pad te gaan bij een donkere, grauwe, bewolkte dag. Er is dan weinig omgevingslicht, wat ook nog eens geen duidelijke richting heeft. Voor mij de perfecte omstandigheden om de flitser (of meerdere flitsers) in te zetten voor het bepalen van licht en lichtrichting.

Bij het inzetten van een flitser kun je ervoor kiezen om de flitser al het licht te laten genereren, je hebt dan het omgevingslicht volledig uitgeband. Het andere uiterste is dat je alleen met omgevingslicht werkt. Maar er is ook een middenweg waarbij je een deel omgevings- en een deel flitslicht inzet. Je spreekt nu van een lichtbalans, de balans tussen omgevings- en flitslicht. Afhankelijk van je instellingen kun je de verhouding meer richting omgevingslicht of juist meer richting flitslicht trekken.

Lichtbalans tussen omgevingslucht en flitslicht. Links is alleen omgevingslicht, rechts alleen maar flitslicht. De beide beelden ertussen hebben een deel van het één en een deel van het ander. Fotograaf: Johan van der Wielen

Flitskracht: via flitscompensatie of manueel

Flits je in ETTL (Electronic Through The Lens metering) dan bepaalt de flitser de hoeveelheid licht (= flitskracht) op basis van een voorflits (= lichtmeting). Deze kun je echter aanpassen met de flitscompensatie, vergelijkbaar met de belichtingscompensatie. Met + en – kun je dan de flitser harder of zachter laten flitsen dan de meting voorstelt. Deze manier van flitsen, ETTL, is echter alleen handig als de flits óp de camera staat want dan komt het licht op de flits terug op dezelfde wijze als ook in de lens valt. Dan heeft een lichtmeting van flitslicht ook zin.

Om te voorkomen dat de bladeren donkere silhouetten vormen heb ik geflitst met een flitser die op de camera stond (meelicht). Dit kan prima met een flitser op ETTL lichtmeting. Fotograaf: Johan van der Wielen

Zet je de flitser echter los van de camera (zogenaamd ‘off-shoe’; van de schoen) dan heeft een ETTL lichtmeting weinig zin meer. Je stelt je flitser dan handmatig in, op manual. Ook dan kan je de flitskracht instellen maar nu handmatig. Vol vermogen (het hardste wat de flitser kan flitsen) wordt 1/1 genoemd. Als je de flitser zachter wil laten flitsen kun je deze verhouding verlagen, bijvoorbeeld: 1/8, 1/32 tot maar liefst 1/128 (en soms zelfs 1/256). Dat betekent dat er respectievelijk maar 1/8, 1/32, etc. aan licht ten opzichte van het volle vermogen wordt gebruikt.

Hoeveel licht het volle vermogen (= 1/1) is, hangt af van het vermogen van je flitser. De meeste flitsers werken met een richtgetal, een kleiner richtgetal betekent minder maximaal vermogen.

Belichtingsdriehoek + flitskracht = vierhoek

We kennen de belichtingsdriehoek: sluitertijd, diafragma en ISO. Maar daar komt nu een nieuwe instelbare knop bij: de flitskracht. Nu zul je afvragen waarom dat zo speciaal is. Immers, als de zon harder schijnt hebben we toch ook te maken met een vierde element bij de belichting. Dat klopt maar er is een groot verschil tussen de zon (of een zaklamp) en een flitser. De zon is een vaste lichtbron, evenals een lamp. Dat betekent dat deze schijnt tijdens de hele belichting. Belicht je de foto langer dan komt er meer zonlicht binnen.

Bij een flitser is dat anders. Het flitslicht is namelijk heel veel korter dan de belichtingstijd. Bij een flitser spreek je van een flitsduur. De lengte van deze flitsduur is zowel afhankelijk van het type flitser maar ook van de flitskracht. Wat de flitser in feite doet is korter flitsen zodat er minder flitslicht op de foto komt.

Een voorbeeldfoto waarbij de achtergrond wordt belicht door het aanwezige omgevingslicht en de koekoeksbloem door een losse flitser die links buiten beeld staat opgesteld. Fotograaf: Johan van der Wielen

Om een indicatie te geven kan de flitsduur van bijvoorbeeld een Canon 580EX II flitser variëren tussen 1/250 seconde (vol vermogen, 1/1) en 1/20.000 seconde (1/128). Een Nikon SB-800 is iets sneller en varieert tussen 1/1000 seconde bij 1/1 en 1/41.000 bij 1/128.

Omdat de flitsduur dus veel korter is dan menige belichtingstijd komt er een andere invloed van flitslicht op de belichtingsdriehoek dan door zonlicht.

Voor ISO en diafragma is de invloed niet anders. Immers, ISO en diafragma veranderen niet tijdens de foto. Dat betekent dus dat als je de ISO of diafragma verandert je zowel het omgevingslicht als het flitslicht verandert.

Bij gelijkblijvende diafragma, sluitertijd en flitskracht heb ik gevarieerd met de ISO. Wat zie je? De hele foto, dus zowel de ingeflitste bloem als de door het omgevingslicht verlichte achtergrond worden lichter of donkerder. Fotograaf: Johan van der Wielen

 

Ik heb nu hetzelfde gedaan met het diafragma (bij gelijkblijvende ISO, sluitertijd en flitskracht). Je ziet nu hetzelfde als bij de ISO, het diafragma is van invloed op zowel omgevingslicht als flitslicht. Let op dat je wel verschil ziet met scherptediepte zoals je zou verwachten…

Maar nu de sluitertijd. Omdat de sluitertijd vaak veel langer is dan de flitsduur, is het flitslicht slechts een deel van de foto aanwezig. Als je de sluitertijd langer maakt zal het flitslicht dus niet meer invloed hebben. Het omgevingslicht natuurlijk wel.

Dezelfde exercitie als met ISO en diafragma met de sluitertijd. Wat nu opvalt is dat de achtergrond verandert maar… de ingeflitste bloem niet. Fotograaf: Johan van der Wielen

Wat opvalt is dat de sluitertijd dus geen invloed heeft op het ingeflitste deel van de foto maar alleen op datgene wat wordt verlicht door het omgevingslicht. Andersom heeft de flitskracht, logischerwijs, alleen invloed op het deel wat wordt belicht door de flitser.

Hoe beïnvloed je nu de lichtbalans?

We hebben nu twee lichtbronnen, omgevingslicht en flitslicht. Daarnaast hebben we vier knoppen om aan te draaien: ISO, diafragma, sluitertijd en flitskracht. Hoe kun je nu de verhouding regelen tussen omgevingslicht en flitslicht, de lichtbalans?

ISO en diafragma zijn van invloed op beiden. Die moet je dus als eerste instellen. Immers, als je de ISO of diafragma verandert, verandert de hele foto. Diafragma is vooral bedoeld voor de scherptediepte, dus die wil je als eerste instellen. ISO en diafragma hebben geen invloed op de lichtbalans maar wel op de totale belichting.

Daarna gebruik je de flitskracht voor eventuele aanpassingen aan de belichting van je ingeflitste onderwerp. De sluitertijd kun je dan nog gebruiken om je omgeving donkerder of lichter te maken. Flitskracht is voor het onderwerp, de sluitertijd voor de omgeving. Deze twee hebben dus invloed op de lichtbalans.

Wanneer je de lichtbalans kunt beïnvloeden heb je volledige invloed over hoe je het licht wil hebben in je foto. Fotograaf: Johan van der WIelen

Er is nog zoveel meer…

Klopt, ondanks dat deze tutorial al best uitgebreid is, is er nog heel veel meer te vertellen over flitsers. Denk aan de invloed van de afstand van de flitser tot het onderwerp, de beeldhoek van de flitser, eerste of tweede gordijn flitsen, werken met kleurengels, flits modifiers, etc. Wil je meer weten over flitsen, koop dan het uitgebreide boek “Flitsen – Praktijkgids voor natuurfotografen” want daarin staat werkelijk alles over flitsen!

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Geef een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: