De manier waarop je dat extra licht toevoegt kan verschillend zijn. Het hoeft zelfs niet eens met een flitser; soms kun je het zonlicht reflecteren met een reflectiescherm. Een flitser is echter minder afhankelijk van het aanwezige omgevingslicht en daarmee vaker inzetbaar.
Meestal is het recht van voren flitsen niet zo mooi, maar voor een invulflits is dat veel minder van toepassing. Het gaat immers slechts om een deel van het licht dat op het onderwerp valt. Je kunt daarom prima uit de voeten met de ingebouwde flitser van je camera of met een flitser op de camera. Vanzelfsprekend kun je die laatste ook los gebruiken, waardoor je het licht gerichter op de gewenste plek kunt krijgen.
Je kunt volstaan met een eenvoudige ‘rechttoe rechtaan flits’, een losse flitser, al dan niet in combinatie met allerlei accessoires. Alles hangt af van de situatie. Zo kan een diffuser het licht verzachten, terwijl je met een kleurfilter de kleur van het licht aanpast aan de rest van de foto. Het is meestal mooier de flitser iets te onderbelichten, waardoor een subtieler resultaat ontstaat. Het gehele principe van een invulflits is namelijk dat je het namelijk niet ervaart als een foto waarbij flitslicht is gebruikt. Een invulflits is dus echt wat anders dan een mooi belicht onderwerp tegen (vervolgens) een zwarte achtergrond!



Landschapsfotografie
Bij flitsen denk je misschien niet direct aan landschapsfotografie. Toch vallen ook daar volop voordelen te behalen, zowel overdag als tijdens de nachtelijke uurtjes. Waar je filters kunt gebruiken om luchten tegen te houden of dynamiek te introduceren met lange sluitertijden, kun je met flitslicht juist bewegende onderdelen bevriezen of specifieke onderwerpen in het landschappelijke beeld extra uitlichten. Ook al lijkt landschap en flits niet de meest voor de hand liggende combinatie, neem deze toch maar wel mee!
Bij landschapsfotografie is vaak sprake van een groot licht-donkercontrast. Zo blijft er in het kleurrijke tegenlicht van de zonsopkomst of -ondergang weinig van het landschap over: de lucht kleurt op, maar onderwerpen in de voorgrond worden al snel donkere silhouetten; je kijkt immers tegen de schaduwzijde van een onderwerp aan. Zelfs bij indirect zonlicht is het overdag al snel te contrastrijk voor een mooie balans tussen belichting achtergrond (lucht) en voorgrond (onderwerp).
Grijsverloopfilters helpen maar beperkt, omdat je tegen de schaduwzijde van een onderwerp aankijkt en omdat je daarmee niet een onderwerp kunt uitlichten, maar een volledig vlak van de foto donkerder maakt. Steekt je onderwerp ook nog eens door de horizon heen in de lucht dan werkt een grijsverloopfilter al helemaal niet. Natuurlijk heb je de mogelijkheid van nabewerking door het oplichten van schaduwpartijen en tegenhouden van lichte delen. Bij hoog contrast is ook dat vaak maar beperkt mogelijk.


Juist hier biedt een flitser de oplossing. Hiermee kun je heel specifiek de schaduw van een onderwerp inlichten. Omdat een flitser een beperkt bereik heeft, zeker bij veel omgevingslicht, werkt een flitser alleen voor elementen die zich op korte afstand van de camera bevinden. Nu gaat het bij groothoeklandschapsfoto’s vaak om een boeiende voorgrond. Deze zorgt niet alleen voor een fundament, maar biedt ook iets om naar te kijken. Bedenk dat de aandacht van de kijker getrokken wordt door lichte delen in de foto. Een donker onderwerp of donkere voorgrond zorgt ervoor dat de aandacht verdwijnt naar de achtergrond. Wil je de aandacht op de voorgrond vestigen dan is een extra lichtaccent met bijvoorbeeld flitslicht een goede optie. Het doorbreekt zogezegd een te monotone voorgrond. Overigens gaat het daarbij niet altijd om elementen die zich op de bodem bevinden. Ook bladeren aan bomen kunnen deze rol vervullen, zeker op dagen dat de lucht weinig boeiend is (geheel grijs of blauw).




