HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
tutorials

Hoe maak je een panoramafoto?

In het analoge tijdperk maakten landschapsfotografen wel gebruik van speciale panoramacamera’s. Hierbij waren vooral middenformaatcamera’s geliefd, omdat die in staat zijn veel detail vast te leggen. De meeste van deze panoramacamera’s maken gebruik van het formaat 6×17. Dit is een geschikt formaat om een landschap als panorama weer te geven, omdat het niet te langgerekt is. Verder stelt het je in staat het complete beeld in één oogopslag tot je te nemen.

panoramafoto
Een 6x17 panoramabeeld opgebouwd uit 4 staande opnames. Sauveplantade; Ardèche; Frankrijk. Fotograaf: Bendiks Westerink
Delen

Stitching

Met digitale technieken kun je meerdere foto’s tot één beeld samenvoegen. De meest gebruikte – Engelse – term hiervoor is ‘stitching’ ofwel hechten of stikken. Vervolgens kun je dit samengevoegde beeld bijsnijden tot een panorama in het gewenste formaat. Op deze manier heeft je foto genoeg megapixels, ondanks de uitsnede. Dit is van belang voor een goede detaillering in het beeld, zodat je de foto groot kunt publiceren en afdrukken. Om een aansprekend panorama te maken moet je uiteraard eerst in het veld een geschikt totaalbeeld vinden. Een kader van karton dat je meeneemt in je fototas kan je in het landschap helpen een mooie panorama uitsnede te visualiseren. Zo’n ‘lijst’ maak je simpel door in het karton een rechthoek in de gewenste breedte-hoogteverhouding uit te snijden.

Parallax-effect en panoramabeugels

Als je de camera draait op een statief, bevinden de onderwerpen voor de camera zich niet steeds op dezelfde afstand. Kijk maar eens beurtelings met je ene en je andere oog naar een voorwerp dichtbij. Je ziet dat het beeld dan wat van plaats verandert. Iets dergelijks gebeurt met een camera die je draait. Hierdoor kan het moeilijk zijn dergelijke beelden softwarematig goed samen te voegen. Dit effect wordt ‘parallax effect’ genoemd.

Zijaanzicht van een opstelling met panoramabeugel waarbij de camera wordt gedraaid rond het ‘no-parallax point’ van het objectief.
Zijaanzicht van een opstelling met panoramabeugel waarbij de camera wordt gedraaid rond het ‘no-parallax point’ van het objectief.

We kunnen dit effect vermijden door de camera te laten draaien rond het ‘no-parallax point’ van de lens. Dit is een denkbeeldige spil op de plaats waar, ondanks het draaien van de camera, toch de onderlinge afstanden tussen de camera en de omgeving niet veranderen. Je zou kunnen zeggen de plek waar de zogenoemde entreepupil van de lens om zijn eigen as draait. Dit no-parallax point varieert per objectief. Om de camera met objectief rond deze spil te laten draaien zijn speciale panoramabeugels verkrijgbaar.

Het gebruik van zo’n panoramabeugel is van belang bij 360 graden panorama’s en bij panorama’s waarbij zich onderwerpen vrij dicht bij de camera bevinden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan panorama’s van het interieur van een huis. Als het dichtstbijzijnde onderwerp zich wat verder af bevindt, zoals vaak in de landschapsfotografie, is zo’n beugel meestal niet nodig. Bij opnames gemaakt met een objectief langer dan circa 40 mm heb je sowieso weinig last van het parallax effect.

panoramafoto
Panorama samengesteld uit 8 staande foto’s gemaakt met een 100 mm lens waardoor een panoramabeugel niet nodig was.

Stappenplan voor panoramafoto’s

Om foto’s te maken die optimaal bruikbaar zijn om tot een geslaagd panorama samen te voegen, is het raadzaam een vast werkplan te volgen. Op die manier zorg je ervoor dat foto’s soepel aan elkaar passen en ook een gelijkmatige belichting hebben, zodat je bijvoorbeeld geen plotseling verschil ziet in de kleur van de lucht. Om achteraf een uitsnede te kunnen maken met een voldoende hoge resolutie kun je het best een aantal staande opnames maken. Je hebt dan zowel boven als onder voldoende ruimte om gedeelten digitaal weg te snijden. Bij het samenvoegen van de foto’s is het belangrijk voldoende overlap te hebben in je opnames. Deze overlap heeft de software nodig om de nodige richt- en stelpunten te vinden om goed passend samen te voegen. Een duidelijk richt- of stelpunt kan bijvoorbeeld een markante boom of kerkje zijn.

  1. Bepaal een geschikte compositie voor je panoramafoto. Een in karton uitgesneden brede fotolijst of zoekkader kan je daarbij helpen. Bepaal vervolgens hoe breed je je panorama daadwerkelijk wilt maken en reken uit hoeveel opnamen je daar voor nodig hebt.
  2. Zorg dat je camera waterpas staat. Sommige camera’s, statieven en statiefkoppen hebben een ingebouwd waterpas. Maak anders gebruik van een opzetwaterpas.
  3. Bepaal het juiste scherpstelpunt. Zorg dat dit vervolgens niet verandert, dus zet de autofocus uit.
  4. Kies een gemiddelde belichting door te meten op verschillende plekken in je compositie. Zorg ervoor dat er niet teveel verschil is in soort lichtval binnen je compositie, dus niet het ene beeld met veel en het andere met veel minder tegenlicht. Gebruik geen polarisatiefilter; dit geeft teveel kleurverloop, met name in de lucht.
  5. Gebruik de M-stand om ervoor te zorgen dat elke opname hetzelfde belicht wordt.
  6. Maak het benodigde aantal staande opnames met voldoende overlap. Voor de verhouding 6×17 is een reeks van 4 tot 6 opnames aan te bevelen. Het maken van de fotoreeks gaat het eenvoudigst met een L-bracket . Dit is een hulpmiddel om de camera gekanteld op het statief te plaatsen.
  7. Gebruik bij opnamen met een langere sluitertijd bij voorkeur een draadontspanner.

Stitching software

Op de computer voeg je de gemaakte opnames samen tot één panorama-foto. Je kunt hiervoor de volgende software gebruiken:

  • Photoshop (vanaf versie CS2)
  • Photo stitch (gratis bij Canon camera’s en te downloaden bij Canon)
  • Lightroom (vanaf versie 6)
  • Autostitch (gratis demoversie beschikbaar)
  • PTGUI (geavanceerd panorama-programma)

cover landschapsfotografie praktijkboek
Meer lezen over landschapsfotografie?

Koop ons Praktijkboek landschapsfotografie.
Hét standaardwerk over landschapsfotografie.
Te koop bij de betere boekhandel en via de webshop.

Deel dit artikel


6
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Door Menno Graaf op 1 augustus 2017 om 19:45

    Ik schakel ook altijd de interne (lens/body) stabilisatie uit, voorkomt gekke sprongen tussen foto’s en maakt het draaien soepeler

  2. Dag!
    zeker interessante info. Wat mij nog niet geheel duidelijk is geworden: Ik probeer soms panorama’s van Nightscapes te maken, maar die krijg ik nooit aan elkaar, omdat er bolling optreed tijdens het fotograferen ( aangezien mijn punt natuurlijk van links naar rechts gaat) Kan ik dit voorkomen? ( ik weet dat ik met het richten op de horizon dit probleem niet heb)

  3. Voordat ik Lightroom had gebruikte ik altijd Microsoft ICE, een gratis tool die uitstekend werkt.

  4. Dag Piet,

    Dit programma ken ik zelf niet, dus ik kan je daar helaas niet bij helpen. Wellicht dat er bij het opslaan als gekozen kan worden voor een bestandsformaat. Of het kan ook zijn dat het programma een voorgedefinieerde bestandgrootte gebruikt.

    Bendiks

  5. Ik gebruik Photo Stitch van Canon. Daarbij moet ik eerst mijn RAW bestanden opslaan in Jpeg. Als ik dan een panorama van enkele foto’s maak en opsla, zie ik dat het bestand van de panorama kleiner geworden is dan het bestand van één individuele gebruikte foto, dus kwalitatief veel mider. Wat doe ik verkeerd??

    1. Door Menno Graaf op 1 augustus 2017 om 19:48

      Is er geen export optie waar je aan kan geven dat je de maximale resolutie wilt? Het kan heel wel kloppen trouwens dat een panorama in jpg kleiner is dan de RAW van een van de foto’s…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *