Making of: Alles of niks

Tijdens mijn vakantie in Zuid-Frankrijk wandelde ik ’s middags met mijn gezin langs de prachtige kust van de Esterel, bekend om zijn rode rotsen. Er stonden een aantal karakteristieke dode bomen en het uitzicht over de azuurblauwe zee was schitterend. Ik besloot om met zonsondergang terug te gaan en dat bleek een schot in de roos. Die avond maakte ik misschien wel mijn mooiste foto ooit, terwijl het er aanvankelijk op leek dat alles mis zou lopen.
De tijd begint te tikken. 9MM; 1/13S bij F8; ISO200. Fotograaf: Guido van de Water

Spitsuur

Vanaf mijn vakantiehuis naar deze plek was het ongeveer 45 minuten rijden. Ik had me echter totaal verkeken op de drukte op de Franse wegen rond dit tijdstip. Uiteindelijk deed ik ruim anderhalf uur over het ritje. Terwijl de tijd wegtikte, zag ik de zon steeds verder zakken. Toen ik aankwam, ben ik letterlijk als een kip zonder kop het pad omhoog gerend dat ik die middag met mijn gezin had verkend. De wandeling zou normaal een half uur duren, maar ik klaarde de klus in de helft van de tijd. Toen ik eenmaal totaal uitgeput boven kwam, schatte ik dat ik nog maximaal 30 minuten had voordat de zon achter de horizon zou verdwijnen.

Veel mooie bomen. 12MM; 1/40S bij F8; ISO200. Fotograaf: Guido van de Water

Zoeken naar compositie

Hoewel ik die middag al een globaal idee van het gebied had gekregen, had ik nog geen ijzersterke compositie voor ogen. Ik probeerde op verschillende plekken iets fatsoenlijks vast te leggen, maar het resultaat was matig. Terwijl het licht veranderde, sloeg de paniek een beetje toe. Zou al die moeite voor niets zijn?

Het boompje in de diepte. 12MM; 1/20S bij F8; ISO200. Fotograaf: Guido van de Water

Vlak voor de kust lag een klein eilandje met een toren. Ik wilde dit in beeld krijgen, maar de voorgrond die ik had was saai. De zon zakte bovendien achter een wolk; het zag er naar uit dat ik nog maar 5 à 10 minuten licht zou overhouden zodra hij er weer onderdoor zou piepen. Ik had een betere voorgrond nodig. Op dat moment spotte ik een prachtig boompje, een heel eind onder mij.

De zon is bijna weg. 29MM; 1/50S bij F8; ISO200. Fotograaf: Guido van de Water

Geen pad

Het boompje stond perfect in lijn met het eiland op de achtergrond, maar er was één probleem: er liep geen pad naar beneden. Dit leek een onmogelijke missie, maar ‘niet geschoten is altijd mis’. Ik baande me een weg door de struiken en over losse rotsen. Het hoogteverschil was aanzienlijk, maar uiteindelijk bereikte ik de enorme rots waar het boompje op stond. De zon kwam inmiddels onder de wolk tevoorschijn. Ik liet mijn tas beneden liggen en klom alleen met mijn statief, camera en groothoeklens de rots op. De eerste testfoto was prima, maar de onrustige golven deden afbreuk aan de compositie. Omdat mijn 7-14mm f/2.8 lens een bol voorste element heeft, waarop geen filters passen, was ik aangewezen op het Live ND-filter in mijn camera.

De tijd begint te tikken. 9MM; 1/13S bij F8; ISO200. Fotograaf: Guido van de Water

Één kans

De zon raakte de horizon al en ik wist dat ik nog maar één kans had. Ik draaide de camera naar de portretstand, waardoor de rotsen in de voorgrond optisch uit elkaar werden getrokken. Hierdoor ontstond een leading line die in werkelijkheid niet zo dramatisch was, maar puur werd gecreëerd door de ultragroothoek. De ruimte op de rots was beperkt en door de extreme hoek kwamen mijn eigen voeten telkens bijna in beeld. Bovendien gaapte er achter mij een flinke afgrond, dus het was oppassen geblazen.

Ik stelde het Live ND-filter in op de maximale stand (ND64), wat bij f/9 en ISO 200 een sluitertijd van 8 seconden opleverde. Ik stelde snel scherp op het boompje en drukte af. Terwijl de sluiter openstond, zakte de zon definitief weg. Dit was de enige foto die ik kon maken, maar het was raak. Ik ben niet snel tevreden, maar soms weet je meteen: dit is iets bijzonders.

Het risico waard. – Fotograaf. 7MM; 8S bij F9; ISO200 Fotograaf: Guido van de Water

De weg terug

Ik heb nog even gewacht om te zien of het blauwe uur de moeite waard zou zijn, maar dat kwam qua sfeer niet in de buurt van het magische licht van vlak daarvoor. Terwijl ik van de rots af klom, maakte ik nog een alternatieve compositie, en op die beelden is pas goed te zien hoe donker het op dat moment al was. Toen drong het ook tot me door: ik moest de weg omhoog, dwars door het struikgewas, in het pikkedonker zien terug te vinden.

Toch was deze foto die moeite dubbel en dwars waard. Voor mij is dit een herinnering dat je altijd voor het maximaal haalbare moet gaan. Had ik besloten om niet naar dat boompje af te dalen, dan was ik met een veilige, maar middelmatige plaat thuisgekomen. En als ik vijf minuten langer over de afdaling had gedaan, had ik waarschijnlijk helemaal niets gehad.

Ik kom liever met lege handen thuis dan met het knagende gevoel dat ik iets bijzonders heb laten liggen. Ik kies daarom altijd voor de riskante weg als dat een betere foto oplevert, ook al loop je dan het risico dat je met niets eindigt. Sommige foto’s zijn dat risico simpelweg waard.

Na zonsondergang. 12MM; 1/5S bij F4.5; ISO200 Fotograaf: Guido van de Water

De edit

Het meest bewerkelijke aan deze foto was het torentje op het eiland. Door de extreme hoek van de groothoeklens stond deze helemaal scheef. In Lightroom kon ik dit gelukkig corrigeren met de transformatie-tools. Omdat ik dit op locatie al zag aankomen, had ik extra ruimte rondom het boompje gelaten. Zonder dat extra ‘vlees’ aan de randen was er bij het rechtzetten hoogst waarschijnlijk een stuk van het boompje weggevallen. Dit is dus zeker iets om rekening mee te houden als je een foto maakt met een enorme groothoek. Verder heb ik een basisbewerking toegepast op de hoog lichten en schaduwen, en met een lineair verloopfilter het laatste zonlicht van rechts iets extra aangezet.

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en servicevoorwaarden zijn van toepassing.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: