Het boomblauwtje
Het boomblauwtje is een kleine, sierlijke dagvlinder met een lichtblauwe bovenzijde en een lichtgrijze onderzijde met fijne zwarte stippen. De soort doet zijn naam eer aan, want hij vliegt vaak rond bomen en struiken. In Nederland heeft het boomblauwtje meestal twee tot drie generaties per jaar. De voorjaarsvlinders verschijnen vanaf april, de tweede generatie in de zomer en vaak nog een derde in de nazomer of vroege herfst. Daardoor is het boomblauwtje een van de langst waarneembare blauwtjes van het jaar.

Wilde marjolein
Het is juli en ik loop over het pad waar vorig jaar veel vlinders op de vele bloemen in de berm zaten. Vandaag zijn dat er veel minder, zowel bloemen als vlinders. Van alle bloemen langs het pad is wilde marjolein veruit favoriet. Dikkopjes, bruinblauwtjes en het tweekleurig hooibeestje fladderen van bloem tot bloem. Ik twijfel nog tussen de 200–600mm en de 70–200mm, maar zoals meestal start ik met de eerste. Op 600mm moet ik minimaal 2,40 meter afstand houden om scherp te kunnen stellen. Dat betekent dat de vlinder klein en veel van de omgeving in beeld komt. Die combinatie kan heel fraai zijn, maar de omgeving is hier erg druk. Allerlei lichte grassprieten doorkruisen de wilde marjolein en zorgen voor een onrustig beeld. Het tweekleurig hooibeestje krijg ik maar niet op de foto zoals ik het graag wil en na een kwartier fotograferen kies ik toch voor de andere lens.

50 meter verderop
Met mijn 70–200mm kan ik behoorlijk dicht bij het onderwerp komen. Het is geen macro-objectief, maar met een vergrotingsfactor van 1 : 2 zijn close-upfoto’s goed mogelijk. Op 200mm is de scherpstelafstand ruim 80 cm en blijf ik dus op ruime afstand van het onderwerp. Om zelf of met mijn schaduw niet in beeld van mijn fotomaatje te komen, loop ik verder naar een volgende groep wilde marjolein. Hier geen dikkopje, geen tweekleurig hooibeestje, maar een boomblauwtje. Hij fladdert van de ene naar de andere bloem op zoek naar nectar. Ook al is wilde marjolein niet zijn waardplant, de nectar bevalt hem blijkbaar. Ik leg mijn rugzak op het pad en een zitmatje onder mijn knieën. Omdat de vlinder nogal beweeglijk is en het enigszins waait, kies ik voor een sluitertijd van 1/800 seconde. Drinkend van de nectar heeft hij zijn vleugels dicht en zie ik de kenmerkende lichtgrijze onderkant met de zwarte stippen. Die wil ik helemaal scherp en daarom diafragmeer ik tot f/7.1. De ISO zet ik op Auto. Mochten de lichtomstandigheden wijzigen, bijvoorbeeld als de zon achter de wolken verdwijnt, dan past de camera de ISO automatisch aan. En omdat ik een overbelichte vlinder wil voorkomen, onderbelicht ik met ruim één stop.

Uit de hand
Ik ben fan van mijn statief en ik gebruik het vaak. Nu heeft dat echter geen zin. De vlinder is beweeglijk en blijft maar kort op dezelfde bloem. Daarom fotografeer ik uit de hand. Voor een maximaal scherpe vlinder kies ik mijn standpunt zo dat ik zoveel mogelijk haaks op de dichtgeklapte vleugels van het boomblauwtje zit. Met enkele centimeters naar links, rechts, boven of beneden varieer ik telkens het standpunt om de kans op een exact haakse positie te vergroten. Verandert de vlinder van positie, dan beweeg ik mee om opnieuw zo haaks mogelijk op de vleugels te fotograferen.

AF-ON met volgen
Met de AF-ON-knop ingedrukt stel ik met de functie ‘tracking – spot S’ scherp op het kopje van de vlinder. Eenmaal scherp blijft de camera de kop volgen en daarop scherpstellen, ook als de bloem met de vlinder heen en weer beweegt. Ondertussen kijk ik naar de omgeving, of beter gezegd de achtergrond, van de vlinder in mijn beeld en kies ik de meest boeiende compositie. Hoe goed de camera de scherpte ook blijft vasthouden, in de AF-C-modus maak ik meerdere foto’s om de kans op een opname met optimale scherpte te vergroten.

Wisselende achtergrond
De tijd vliegt en ik ben al bijna drie kwartier bezig met het fotograferen van dezelfde vlinder. Fijn, zo’n fraai model dat maar blijft poseren. Het onderwerp blijft gelijk, maar de achtergrond wisselt steeds als het boomblauwtje naar een volgende bloem vliegt. Afhankelijk van die achtergrond kies ik voor een standpunt dichtbij of juist verder af. Als ‘mijn’ model plots wegvliegt van de wilde marjolein, kijk ik hem na. Verderop gaat hij weer zitten. Ik verzamel mijn spullen en houd ondertussen de vlinder op zijn nieuwe plek in de gaten. De bloemen zijn verruild voor een groen blad met in de achtergrond enkele gele bloempjes. Daar wil ik er wel eentje van meenemen in de compositie. Ik blijf op 200mm fotograferen, neem wat meer afstand en kies voor een staand beeld. Nu duurt het poseren minder lang; al na een paar foto’s vliegt hij weg. De boom in, hoe kan het ook anders.

Algemeen voorkomend
De zon is het hoogste punt al ruim voorbij en we besluiten weer richting Nederland te gaan. In tegenstelling tot het tweekleurig hooibeestje hoef je voor een boomblauwtje overigens niet naar de Eifel. Hij komt vrijwel in heel Nederland algemeen voor. En met twee tot drie generaties per jaar heb je volop kans op een ontmoeting.











