Omstandigheden
Ik verlaat de route langs de beek bij gebrek aan onderwerpen. Het pad leidt naar een open terrein waar ik onlangs veel vlinders aantrof: o.a. landkaartjes, dikkopjes, koolwitjes, bruine zandoogjes en dagpauwogen. Ik hoop ze nu weer aan te treffen maar wordt al snel teleurgesteld: geen vlinder te bekennen. De omstandigheden zijn ook niet ideaal. De distels zijn vrijwel uitgebloeid en de zon laat nog steeds verstek gaan.
Hooibeestje
Langs het pad is een strook met een diversiteit aan grassen. Ook hier zie ik niks fladderen dus speur ik naar zittende vlinders tussen het gras. Het duurt even voordat ik het donkere silhouet spot dat de vorm heeft van een kleine vlinder. Langzaam loop ik dichterbij en mijn vermoeden klopt: een hooibeestje, een vlindertje met een heel toepasselijke naam. Hij komt namelijk vaak voor in grasrijke gebieden (hooilanden) en hij is relatief klein: beest-je dus. Best logisch dus dat ik hem juist hier aantref.

Uit de hand
Ik doe enkele stappen achteruit en besluit voor de 70-200mm lens in plaats van de macrolens die nu nog op de body zit. Met 200mm kan ik meer afstand bewaren en verklein ik de kans op verstoring. Terwijl ik de lenzen verwissel houd ik het hooibeestje zoveel mogelijk in de gaten. Gelukkig blijft hij zitten. Voordat ik door de knieën ga probeer ik het beeld voor me te zien dat ik ga maken. Vanuit welk standpunt maak ik de foto? Hoe zien voor- en achtergrond er daarbij uit? Pas als ik de verschillende mogelijkheden heb afgewogen neem ik mijn positie langzaam in. Niet veel later maak ik de eerste foto’s.

Belichtingsdriehoek
Ik fotografeer uit de hand, met een telelens en er is wat wind. Daarom kies ik voor een snellere sluitertijd van 1/500 sec. Het diafragma ‘knijp’ ik tot F6.3 voor wat meer scherptediepte. Ik wil namelijk het hele vlindertje (ogen en vleugels) scherp in beeld. Omdat ik vanuit meerdere posities en met verschillende diafragma’s foto’s wil gaan maken kies ik voor auto-ISO. Op die manier hoef ik niet steeds de ISO-waarde aan te passen als ik mijn diafragma aanpas en/of het licht meer/minder wordt. Om eventueel over- of onder te belichten gebruik ik de belichtingscorrectieknop. Zeker in de situatie waarin het vlindertje er elk moment vandoor kan gaan en ik hem misschien op een nieuwe plek kan fotograferen, werkt dit voor mij het snelst.

Achtergrond
Zoals ik al zei wil ik de vlinder helemaal scherp op de foto. Haaks op de vleugels fotograferen en niet te dichtbij maken dat mogelijk. Omdat de vlinder zo nu en dan anders gaat zitten moet ik dat ‘haaks fotograferen’ goed blijven checken en mijn positie aanpassen. Wat wel leuk is, is dat de achtergrond dan mee verandert. Dat gebeurt natuurlijk ook als ik hem vanaf de andere kant fotografeer. Op de vorige twee foto’s is de achtergrond vrij eentonig. Op de tweede foto staan gele bloemen in de achtergrond van hetzelfde vlindertje (kijk maar, hij heeft een kleine beschadiging achter op de bovenste vleugel).
Op een gele bloem
Als ik weer terugloop naar mijn rugzak om toch voor de macrolens te gaan vliegt het hooibeestje op. Ik volg zijn vlucht langs de grasstrook en even verderop gaat hij weer zitten, ditmaal op een gele bloem. Ik laat de macrolens voor wat hij is en zoek het vlindertje weer op. De omgeving is nu een stuk drukker en ik kies mijn positie zo dat het beestje tussen twee stengels in de achtergrond zit. Ik maak enkele foto’s en nog voordat ik kan controleren of de scherpte goed is, vliegt hij weer een eindje verder en vindt nu een plek laag tussen de grassen.

Donker
De omgeving is ditmaal vrij donker maar het flauwe zonlicht (jaja, de zon doet inmiddels toch haar best) zet de vlinder toch in het licht. Ik maak meerdere foto’s waarbij ik ook een stop onderbelicht. Dat zorgt voor een nog donkerder achtergrond.

Pauze
Ik besluit te pauzeren tot de vlinder weer verder vliegt. Wat slokken water verder gebeurt dat ook en loop ik weer achter mijn model aan. Grasspieten blijken toch favoriet. In tegenstelling tot de vorige foto heb ik nu de kans hem met de wolken in de achtergrond te fotograferen. Om te voorkomen dat de vlinder nu een silhouet wordt kies ik voor 3 stops overbelichten. Bovendien zet ik het diafragma iets meer open (F4.5) om daarmee de ISO toch zo laag mogelijk te houden. Omdat ik op meer afstand fotografeer zit het met de scherpte wel oké schat ik in. Door de zoeker zie ik bruin en wit, meer niet.

Eén hooibeestje x 6
Onlangs gaf ik de deelnemers tijdens een workshop de opdracht om hetzelfde onderwerp 3x te fotograferen maar telkens anders. Dat bleek een hele uitdaging. Maar als je onderwerp zich meerdere keren verplaatst (zoals vandaag) is zelfs een reeks van 6 mogelijk.












3 reacties
Leuk om door te lezen. Het gaat van pas komen!
Leuk artikel Erik. Goede tips voor de instellingen en aanpak. Ga ik zeker toepassen. Tnx
Prachtige foto’s Erik. Heel leuk om het Hooi beestje op verschillende manieren te fotograferen!