Making of: Oog in oog met een appelvink

Gewapend met camera, 17mm-lens, pluche ijsvogel en afstandsbediening ben ik op weg naar mijn hut aan de bosrand. Ik hoop een appelvink voor de lens te krijgen. Niet zomaar voor de lens, maar vlák voor de lens. Vandaag is mijn eerste poging.
Nikon Z9 met NIKKOR Z 17-28mm, 17mm, F22, 1/50, ISO 800

Ongenaakbaar.. de appelvink in zijn biotoop. Fotograaf: Bert Ooms

Voorbereiding

Niet ver van de hut staat een paal in de grond met daarop een statiefkop met een houten nepcamera erop en een groene plastic zak eroverheen. In die zak zit een gat, waar de neplens doorheen steekt. Ik vervang de nepcamera door m’n echte Nikon Z9 met 17-28mm groothoek, ingesteld op 17mm. De pluche ijsvogel prik ik vast op een zorgvuldig van tevoren uitgekozen plek op een grillige eikentak, die vanuit het bos afhangt naar het veld. De paal met statiefkop is zo geplaatst, dat de voorkant van de lens op een centimeter of twintig voor de ijsvogel staat.

Nog even de juiste compositie zoeken en de statiefkop kan vast. Ik laat de camera automatisch scherpstellen op het koppie van de ijsvogel en fixeer de focus vervolgens op manual. Diafragma naar f/22 om zowel de vogel als het bos erachter scherp te houden. ISO omhoog naar minimaal 800 om nog een beetje belichtingstijd over te houden. Afstandsbediening even testen, ijsvogel weer weghalen en de plastic zak terug over de camera, zodat alles er weer net zo uitziet als voor mijn komst. Aan een tak vlak achter de camera hangt de silo met zonnepitten. Daar smullen de appelvinken al een paar weken van en ze zijn volkomen gewend aan de nepcamera. Nu naar de hut met m’n afstandsbediening. Vanuit de hut kan ik zien of er een appelvink op de juiste plek gaat zitten voor de foto die ik in gedachten heb.

Het begin: een compositie van een kijkje in het bos, waarbij tenminste één tak heel dicht bij de lens moet zitten. Een pluche ijsvogel dient als stand-in voor zowel compositie als scherpstelpunt. Nikon Z9 met NIKKOR Z 17-28mm, 17mm, F22, 1/60s, ISO 1000. Fotograaf: Bert Ooms

Wat heb ik dan wel in gedachten?

Ik zie voor me een appelvink, die imponerend in beeld is, maar waarbij ook zijn kenmerkende habitat, het loofbos, ruimschoots en scherp in beeld is. Een bosbeeld bovendien, dat met een interessante, aansprekende compositie sterk bijdraagt aan het totale beeld. Ik hoop daarmee het effect te bereiken dat de kijker zich in het bos waant, oog-in-oog met een appelvink.

Met een lange lens is de vogel wel groot in beeld te krijgen, maar de omgeving wordt grotendeels vaag. Dat is ook mooi natuurlijk, maar heeft ook iets onnatuurlijks. Zo ervaren we het beeld in werkelijkheid niet. Met een korte lens krijg je lekker veel landschap, maar is de vogel amper terug te vinden. Kan ook mooi zijn, maar de vogel komt dan een beetje in een bijrol.  Tenzij, tenzij… de vogel vlak voor de lens staat! Maar hoe krijg je een appelvink zo gek?

Met zonnepitten dus. Daar doen ze een moord voor. Nou ja, een flinke knokpartij in elk geval wél. Daar heb ik ook al mooie foto’s aan over gehouden. Maar de silo met zonnepitten mag natuurlijk niet in beeld. Met een 17mm groothoek betekent dat wel zo ongeveer dat de silo áchter de camera moet hangen. Ik hoop dan maar, dat zo af en toe een appelvink op weg naar de silo op de juiste plek gaat zitten.

Niet alleen appelvinken houden van zonnepitten. En check! Spandraad moet nog weg. Nikon Z9 met NIKKOR Z 17-28mm, 17mm, F22, 1/125s, ISO 800. Fotograaf: Bert Ooms

Het valt me niet mee. Zelden zit een appelvink er dichtbij, en dan vaak net niet in een leuke pose of net teveel in beweging (ik heb meestal minder dan 1/200 seconde sluitertijd vanwege f/22). Uiteindelijk heb ik er wel één te pakken op de juiste plek en scherp. Het blijkt een leerzame eerste oefening, want…

Daar zit hij dan: positie klopt, scherp, maarrr.. houding, schaduwen, vogel nogal klein en dat na twee dagen proberen. Het moet anders. Nikon Z9 met NIKKOR Z 17-28mm, 17mm, F22, 1/200s, ISO 1000. Fotograaf: Bert Ooms

Het moet anders

Allereerst komen de vogels van teveel verschillende kanten naar de silo: er ontstaan te weinig kansen. Daarnaast vind ik de appelvink te klein voor het gewenste oog-in-oog effect. Ook maken schaduwen het beeld te onrustig en hinderen een prettige belichting van de vogel zelf. Verder is zijn houding niet bepaald die van de intimiderende bully onder de vinken; eerder een beetje timide en op z’n hoede. Aan dat laatste is weinig te doen; ik moet gewoon geluk hebben. Maar de andere problemen zijn te verhelpen, al maken ze de uitdaging er niet kleiner op.

Om te beginnen moet de camera dichter bij de doelplek staan, om een sterker groothoekeffect te krijgen en daarmee hopelijk de gewenste oog-in-oog beleving.  Ik verplaats de paal met de statiefkop naar voren tot de voorkant van de lens nog maar circa 15cm van het oogje van m’n ijsvogeltje verwijderd is. Om het aantal aanvliegopties te verkleinen, plaats ik een klein bakje met zonnepitten pal onder de lens op de tak, die vanaf de doelplek naar voren toe onder de lens doorloopt. Zodra ik een fotosessie start, haal ik de grote voersilo weg. Alleen het kleine bakje met zonnepitten blijft dan beschikbaar. En dan die schaduwen. Direct zonlicht moet ik vermijden, maar ik moet wel redelijk wat licht hebben met een diafragma van f/22. Dus ik moet wachten op een licht wolkendek of sluierbewolking waar nog redelijk veel zonlicht doorheen komt.

Nog een liefhebber van zonnepitten. Grappig natuurlijk, maar soms zit hij wel een minuut of twintig in de buurt en dan blijven de appelvinken weg.
Nikon Z9 met NIKKOR Z 17-28mm, 17mm, F22, 1/60s, ISO 800. Fotograaf: Bert Ooms
We zijn er bijna. Alles klopt nu, behalve positie en houding van de appelvink. Het is verder een kwestie van geduld.. Nikon Z9 met NIKKOR Z 17-28mm, 17mm, F22, 1/60s, ISO 800. Fotograaf: Bert Ooms

Het begint erop te lijken

Het kleine voerbakje werkt: appelvinken zitten nu duidelijk vaker op de gewenste tak en uiteindelijk boek ik een eerste succesje, waaruit blijkt dat ook de andere aanpassingen het gewenste effect hebben: appelvink groot genoeg, scherp (met 1/60 seconde), kijkt in de lens en geen last van schaduwen. Nu de juiste positie en houding nog. Ik moet nog één dag geduld hebben, maar dan klopt uiteindelijk alles. Gelukkig maar, want niet lang daarna verdwijnen de appelvinken voor een tijdje om elders een gezin te stichten. Ruim 3 weken heb ik genoten van dit project en nu kan ik ze tevreden uitzwaaien.

Ongenaakbaar… de appelvink in zijn biotoop. Nikon Z9 met NIKKOR Z 17-28mm, 17mm, F22, 1/50s, ISO 800. Fotograaf: Bert Ooms

Wil je meer weten over (het fotograferen van) appelvinken? Lees dan onze soortbeschrijving.

Eén reactie

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en servicevoorwaarden zijn van toepassing.

Geef een reactie

Eén reactie

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en servicevoorwaarden zijn van toepassing.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: