HOME < INSPIRATIE < COLUMN
columns

Papa

“Papa, waarom zijn hier geen andere fotografen?” Onder een grote zomereik wachtten Dirk en ik totdat de zon achter de wolken vandaan kwam. “Omdat ik niemand verteld heb over deze plek”. Stilte. Dan: “Maar waarom vertel je dan niemand over deze plek?” In de verte riep een wielewaal, verder was het stil. “Omdat ik niet wil dat deze plek kapot wordt getrapt, en dat de gentiaanblauwtjes dan verdwijnen”. 

Papa
Verwondering bij het zien van een gentiaanblauwtje Fotograaf: Luc Hoogenstein
Delen

Nederland

Ei-afzetting, door de ogen van Dirk
Ei-afzetting, door de ogen van Dirk Fotograaf: Dirk Hoogenstein

Deze zomervakantie waren we in Nederland gebleven. Het waren drukke tijden geweest, en iedereen vond een relaxte vakantie zonder reisdagen wel best. En daarbij, Nederland is prachtig! Ik verheugde me op een paar weken rondstruinen met gezin en camera, zonder een vast omlijnd plan. Geen doelsoorten, geen “must-visit”-plaatsen, geen stress. We belandden in het oosten van het land in een regio waar we al vaker geweest waren. Bij het vakantiehuisje vroeg Dirk wat hij hier kon fotograferen. Ik begon over de reeën die vaak in het grasveld voor het huisje stonden, over de mooie paddenstoelen die nu tevoorschijn kwamen en over een vlindertje, het gentiaanblauwtje. De paddenstoelen geloofde hij wel, maar die reeën, dat klonk goed! Over het vlindertje deed hij wat meesmuilend. “Wat is daar nou aan?”. Ik keek hem aan en glimlachte. We zaten buiten in de zon aan een picknicktafel, en moeder en dochter waren boodschappen doen. Tijd voor het wonderlijke leven van het gentiaanblauwtje!

Avontuur

Gentiaanblauwtje
Gentiaanblauwtje Fotograaf: Dirk Hoogenstein

Voor een vlinder heeft een gentiaanblauwtje een ronduit spannend leven. Nadat de rups het ei uitkruipt mag hij een dag of 10 van de klokjesgentiaan eten, maar daarna begint het. De rups laat zich in de vroege avond op de grond vallen. Levensgevaarlijk! Op de grond zitten rovers, die maar wat graag een rups willen opeten. En mieren zijn gek op rupsen. Maar laat dat nou nét het idee zijn. De rups hoopt juist dat hij gevonden wordt door knoopmieren, zoals de bossteekmier. Door een chemisch stofje denkt de mier dat de rups een mierenlarve is! De rups wordt daarna snel naar het veilige mierennest gebracht, onder de grond. In het mierennest begint de volgende missie: groeien. Om te groeien heb je eten nodig. In het mierennest zijn geen planten te vinden, maar wel een andere voedselbron: mierenlarven en mierenpoppen. Voorzichtig vreet de rups zijn buik rond met de nakomelingen van zijn gastheer. In het voorjaar verpopt de rups zich, en dan begint het spannendste gedeelte van zijn reis. Als de vlinder uit de pop kruipt weten de mieren dat ze bedonderd zijn, en moet hij rennen voor zijn leven, met een horde woedende mieren achter zich aan. Hij moet zo snel mogelijk het nest uit, omhoog een grasstengel in, snel zijn vleugels oppompen en wegvliegen. Ver weg, veilig van de mieren.

Dirk had ademloos zitten luisteren. “Die wil ik fotograferen, kom, we gaan!”. Ik maande hem tot rust en vertelde dat we beter morgenochtend konden gaan. Grotere kans op vlinders, en dan konden we nu nog even de cameraval ophangen voor de reeën.

Gewetensvragen

Dirk in actie
Dirk in actie Fotograaf: Luc Hoogenstein

De volgende ochtend gingen we op zoek naar de gentiaanblauwtjes, met de cameraspullen en de eeuwige voetbal. Na een uurtje wandelen en voetballen kwamen we bij de plek waar ik in het verleden eerder gentiaanblauwtjes had gevonden. Het weer was niet optimaal. Zware bewolking, flarden motregen en een graad of 16. Maar buienradar liet zien dat dat slechts een tijdelijk probleem zou zijn. We gingen zitten langs het pad en keken naar de vlinderloze hei. Dirk staarde voor zich uit, in gedachten. “Papa, weet jij waar de mierennesten zitten? Stel nou dat we op een nest gaan staan, dan kunnen we toch ook rupsen van het gentiaanblauwtje kapot trappen?” Slimme donder! Ik zei dat ik het niet wist, en vroeg of hij misschien wist hoe we dan foto’s konden maken zonder de boel te verstoren. “Nou, ik zie allemaal kleine paadjes van koeien, kunnen we daarop lopen? Dan trappen we niet op nesten en gentiaantjes”. Ik gaf hem gelijk. Wat we ook konden doen was wachten bij die grote klokjesgentiaan aan onze voeten. Grote kans dat een vlinder die plant vindt, en dan hoeven wij niet achter de vlinders aan te lopen. Dirk dacht na, en vond dat ook een goed idee. “Maar papa, waarom zijn wij eigenlijk de enige fotografen hier?” Ik vertelde hem dat dit plekje stil werd gehouden door de terreinbeheerder. Dit was kwetsbare natuur, en het probleem is dat veel fotografen geen idee hebben van het bijzondere leven van dit vlindertje. Stel dat al die fotografen nu in de hei zouden liggen rollen om mooie foto’s te maken, dan was de kans groot dat bijvoorbeeld niet-bloeiende klokjesgentianen zouden worden kapotgemaakt of dat mierennesten zouden worden verstoord. Dirk knikte begrijpend. “Dus eigenlijk is het goed dat alleen wij er zijn?” Ik twijfelde. De natuur is van iedereen, tenslotte, en er zijn natuurlijk meer fotografen die respect voor en kennis over de natuur hebben. De druk op een kwetsbaar terrein mag niet te groot wordt. In dit geval was ik het met Dirk eens. Het was goed dat wij de enige twee hier waren.

Zon

De wolken schoven langzaam voor de zon vandaan, en al snel lieten de eerste gentiaanblauwtjes zich zien. De mannetjes een meter boven de hei, patrouillerend langs de grenzen van hun domein, de vrouwtjes lager tussen de planten, op zoek naar klokjesgentianen. Mijn rugzak stond al klaar als statief bij de gentiaan. Ik zette Dirk in positie, en probeerde hem rustig te houden (“Papa, daar gaat er een! Hij komt hier naartoe!!”). Het geluk was met hem: binnen een paar minuten landde een vrouwtje voor zijn neus en begon eitjes af te zetten. De camera ratelde aan een stuk door, begeleid door een breed scala aan vreugdekreten. De vlinder trok zich er niets van aan. Maar na een paar minuten keek Dirk op:” Kom maar papa, nu mag jij. Ik geloof dat ik hem wel heb. Maar wel voorzichtig doen!”. De spanningsboog van een jochie van 9 is nu eenmaal korter dan die van een volwassen kerel. Gelukkig had hij zijn voetbal ook meegenomen.

 

Gentiaanblauwtje
Gentiaanblauwtje Fotograaf: Luc Hoogenstein

Epiloog

De foto’s waren geweldig geworden. Niet alleen omdat ze technisch prima waren, maar vooral vanwege het verhaal achter de foto’s. Dirk had (volgens hem) de allerstoerste vlinder van Nederland gefotografeerd, en ik had gezien hoe een kind van 9 al de waarde van de natuur kan inschatten. Het verhaal aanhoren is één, maar er wat mee doen, dat is stap twee. Ik hoop dat er iets van blijft hangen.

Deel dit artikel


5
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Door Babette van Es op 26 juni 2016 om 00:21

    Heerlijk verhaal! Lijkt me geweldig om met je kind zo te genieten van onze prachtige natuur…

  2. Dat is echt genieten…..

  3. Door Lidy Reesink op 8 oktober 2015 om 13:43

    wat een super verhaal. ik geniet van jullie enthousiasme en de prachtige foto’s

  4. Mooi verhaal! Heerlijk om zo de passie voor natuur te delen met je zoon. Die eerste foto spreekt boekdelen!

  5. herkenbaar, vertederend, aandoenlijk en belevend… mooi verhaal! Geniet maar met je zoon…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *