Onderwerp
Allereerst helpt het natuurlijk als je onderwerp een beetje een lichte kleur heeft. Krokussen, tulpen en bloesems zijn perfect, omdat ze van zichzelf vaak al pastelkleurtjes hebben.

Diafragma
Kies een laag diafragmagetal, bijvoorbeeld f/2.8 of f/4. Hiermee krijg je een kleine scherptediepte en dat betekent dat de achtergrond van je foto waziger wordt. Hierdoor komt alle aandacht op je onderwerp te liggen.
Compositie
Kies een laag standpunt, zeg maar op ‘ooghoogte’ van de bloem. Hiermee trekt de bloem meer aandacht en zorg je er al voor dat veel rommeltjes in de achtergrond wegvallen.
Achtergrond
Probeer een rustige achtergrond te vinden. Liefst niet te veel takjes, grassprieten en bosjes vlak achter je onderwerp. Door de compositie en je diafragma goed te kiezen, help je jezelf al een heel eind aan een rustigere achtergrond. Je kunt natuurlijk ook zelf een achtergrond maken als je bezig bent met macro- of close-upfotografie. Een gekleurd kartonnetje of stukje stof achter je onderwerp doet wonderen.

Boterhamzakje
Door een boterhamzakje vlak voor je lens te houden, creëer je een zachte waas in je beeld. Je kunt hiermee storende takjes en dergelijke buiten beeld houden. In plaats van een boterhamzakje, kun je ook een bloemetje of een gekleurd stukje stof gebruiken. Die geven een gekleurde waas in beeld. Een leuke toevoeging bij pastelfotografie voor als de achtergrond een beetje saai is.

Licht
Zorg ervoor dat je onderwerp diffuus verlicht is. Daardoor krijg je minder harde schaduwen en dat past beter bij dit soort foto’s. Op een bewolkte dag is het licht vanzelf al diffuus en hoef je er dus niets voor te doen. Op een zonnige dag zet je je onderwerp in de schaduw, bijvoorbeeld met behulp van een paraplu of diffuser. Zorg dat de achtergrond wel in het volle zonlicht staat. Je onderwerp is dus relatief donkerder geworden. Nu ga je overbelichten (hoeveel is altijd een beetje uitproberen, het kan soms wel tot 2 stops schelen), zodat je onderwerp weer goed belicht is. De achtergrond raakt hierdoor wat overbelicht en dat geeft precies die lichte, pastelachtige achtergrondkleur die we zoeken.

Nabewerking
Nu je je foto’s gemaakt hebt, is het tijd voor de nabewerking. Natuurlijk is de bewerking erg afhankelijk van de foto en is er niet 1 instelling die altijd het beste werkt. Maar de volgende schuifjes/instellingen kunnen je al een heel eind op weg helpen:
- Kijk of de belichting goed is, of dat je die toch nog iets hoger moet zetten.
- Een wat gelere witbalans geeft vaak een lente-achtig gevoel. Dat past er goed bij. Dat gezegd hebbende; je kunt ook mooie pastelfoto’s krijgen met juist een blauwere witbalans.
- Verlaag het contrast. Hierdoor worden schaduwen minder prominent en wordt het beeld zachter.
- Verhoog de schaduwen. Het beeld wordt hierdoor wat platter en zachter.
- Verlaag de verzadiging van de kleuren. Die worden dan ook wat zachter.
- Je kunt de luminantie wat verhogen voor meer pastel kleuren.













