HOME < INSPIRATIE < COLUMN
columns

Rotvos

Terwijl de meeste fotografen in april en mei massaal proberen een unieke bloemenkrans te rijgen van bosanemoon, pinksterbloem, hyacint en klaproos, doe ik elk voorjaar een 8-weekse marathonsessie zelfkastijding. Ik ga namelijk achter de rotvossenwelpen aan.

Een duidelijk voorbeeld van een rotvos. De ondeugd en sluwheid stralen er vanaf, van dit achterbakse creatuur win je het als fotograaf nooit.
Een duidelijk voorbeeld van een rotvos. De ondeugd en sluwheid stralen er vanaf, van dit achterbakse creatuur win je het als fotograaf nooit. Fotograaf: Marijn Heuts
Delen

Voor wie in de buurt van de Amsterdamse Waterleidingduinen vertoeft, klinkt rotvos en zelfkastijding wellicht als een onwaarschijnlijke combinatie, maar laat me uit de doeken doen hoe een seizoen rotvossen fotograferen er in het druk bejaagde zuiden des lands zo’n beetje uit ziet.

Voorfase

Meestal begint in januari de eerste verkenning van de gebieden in mijn regio. De rotrekels graven meerdere burchten of bouwen uit en de rotmoervos kiest er eentje uit waarin ze in maart haar rotwelpen ter wereld brengt. Begin april ga ik intensiever zoeken naar vers graafwerk, belopen pijpen en de typische rotvossengeur. In een slecht jaar kost me dit meerdere ochtenden en heel wat kilometers struinwerk. Als het echt niet lukt schakel ik een hulplijn in, wat doorgaans wel betekent dat ik het verder van huis moet gaan zoeken. Straks in mei/juni betekent dat nog vroeger opstaan. Dit jaar vonden mijn rotvosmaat en ik al vrij snel een drietal belopen burchten. Hoera, de eerste fase ging voor de verandering eens gemakkelijk.

Vanaf half april komen de eerste rotwelpen buiten. Sommige rotmoervossen werpen vroeger dan anderen, dus je kunt er geen peil op trekken. Soms tref je al verrassend grote rotwelpen aan rond Koningsdag, soms vind je nog harige pluizenballen eind mei. Althans, dat heb ik van horen zeggen, ik heb ze nog nooit zo klein gevonden. Dan begint het posten, aanzitten, wachten. En dat kost tijd, heel veel tijd.

7 seconds

Terwijl Facebook volloopt met de prachtigste en kleurrijkste beelden van bloemen, insecten en nestelende vogels, blijven mijn geheugenkaartjes angstvallig leeg. De rotwelpen komen maar weinig buiten als ze nog klein zijn en de tijden waarop dat gebeurt zijn niet te voorspellen. Een zit van 4 uur zou doorgaans voldoende moeten zijn ze een keer buiten te zien. Uit ervaring kan ik zeggen dat dit lang niet altijd zo is. Vaak, heel vaak zit je dus voor niets.

Dit jaar spant de kroon, 40 uur posten over meerdere sessies leverde 7 seconden zicht op (een deel van) een rotwelp op en een halve foto. De return on investment is dus bijzonder laag. De eerste keer kwamen twee oortjes boven de grond, gevolgd door de rest van de rotwelp die, zonder ooit maar mijn kant op te hebben gekeken, een waggelende sprint trok naar de volgende pijp en daarin verdween. Nooit meer gezien. De tweede keer kwamen twee rotwelpen boven. Ik kon mijn geluk niet op toen ik ook nog een derde kop zag verschijnen. Helaas was die een paar maten groter. De rotmoervos was thuis, vertrouwde het niet helemaal en de hele rotfamilie verdween langzaam onder de grond. Een paar dagen later ging ik terug, bleek de boer een flathoge takkenril te hebben gebouwd net voorbij de burcht. Rotvossen houden niet van veel drukte bij de bouw en dus waren ze verkast. Spinnenwebben in de pijpen als stille getuigen van hun vertrek. Opnieuw zoeken dus en ik vond een nieuwe en belopen burcht in het territorium. Ook daar na verschillende pogingen (nog) niets gezien.

Scar tissue

Ik druk niet of nauwelijks af, maar het proces laat wel diepe afdrukken in mijn gemoed na. Psychologisch is de belasting enorm. In het begin zorgt elke voor-nop-sessie er voor dat ik alleen maar vastberadener word om te slagen. Ik moet en zal een rotvosfoto maken. Tot het moment dat er iets breekt en ik er de brui aan wil geven. De rotvos voelt dat feilloos aan en probeert me langer aan het lijntje te houden. Dat doet -ie door zich heel even op zijn onvoordeligst te laten zien. Ik weet dan dat de rotfamilie er nog woont en dat levert weer net voldoende energie en motivatie op om door te blijven gaan. Aan het eind van het seizoen heb je dan een handvol registratiefoto’s van een rotvos en heel soms een foto die ook nog eens mooi is. Dit jaar lijkt overigens een uitzondering te worden, ik vermoed dat de rotvos de relatie wil verbreken.

Daar zitten ze dus
Toch nog een vos gefotografeerd dit jaar, zij het onbewust. In de rode cirkel. Fotograaf: Marijn Heuts

Het hele gebeuren haalt ook het slechtste in mij boven. Als ik na weken proberen nog geen of bijna geen resultaat heb behaald en ik zie op internet de prachtigste foto’s van iemand die per ongeluk op een bouw met piepkleine rotjongen is gestuit, dan krijgt de jaloezie onherroepelijk de overhand over de toch veel logischer ‘mooie foto’ gedachte. Ik kan het niet uitstaan dat iemand die er geen moeite voor doet, wil doen, of heeft hoeven doen zo’n gelukje heeft en foto’s maakt waarvan ik al jaren droom. Maar dat vertel ik aan niemand en ik druk als altijd netjes op ‘like’.

Alleen is ook maar alleen

Over geen moeite doen gesproken: doe geen moeite me een berichtje te sturen als ik uiteindelijk een keer een succesje boek en met grote opluchting de foto’s openbaar maak. Het is onvoorstelbaar hoe groot het leger aasgieren is dat tussen de voorjaarsbloemen zit te wachten tot er iemand beet heeft, om zonder enige scrupule meteen in de pen te klimmen in een poging de vruchten te plukken van andermans werk. ‘Mag ik een keer mee want ik wil al heel lang erg graag eens een keertje vossen fotograferen’. Uhm…die vossen komen niet vanzelf op je pad, daar zul je moeite voor moeten doen. En zelfs al heb je ze gevonden, kost het meerdere sessies voor er überhaupt een foto uit rolt. De rotvos kop je niet even binnen, voeg je niet zomaar toe aan je toch nooit complete verzameling postzegels. Een berichtje sturen naar iemand die die moeite wel heeft gedaan is niet echt moeite doen, wel? Nu is het gelukkig zo dat de vossen hier zo schuw zijn dat de aanwezigheid van één persoon al genoeg is om ze te doen verkassen. Laat staan twee. Dat kan ik dus mooi als argument gebruiken om helemaal geen anderen mee te nemen. Had ik al gezegd dat die rotvos het slechtste in me naar boven haalt?

En toch…

Ondanks alles ga ik er volgend voorjaar weer helemaal voor. Om te bewijzen dat ik het kan, om foto’s te maken die anderen niet maken omdat ze de moeite niet (willen) doen, omdat het zo verslavend en leuk is. Ik weet dankzij de inspanningen van dit jaar (en alle jaren er voor) immers weer een aantal nieuwe territoria en burchten en wie weet heb ik daar volgend jaar wel beet. Ik blijf er voor gaan, want rotvossen zijn leuk!

Deel dit artikel


8
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Hi Marijn,

    Je neemt me de woorden uit het toetsenbord: dank voor de gedeelde smart 😀
    En ook al klinken de AWD als een welpenwalhalla ; ook hier zijn de rotvossenwelpjes ruim vertegenwoordigd. Hun rottigheid uit zich op andere manieren (verboden gebied, burchten diep, diep in de duindoorns), maar de rottigheid is er niet minder om. Ik wéét dat je me niet gelooft, maar zeg nou zelf: hoeveel welpenfoto’s zie je uit die hoek voorbij koment…? Q.E.D 😀
    Prachtig mooi stukje weer en die ene foto is t allemaal waard!

    Grtz,
    Roeselien

  2. Hallo Martijn
    ik herken precies je verhaal, ook ik ga er ieder jaar weer op uit om jonge vossen te fotograferen.
    Bij ons komt er nog bij dat ze bijna altijd in de donkerste hoekjes van het bos zitten.
    Honderden uren heb ik er de laatste 10 jaar opzitten met schuiltentje zitten. Ook ik heb er na een seizoen zitten een foto met 2 oren erop, dat was alles. Je denkt dan laat maar volgend jaar doe ik het niet meer, maar als het seizoen begind ga ik ook weer zoeken en schuiltentje zitten.
    Dat noemt men hobby.
    gr Carel

  3. Drie weken geleden het geluk gehad wel 7 pups te zien in het Deelerwoud. Weliswaar was het zien van vossen geen doel op zich, maar ik voelde me erg bevoorrecht dat ik op gepaste afstand uren heb kunnen genieten van de pups die regelmatig buiten kwamen en de moeder die vooral veel weg was, maar toch nog even tijd had om de pups te zogen en twee prooien te brengen.
    Één van de foto’s van de pups ingezonden voor de wedstrijd “Jong Leven” op deze website en de foto van de moeder staat op badl.zoom.nl (“Scherp toezicht”).
    Ik begrijp je frustratie als het niet lukt na uren en uren voorbereiding en werk in het veld… Mijn excuus is dat ik verder wel uren en uren in de natuur doorbreng met camera en dan het “geluk” had met een bewoonde vossenburcht…

    Gr.,
    Arnold de Lange

    1. Door Marijn op 3 juni 2016 om 15:53

      Hartstikke mooie ervaring! Alles wat ik schrijf is met ‘tongue in cheek’ maar eerlijk is eerlijk: ik gun het mensen die veel tijd en moeite investeren (lees: altijd op pad zijn en hun omgeving kennen) het meest. Het is je dus gegund 😉

  4. Tja, zelfkastijding hoort bij natuurfotografie. Ik zit vol met muggebultjes van het fotograferen van libellen. Dat moet je maar voor lief nemen als je leuke platen wilt maken. De NRCV heeft een mooi docu over de Rotvos. Die vindt je zo terug bij uitzending gemist.

    1. Door Marijn op 3 juni 2016 om 11:35

      Ik heb de DVD! Mooie docu inderdaad.

  5. Komt me erg bekend voor Martijn, mooi stuk, het kost tijd heel veel tijd (en soms heb je geluk)

  6. Wederom zeer geestrijk geschreven stuk! En ik deel je kritische noot ten aanzien van de platte scoorders die het internet afstruinen op zoek naar gratis en gemakkelijke fotokansen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *