HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Appelvink

De appelvink is een markante vink, maar liefst 18 cm groot en met een kenmerkende zeer stevige driehoekige snavel. Ook de kop en hals zijn dik. Ondanks zijn grootte, is de vogel lastig waar te nemen voor mensen die het geluid niet goed kennen. De vogel houdt zich meestal nogal heimelijk op, hoog in de bomen. Het geluid is een luid ‘tsik’ dat een beetje lijkt op dat van een roodborst. Aan het eind van de winter en in het vroege voorjaar, als de bomen nog kaal zijn, zie je deze vink het meest. Het voedsel bestaat uit pitten, bessen, grote zaden van kersensoorten (vogelkers en gecultiveerde kersen), zaden van beuken en eiken en soms ook insecten.

Appelvink
Ze zijn niet heel schuw als ze aan je situatie zijn gewend. Soms komen ze heel dicht op de schuilhut en schrikken niet snel. Fotograaf: Bart Stornebrink
Delen

Naast zijn forste omvang heeft de appelvink kenmerkende kleuren. De kop is geelbruin, de rug en schouders zijn warmbruin. De nek is grijs en de stuit is grijsgeelbruin. De staart is donkerbruin, de snavel is loodblauw en de poten lichtbruin.

De vogel nestelt meestal hoog in bomen dicht tegen de stam aan en soms in struiken. Het nest is vrij klein en plat. De binnenzijde is gevoerd met veertjes en pluisjes. De broedperiode loopt van april tot en met juni. Een legsel bestaat uit 4 tot 5 grijsgroene tot blauwe eieren met donkerbruine vlekjes. Deze vinkensoort heeft zo’n krachtige snavel dat een kersenpit schijnbaar moeiteloos gekraakt wordt. Uit onderzoek is gebleken dat de appelvink met zijn kaken een drukkracht van maar liefst 50 kilogram kan uitoefenen. Helaas gaat het grootste deel van het leven van appelvinken schuil achter vele boomtakken. De soort zit het liefst hoog in forse bomen en is bovendien bijzonder waakzaam. Door het verborgen gedrag en onopvallende geluid lijkt de appelvink zeldzamer dan hij werkelijk is. Op de zeldzame haakbek na is het de grootste en zwaarste vinkensoort van Europa.

Nederlandse appelvinken trekken in zeer strenge winters weg naar België en Frankrijk, maar deze wegtrekkers worden gecompenseerd door overwinteraars uit noordelijker streken. Meestal blijven appelvinken in zwervende, kleine wintergroepen ter plaatse.

De doortrek van oostelijker vogels kan in sommige najaren aanzienlijk zijn, vooral in het zuidoosten van het land. De doortrek begint half september en dooft in november uit. In de winter concentreren veel appelvinken zich in beweeglijke groepen op voedselrijke plekken, niet zelden binnen stedelijke bebouwing. De voorjaarstrek vindt plaats tussen half februari en half april.

Hier is de enorme snavelspier goed te zien. Goed voor 50 kilo per vierkante centimer. Dus kijk uit bij het ter hand nemen.
Hier is de enorme snavelspier goed te zien. Goed voor 50 kilo per vierkante centimer. Dus kijk uit bij het ter hand nemen. Fotograaf: Bart Stornebrink

Fototips

De appelvink staat bekend als een schuwe vogel. Maar dat valt reuze mee. Zolang je onzichtbaar bent kan hij veel hebben. Lichte bewegingen en geluid deren hem niets. Bij een vijvertje wacht je altijd met afdrukken op het eerste slokje, zodat ze zich op hun gemak voelen. Zonnebloempitten zijn verreweg het populairst en daarmee lok je ze makkelijk. Ze blijven lang op de voerplek de pitten pellen. De vogel went snel aan vaste patronen van voeren.

De appelvink heeft een zeer herkenbare grove snavel. Die verkleurt naarmate het seizoen vordert. In de balts zijn ze op hun mooist staalblauw.

Een appelvink is nooit alleen. Of de partner is in de buurt, of vaak ook meerdere soortgenoten. Het is een forse vogel, dus gebruik f-getallen vanaf 8 om nog voldoende scherpte te krijgen. Ze bewegen traag, dus kun je met lagere sluitertijden volstaan. Mik voor de verandering eens met je scherpstelpunt op de markante blauwe vleugelveertjes.

Stel jezelf zo op dat een spiegelbeeld perfect uitpakt als ze drinken.
Stel jezelf zo op dat een spiegelbeeld perfect uitpakt als ze drinken. Fotograaf: Bart Stornebrink

Verspreidingskaart

Verspreiding

Meer weten?

SOVON

Waarneming soortinfo

Soortenbank

Vogelbescherming

 

En dan nog dit!

Bij de balts in april zijn man en vrouw erg close. Vaak voert hij haar bij wijze van liefkozing. Wees daar alert op. De jonge appelvinken zijn heel apart en fotogeniek getekend met een mooi vlekkenpatroon op de flanken. In juni krijg je die voor de lens. Vaak worden ze op de voerplek nog door de ouders gevoerd. Probeer eens een laag standpunt in te nemen (vanuit een speciaal laag schuiltentje) op een voerplaats, zodat je het zaad niet ziet en toch een mooi close portret van het gezinsleven kunt maken.

Deel dit artikel


5
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Ik denk dat de schuwheid van de appelvink absoluut gewoon realiteit is… Het feit dat de appelvink dan mogelijk makkelijk te lokken is, zegt eigenlijk heel weinig over het natuurlijke gedrag, want in hoeverre is dat nog natuurlijk gedrag ?
    Hoe mooi vele van die foto’s voor veel mensen ook zijn, het immens grote aantal “schuilhut- / kijkhut- foto’s” dat voorbij komt van de appelvink op het wereldwijde web is wel opvallend… Een appelvink fotograferen zonder hem te lokken is de echte uitdaging… Dat levert nog veel uniekere plaatjes op ook…

    Gr.,
    Arnold

    1. Een soort met een uitdaging dat is zeker. Zie eerlijk gezegd het bezwaar niet dat je een vogel probeert te fotograferen op een technisch optimale manier. En als veel mensen dat doen, dan lijken veel foto´s inderdaad op elkaar. Hoewel, er komt nog verdacht veel rommel uit die comfortabele fotohutjes vandaan. Een klein vogeltje in zijn natuurlijke omgeving fotograferen is eigenlijk niet mogelijk zonder heel veel kwaliteitsverlies of eindeloos investeren in onnodig veel millimeters. Hoe nobel en idealistisch het ook moge klinken. Want de fora staan ook vol met het soort ´net niet plaatjes´. Vaak niet meer dan een zwaar gecropte registratieplaat. Maar ieder zijn uitdaging. Schuw of niet.

      1. Beste Bart,

        ik heb nergens gezegd dat er een bezwaar is tegen het (quote:) “op een technisch optimale manier” fotograferen van appelvinken of andere soorten… Ieder zijn ding… Ik gaf alleen aan dat het niet de meest unieke platen oplevert… Daarbij heb ik verder geen waardeoordeel, want niet voor iedereen is het criterium “uniek” een belangrijke factor..
        Verder ben ik het totaal niet met je eens dat je een klein vogeltje niet kunt fotograferen zonder kwaliteitsverlies of met heel veel millimeters… Maar het is geen discussieforum, dus hier laat ik het bij…

        Gr.,
        Arnold.

  2. Was niet helemaal als grapje bedoeld. Geluid en beweging kan hij beter hebben dan veel soortgenoten. Als je mensfiguur maar neutraal is. Ik redeneer vanuit een situatie van schuilhut, schuilcape en schuiltent op minder dan vijf meter van de vogel. Dan spelen sluitergeluid en lensbeweging een belangrijke rol in hoeveel tijd je krijgt om de vogel te fotograferen. Liefst in zijn natuurlijke gedrag. De appelvink is veel minder alert dan je van een schuwe vogel mag verwachten. Vergelijk hem bijvoorbeeld maar eens met de gaai. Maar ook groenlingen zijn eigenlijk veel schuwer. De schuwe reputatie die de appelvink heeft is maar zeer betrekkelijk. Best een relaxte vogel eigenlijk.

  3. Leuk artikel. Ik moest wel erg lachen om het volgende:

    “Zolang je onzichtbaar bent kan hij veel hebben.”

    Als hij niet door heeft dat je er bent, gaat alles goed dus. JA DUH dat is nou juist de kunst haha! 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *