Oeverlibellen in Nederland en België
In Nederland zijn er drie soorten oeverlibellen met verschillende kenmerken. De gewone oeverlibel is de meest algemene. Deze is vrij groot en gelig met een dubbele sterk golvende streep op het achterlijf. De zuidelijke oeverlibel en beekoeverlibel zijn minder talrijk en lijken sterk op elkaar. In België tref je nog een vierde soort, namelijk de witpuntoeverlibel.
De beekoeverlibel zie je vooral bij zwak stromende kleine beken, kleine plassen en sloten. De libel is zeldzaam, maar breidt zich wel uit in Nederland. In België is de beekoeverlibel vrij algemeen.
Kenmerken beekoeverlibel

De beekoeverlibel is de kleinste van de oeverlibellen en het achterlijf is smaller dan bij de gewone oeverlibel en zuidelijke oeverlibel. De ogen zijn blauwgrijs bij het mannetje en bruinig bij het vrouwtje. De snuit is bruin.
Veel mannetjes van libellensoorten verkleuren geleidelijk en krijgen een blauwe berijping. Bij de beekoeverlibel blijft het borststuk bruin en verkleurt het niet mee. Jonge mannetjes en vrouwtjes hebben een okerkleurig tot bruin achterlijf. Jonge dieren zijn heel fraai. De zuidelijke oeverlibel daarentegen wordt geheel lichtblauw en heeft een witte snuit. Vrouwtjes krijgen geen berijping; op elk segment van het achterlijf zie je heel kleine dwarsstreepjes.

In het veld
Opmerkelijk is dat ze in Nederland geconcentreerd zijn tot Limburg, oostelijk Noord-Brabant, de Achterhoek, Twente, Salland en de Veluwe, vaak bij kleinere kwelstroompjes. Je ziet nooit grote aantallen bij elkaar.
Oorspronkelijk zag je ze eerst alleen bij heidevegetaties, maar nu ook meer in agrarisch gebied. Zuurstofrijk ondiep kwelwater blijkt voor de voortplanting belangrijk. Ze zijn warmteminnend en hun leefgebied moet helemaal in de zon liggen.
Mooie momenten voor fotografie zijn wanneer de soort uitsluipt. De verse libellen zijn heel fraai en mooi oranjebruin gekleurd. Ze blijven lang in de vegetatie hangen om te drogen en uit te harden. Een piek in het uitsluipen ligt eind juli en begin augustus.

Mannetjes zie je vooral bij het water op takjes in de vegetatie om een territorium te verdedigen. Mannetjes zijn heel trouw aan hun eigen plekje en territorium. Voor de fotografie is zo’n territorium van een mannetje een goed plekje. Vrouwtjes vind je moeilijker en ze zijn verder weg van het water.
De paring is ook een mooi moment, omdat alle oeverlibellen dat vaak zittend op een tak of op de grond doen. Vaak worden vrouwtjes in de lucht gevangen en de paring eindigt zittend. Na de paring vliegen ze beide naar het water, maar doorgaans zet het vrouwtje alleen dippend in het water de eitjes af.















