Goed kijken
Brandnetelluizen zijn goed gecamoufleerd. De kleur komt vaak overeen met de kleur van de stengel, waardoor de kleine luizen aardig wegvallen tussen de haartjes van de brandnetel. Maar vaak worden de kolonies groot en zijn ze goed te zien. Vanaf eind april kun je langs de stengels de eerste brandnetelluizen tegenkomen, aan de toppen van uitgroeiende brandnetelscheuten. Later in het seizoen, in de zomermaanden, vind je ook kolonies aan de onderzijde van bladeren.

Volg de mier
Als je mieren langs de stengel van grote brandnetel heen en weer ziet lopen, dan is er een goede kans dat boven in de plant brandnetelluizen leven. De mieren bezoeken de luizen voor hun favoriete snack, de honingdauw. Door dit suikerwater te drinken krijgen de mieren extra energie voor hun eigen werkzaamheden. De luizen hebben er voordeel van: de mieren zullen hun voedselbron beschermen tegen vijanden.

Meer soorten
Hoewel de brandnetelluis alleen op grote brandnetels voorkomt, betekent dat niet dat dit de enige luizensoort is die op brandnetels te vinden is. In totaal zijn tot nu toe tien soorten bladluizen op grote brandnetels aangetroffen, waaronder de alom bekende zwarte bonenluis (die, in tegenstelling tot wat je op basis van de naam zou verwachten, op tal van plantensoorten te vinden is). De brandnetelluis is echter met afstand de meest algemene luizensoort die op grote brandnetels te vinden is.

Huidjes
Vrijwel alle bladluizen zijn een groot deel van het jaar levendbarend, en dat geldt ook voor de brandnetelluis. De net geboren jongen zijn uiteraard een stuk kleiner, maar verschillen weinig van de volwassen luizen. Als de luizen groter worden groeien ze letterlijk hun velletje. Je ziet dan kleine grijswitte huidjes tussen de luizen liggen. Soms vallen de huidjes naar beneden en liggen dan bij elkaar op een onderliggend blad. Zie je een verzameling huidjes bovenop een blad liggen, kijk dan naar de onderzijde van het blad erboven. Grote kans dat je daar een zomerkolonie brandnetelluizen tegenkomt!









