HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

De rode bosmier, een prikkelend beestje

Wie heeft nooit eens kennis gemaakt met de rode bosmier, hetzij door een stevige beet of anders wel door een straaltje scherp mierenzuur. Naast hun pittige karakter zijn het ook heel grappige diertjes om te bekijken en te fotograferen. Kleed je goed aan en kruip eens dichterbij om de rode bosmier beter te leren kennen.

De rode bosmier, een prikkelend beestje
Boze mier. Het achterlijf naar voren gekromd, zo spuit de werkster het mierenzuur naar de indringer. Fotograaf: Will van den Brand

De bosmieren leven in kolonies, grote koepelvormige nesten die deels bovengronds en deels ondergronds zijn. De mierenhopen vind je in naaldbossen op de zandgronden en zijn gemakkelijk herkenbaar. Ze staan op plaatsen waar de zon ze kan beschijnen. Het nest kent ventilatieopeningen om de warmte in de hoop enigszins te kunnen reguleren.

In de winter zie je niet veel leven op en rond het nest, dan zijn ze in rust. Vanaf de eerste zonnestralen in februari en maart komen de werksters (vrouwtjesmieren) echter massaal naar buiten en laten zich heerlijk opwarmen in de lentezon. Als ze voldoende warm zijn gaan ze het nest weer in en zo brengen ze de warmte over op de rest van het mierenvolk. Dat stimuleert de groei van eitjes, poppen en larven in het nest enorm.

Door deze extra warmte zijn er in vanaf eind april al volwassen geslachtsdieren: dat zijn koninginnen en mannetjes. Beide herken je aan de vleugels, waarmee ze de bruidsvlucht kunnen uitvoeren. De werksters zijn onvruchtbaar en hebben nooit vleugels.

De koninginnen paren in de lucht. De bevruchte dieren vliegen een eindje verderop en gaan daar een nieuwe kolonie stichten. Daarvoor “lenen” ze vaak het nest van een verwante mieren, de renmieren. Ze dringen binnen, verjagen de koningin van de renmieren en dwingen de renmieren tot slavernij om het eigen broed groot te brengen. Uiteindelijk verjaagt de bosmier de renmier.

Het komt ook wel voor dat de verse koningin weer in het eigen oude nest terugkomt en daar een eigen kolonie sticht. Dan zie je meerdere bulten op de mierenhoop ontstaan.

Men maakt bij de rode bosmier onderscheid tussen twee soorten, die erg op elkaar lijken: de behaarde en de kale bosmier. Het onderscheid is lastig, want de behaarde bosmier is niet erg behaard en de kale bosmier niet echt kaal. De laatste inzichten zijn dat het waarschijnlijk toch uiterste vormen zijn van dezelfde soort. We houden het hier daarom maar bij de verzamelnaam, de rode bosmier.

De bosmieren vormen een belangrijke schakel in het ecosysteem van het bos. Ze eten veel insecten en zijn een waardevolle indicator voor biodiversiteit.

Het definitieve afscheid van twee jonge koninginnen. Fotograaf: Will van den Brand

Fototips

  • Bosmieren zijn niet de kleinste onder de mieren, maar klein genoeg om een macrolens nodig te hebben.
  • Ken je plekjes: weet waar de mierennesten in het bos zijn zodat je daar op geschikte momenten naar toe kunt gaan. Kleed je goed aan om je te beschermen tegen mierenzuur en mierenbeten.
  • In het vroege voorjaar (februari-maart) kun je op zonnige dagen de mieren zien opwarmen. Ze komen dan massaal uit hun nest en gaan er boverop zitten zonnebaden. Een imposant gezicht.
  • Vanaf eind april zijn de bruidsvluchten, koninginnen en mannetjes met vleugels. Een bijzonder moment om vast te leggen.
  • De meeste mieren zijn werksters. Zoek een mierenpaadje om te fotograferen. De nijvere dieren slepen er met van alles rond, takjes, beestjes of onderdelen daarvan en klimmen overal op en af. Neem de tijd om mieren in allerlei leuke poses en composities te fotograferen, zie de voorbeelden in dit artikel.
  • Bij warm weer zijn mieren het actiefst en door hun beweeglijkheid lastig te fotograferen. Koel maar licht weer is het best. Vermijd direct zonlicht, dat geeft al snel erg harde contrasten op de schildjes van de mieren. Gebruik eventueel een reflectiescherm voor wat diffuus licht.
  • Ga met respect om met de diertjes en verstoor hun nesten niet.
Steeds op zoek naar een interessante compositie. Fotograaf: Will van den Brand

Verspreidingskaart

Nederland

België

Meer weten?

Nederlands soortenregister

Voorbeelden op Nederpix

Fotografie:

Will van den Brand

En dan nog dit!

Met zijn scherpe kaken en bijtend mierenzuur is de rode bosmier een geduchte tegenstander voor zijn vijanden. De meeste dieren mijden daarom de mieren het liefst. Er is één uitzondering, dat is de groene specht. Deze trekt zich niets aan van boze mieren en duikt diep een mierenhoop in om zich daar te goed te doen aan de eieren en larven van de mier. Als je een mierenhoop vol gaten ziet, weet je dat de groene specht is langs geweest.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *