HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Fuut

Wie kent deze fraaie watervogel niet? De fuut komt in alle wateren voor en is een algemene broedvogel. Dat biedt volop kansen deze prachtige vogel te zien. Het bijzondere baltsgedrag van futen is een adembenemend schouwspel waar je uren naar kunt kijken. Om de fuut op een natuurlijke en ongestoorde manier op de foto te zetten, is nog niet zo eenvoudig. In deze bijdrage licht David Pattyn een tipje op van de sluier hoe je dit aan kunt pakken. Zijn foto’s spreken voor zich.

Fuut
Verkeringstijd bij de futen. In simultane bewegingen bewegen zij hun koppen en bevestigen daarmee hun relatie. Fotograaf: David Pattyn
Delen

Vanaf maart kun je de fuut tegenkomen in zijn broedgebied. Sloten, kanalen, stadsgrachten, plassen en meren… als er maar vis te vinden is, want daar leeft de fuut van. De fuut is een goede duiker. Gemakkelijk zwemt hij 15 tot 20 seconden onder water en legt dan 10 meter af. Om met een bek vol vis boven te komen. In die tijd wordt er ook gestreden om de broedterritoria. Dat kan er heftig aan toe gaan, laag over het water belagen de rivalen elkaar en dan volgen er stevige gevechten.  Ze hakken met hun stevige snavels fors in op hun tegenstanders.

Vanaf maart kun je de futen al zien baltsen. Dat is een prachtig en spectaculair gezicht. Het paartje voert een heel dansritueel uit, waarbij ze met gespreide kuif rechtop tegenover elkaar in het water balanceren. Ze doen elkaars bewegingen voortdurend na, knikkend en heftig nee schuddend met hun gekuifde koppen. Dan opeens zwemmen ze van elkaar weg, duiken tegelijk onder, om even later weer bij elkaar terug te keren en elkaar te trakteren op verse waterplanten. Daarmee is het huwelijk ingezegend.

De paring is niet minder imponerend. Samen bereidt het nieuwgevormde paar een paarplek voor, bekleed met plantenmateriaal. Zodra het bedje klaar is gaat het vrouwtje in een platte houding liggen en roept het mannetje. Hij springt uit het water op het vrouwtje om te paren. Dan begint hij te dansen en te springen op de kop van het vrouwtje. Soms dompelt hij het vrouwtje helemaal onder, maar even later komt ze weer boven en danst vrolijk verder met haar kersverse echtgenoot.

De meeste broedsels vind je in mei en juni. De fuut maakt zijn nest van waterplanten, een beetje rommelig geheel. In stedelijke omgeving gebruikt hij ook zonder problemen plastic zakken en dergelijk materiaal, bij gebrek aan beter. De fuut legt meestal 3 of 4 eieren. Na vier weken komen deze uit. De jonge fuutjes zijn zwart-wit gestreept, een goede bescherming tegen roofvogels. Vaak verschuilen de kuikens zich op de rug van een van de ouders, tussen de veren. Daar blijven ze lekker warm. De jongen blijven zo’n tien weken bij hun ouders, dan moeten ze zichzelf kunnen redden.

Een fuut rent over het water tijdens het baltsritueel. Fotograaf: David Pattyn

Je ziet futen niet vaak vliegen. Toch kunnen ze dat prima. Ze hebben even een flinke aanloop nodig, maar dan gaan ze ook de lucht in en zijn het volwaardige vliegers. Dan vallen de witte vlekken op hun vleugels goed op. Na het broedseizoen trekken ze weg van hun broedplaats. Het najaar en de winter brengen ze graag in groepen door op grote open wateren zoals het IJsselmeer, de randmeren, in het Deltagebied, de Noordzee en de Waddenzee.

Fototips

Deze foto’s bij dit artikel zijn gemaakt door David Pattyn vanuit een drijfhut, hij geeft over zijn aanpak de volgende tips:

  • Een drijfhut geeft veel flexibiliteit vooral wat betreft de keuze van de achtergrond.
  • Het lage standpunt geeft je de mogelijkheid om op het niveau van de vogels te komen waardoor je meer in hun leefwereld komt.
  • Deze aanpak vraagt het om urenlang in ijskoud water te wachten, dat is geen eenvoudige opgave!
  • Betracht veel geduld, het kan je uiteindelijk een unieke inkijk geven in het intieme leven van deze vogels.
  • Water geeft snel schitteringen, gebruik een polarisatiefilter als er genoeg licht is.
  • Ga nooit zelf op de vogels af, maar wacht tot ze naar je toe komen: alleen dan geven ze aan dat ze jouw rare constructie hebben geaccepteerd en alleen dan krijg je de mooiste dingen te zien.
  • Overleg altijd met de eigenaar/beheerder van het gebied waar je komt.

Het leven in een drijfhut is niet iets wat je zomaar doet. Sinds eind jaren negentig is David Pattyn hiermee bezig en heeft hij zijn methodiek ontwikkeld. In overleg met de gebiedsbeheerders heeft hij enkele “vaste’ drijfhutten. Daarnaast maakt hij gebruik van een mobiele “MrJanGear” drijfhut. Als de weergoden gunstig zijn (geen harde wind, mooi licht) is het zover. Een uur voor zonsopgang, als de watervogels nog niet wakker zijn, gaat hij in de hut en verblijft er soms wel 6 tot 9 uur. In het vroege voorjaar is het water nog ijskoud. Een enkele waadbroek of duikpak is niet voldoende. Drie neopreenpakken (“wetsuits”) en een oversized droogpak zijn nodig om het enigszins aangenaam te houden. Geen eten, geen drinken, ook niet vooraf, want toiletvoorzieningen zijn niet beschikbaar. Veel geduld is vereist, pas na 2 à 3 uur wordt het vogelleven op het water interessant. De beloning is een wereldervaring: ultieme rust, één zijn met de vogels in het water en natuurlijk een serie weergaloze foto’s.

Verspreidingskaart

Statistieken en verspreiding Nederland

Verspreiding in België

Meer weten?

SOVON

Vogelbescherming

Foto’s op Birdpix

Website David Pattyn

MrJanGear drijfhutten

En dan nog dit!

De fuut is jarenlang bedreigd door de mens. In de 19e eeuw waren de fraaie kopveren erg geliefd en werd de fuut hierop bejaagd. Toen die jacht stopte ging het opeens een stuk beter met de fuut.

In de jaren ‘30 en ’40 van de vorige eeuw was er een nieuwe dreiging. Het was crisistijd en schippers verdienden een zakcentje bij door de nesten van de fuut leeg te halen en de eieren te verkopen.

De mens heeft er ook voor gezorgd dat het bergopwaarts ging met de fuut. In de tweede helft van de twintigste eeuw nam de visstand van de zoete wateren toe door eutrofiëring (= verrijking door overvloedige meststoffen) en daarmee groeide ook de futenpopulatie, tot zo’n 15.000 broedparen. Met het huidige beleid om de overbemesting terug te dringen, stabiliseert het futenaantal of neemt dit zelfs iets af.

 

Deel dit artikel


6
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Door Frank Dalemans op 12 april 2017 om 20:51

    Een ware ode aan deze prachtige watervogel. De beelden zijn buitengewoon en de tips zijn erg leerrijk.

  2. Door Frank Van de Velde op 12 april 2017 om 13:21

    Mooi artikel en dito foto’s. Enige waarmee ik het moeilijk heb bij het fotograferen v futen (en hun kleintjes) zijn de witte gedeelten (hals, onderbuik, wangen, streepjespak). Is moeilijk om daar geen uitgebeten wit te krijgen. Ik prober één stop te onderbelichten. Indien u mij daar goede raad kan geven zou ik het graag horen. Alvast bedankt
    ps: dat is ook geldig voor bv. kluten en andere ‘zwart/wit’ vogels

    1. Niet in de volle zon fotograferen maar in de gouden uurtjes of op bewolkte dagen. Dat scheelt al een stuk. Daarnaast kunnen de huidige camera’s een hoop aan als je in raw fotografeert, Een beetje overbelicht trek je zo weer bij in Lightroom.

    2. Door David Pattyn op 12 april 2017 om 15:57

      De oplossing is om manueel te belichten: door je camera te richten op een wit vlak (of het meest fel verlichte wat je kan zien) en te zorgen dat dat niet overbelicht is, kan je voorkomen dat je witte delen “uitgevreten”zijn. Ik fotografeer om die reden nooit in aperture priority als ik futen fotografeer. Je camera zoekt altijd naar een gemiddelde belichting met als resultaat dat je geen detail hebt in de witte delen. Resultaat: niet meer bruikbaar beeld. Bij felle zon scheelt dit vaak zelfs meer dan 2 stops tov de meting van je camera. Zodra je gewend bent om manueel te fotograferen zal je niets anders meer doen

  3. Topfotografie, echt genieten

  4. Pfff, heftig vak, natuurfotografie. 6-9 uur in het water staan is serieuze business…wel fantastische platen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *