Gallen

Gallen zijn abnormale uitgroeisels van levende organismen, die worden gevormd als reactie op de aanwezigheid van andere levende organismen. De veroorzakers van gallen worden galmakers genoemd. Galmakers zijn doorgaans insecten. Incidenteel kunnen het virussen, bacteriën, schimmels, rondwormen of zelfs andere planten zijn. De gastheer- of waardorganismen zijn meestal zaadplanten. Een enkele keer zijn het algen, schimmels, korstmossen, mossen, varenplanten, mosdiertjes of holtedieren. De tak van wetenschap die zich met gallen (cecidia) bezig houdt wordt cecidologie of gallenkunde genoemd. In het onderstaande zullen alleen gallen van zaadplanten aan de orde komen.

Oorzaak en vóórkomen

Gallen bestaan uit waardplantcellen die in grootte en aantal zijn toegenomen. Ze kunnen allerlei verschijningsvormen hebben. Sommige gallen zijn weinig opvallend, andere zijn prachtige bouwsels. De biochemische processen die aan hun ontstaan ten grondslag liggen, zijn maar ten dele bekend. Waarschijnlijk zijn er stoffen bij betrokken die sterk lijken op de groeihormonen van de waardplanten. In geval van insecten en rondwormen kunnen deze stoffen afkomstig zijn van zowel de volwassen dieren, als de eitjes die deze dieren in de waardplanten hebben gedeponeerd, of de larven die ontstaan uit deze eitjes. De gallen die worden veroorzaakt door dieren worden gebruikt als plaats van ontwikkeling, schuilplaats en voedselbron voor hun nageslacht. Het overgrote deel van de galmakers is slechts in staat om in één deel van één plantensoort gallen te vormen. Enkele kunnen dit òf in diverse delen van één plant òf in een klein aantal verschillende planten. Gallen komen met name voor op bladeren, stengels en bloemen. Ze ontwikkelen zich meestal op een moment dat de plant snel groeit. Volgroeide plantendelen zijn doorgaans niet toegankelijk voor galvorming. Galvorming leidt vrijwel nooit tot de dood van de waardplant.

De gal van de knikkergalwesp (Andricus kollari) vormt zich in de knoppen van de zomereik.
De gal van de knikkergalwesp (Andricus kollari) vormt zich in de knoppen van de zomereik.

Fototips

Zoals bij alle vormen van macrofotografie is het bij het vastleggen van gallen aan te bevelen gebruik te maken van een statief en manueel scherp te stellen. Bij het fotograferen van gallen in struiken of bomen is het soms lastig de vormsels vrij te houden van het omgevende blad. Hulpmiddelen in de vorm van knijpers of andersoortige klemmetjes kunnen dan van nut zijn.

Leefomgeving

Op allerlei planten.

Vindtijd

De zomer en herfst zijn de beste seizoenen om te zoeken naar volledig ontwikkelde en verse gallen. Het loont de moeite om in deze tijd met name eiken, wilgen en rozen goed te bestuderen omdat deze planten vaak dragers van gallen zijn. In andere jaargetijden kunnen ook wel gallen worden gevonden maar dan zijn ze vaak niet zo mooi meer.

Meer weten?

Literatuur:

  • Bellmann, H. Geheimnisvolle Pflanzengallen. Wiebelsheim, Quelle & Meyer, 2012
  • Chinery, Michael. Britain’s plant galls. Old Basing, Wildguides, 2011.
  • Docters van Leeuwen, W.M. Gallenboek: overzicht van door dieren en planten veroorzaakte Nederlandse gallen. Zeist, KNVV, 2009.
  • Heer, K. de. Gallen in beeld. Zeist, KNNV, 2009.
  • Koops, R.J. Veldgids plantengallen. Dalfsen, Eigen uitgave, 2013,

Bescherming

Niet van toepassing.

Kwetsbaarheid

In Nederland komen meerdere honderden verschillende gallen voor. Het overgrote deel niet zeldzaam en kan overal worden gevonden.

Verspreidingskaart

En dan nog dit!

Hondsdrafbesjesgallen werden in de 19e eeuw in Frankrijk wel aan kinderen gegeven als snoepgoed. Voorheen werden eikengallen vanwege hun hoge gehaltes aan resinen en tanninen gebruikt voor het looien van leer en het bereiden van hoogwaardige inkten. In de tegenwoordige tijd worden aftreksels van eikengallen in sommige vormen van alternatieve geneeskunde gepropageerd ter behandeling van een breed spectrum aan kwalen zoals huiduitslag, chronische jeuk, eczeem, gonorroe, oogontstekingen, nervositeit, bloedingen, suikerziekte, ontstekingen van het maag-darm-kanaal, keelpijn, hoesten en andere aandoeningen van de ademhalingswegen.

De gallen van de hondsdrafbesjesgalwesp (Liposthenes glechoma) ontstaan op de blaadjes van de hondsdraf.
De gallen van de hondsdrafbesjesgalwesp (Liposthenes glechoma) ontstaan op de blaadjes van de hondsdraf.

2 reacties

  1. Beste
    Begrijp ik hieruit dat de (meeste) gallen in het voorjaar worden gelegd / gevormd
    En hebt u ook een artikel over bladmineerders

    MvG Herman

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

2 reacties

  1. Beste
    Begrijp ik hieruit dat de (meeste) gallen in het voorjaar worden gelegd / gevormd
    En hebt u ook een artikel over bladmineerders

    MvG Herman

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wellicht ook interessant voor u