Menu

Onderdeel van Pixfactory

Gedrongen kantmos, je loopt er zo aan voorbij

Nog voor het voorjaar ontwaakt, zijn veel mossen al aan het ‘bloeien’. Dat wil zeggen: hun sporenkapsels rijpen, want echte bloemen hebben ze niet. Tot de meest fragiele mossen hoort het gedrongen kantmos, een ragfijn levermosje dat op dood hout groeit. Je loopt er zo aan voorbij, maar even speuren loont de moeite.
Twee sporenkapsels, tête à tête
Twee sporenkapsels, tête à tête. Fotograaf: Ron Poot

In de miniatuurwereld van mossen is veel moois te zien. Macroliefhebbers kunnen er hun hart ophalen. Een speciale plaats binnen de mossen nemen de levermossen in. Deze zijn heel fijn gebouwd, haast doorschijnend, met bijzondere details. Echt voer voor fijnproevers. Gedrongen kantmos is een mooi voorbeeld van een levermos dat je overal wel kunt vinden.

Het best kun je zoeken op dode stronken in het bos. Daar is het vochtig en daar houden levermossen van. Ze vormen dofgroene matjes, die er nogal plat uit zien. De bebladerde takjes zijn maar klein, millimeterwerk. Goed speuren dus!

De bijzondere bouw zie je allereerst aan de bladeren. Ze liggen keurig geordend in twee rijen. De blaadjes zelf zijn deels afgerond en deels met twee toppen. Daaraan dankt gedrongen kantmos zijn wetenschappelijke naam, Lophocolea heterophylla. Heterophylla betekent: met verschillende blaadjes.

De takjes die over het kale dode hout groeien vormen een mooi contrast met de achtergrond. Fotograaf: Ron Poot

Een tweede opvallende kenmerk is de bouw van het sporenkapsel. Bij veel levermossen bestaat dit eenvoudig uit een zwart glimmend bolletje op een witte doorschijnende steel. Bij gedrongen kantmos is het niet anders. Al in februari zie je deze geboren worden, eerst als donkergroene bolletjes verstopt tussen de blaadjes, snel daarna uitgroeiend tot een lange sliert met knop.

Bij rijpheid klapt het zwarte bolletje open en krijgt de vorm van een kruis. Daaraan kleven de duizenden sporen, die door de wind verspreid worden. De sporen worden in het sporenkapsels bijeen gehouden door ragdunne draadjes, de elateren. Onder de microscoop kun je zien dat deze elateren een fraai spiraalvormig patroon hebben.

Jonge en rijpe sporenkapsels bij elkaar. Tegen een lichte achtergrond genomen. Fotograaf: Ron Poot

Fototips

  • Zoek de levermossen op vochtige plaatsen met dood hout. In bossen maak je de meeste kans. Levermossen zijn klein, dus goed zoeken. Het zoekbeeld is platte dofgroene plekjes mos.
  • Het zijn maar mini-plantjes, dus een macrolens of een macrofunctie op je camera is echt nodig.
  • De takjes groeien vaak uit op dode stronken, dan zie je de bouw en de details van het blad het allerbest. Dood hout is rijk aan kleuren en vormt vaak een mooi kleurcontrast met de levermossen. Maak daar gebruik van.
  • Vanaf februari kun je de sporenkapsels aantreffen. De zwarte glimmende bolletjes staan vaak met meerdere bij elkaar. Let niet alleen op de uitgegroeide kapsels maar ook op de jonge bolletjes tussen het blad.
  • Verder in het voorjaar kun je rijpe kapsels zien, die herken je aan de kruisjes aan het eind van de steel. Vanaf een laag standpunt kun je deze goed in contrast met een lichte vage achtergrond in beeld brengen.

 

Vanaf laag standpunt kun je zachte vage achtergronden krijgen, waartegen de mini sporenkapsels goed afsteken. Fotograaf: Ron Poot
  • Het is vaak donker en vochtig in het bos. Neem een statief mee, eventueel bijlichten met een ledlampje. Flitsen heeft het risico dat je lelijke uitgebeten glimplekken krijgt.
  • Zorg ook goed voor jezelf: waterdichte en warme kleding zijn geen overbodige luxe.
  • Heb je beschikking over een microscoop? Bekijk de blaadjes en de sporen ook eens bij 40x of 100x vergroting. Er ontvouwt zich een prachtige nieuwe wereld voor je ogen. Een eenvoudige microscopische foto door het oculair van een microscoop is al te maken met een compact camera of smartphone.

Leefomgeving

Op dood hout en strooisel, in bossen.

Vindtijd

Sporenkapsels van februari – april. Vegetatief jaarrond.

Bescherming

Niet wettelijk beschermd.

Kwetsbaarheid

Dood hout is een bron van leven voor veel planten en dieren. Wees daarom voorzichtig, verplaats zo min mogelijk en laat het achter zoals je het aantrof.

Verspreidingskaart

En dan nog dit!

Er zijn twee grote groepen levermossen, de bebladerde en de thalleuze levermossen. Gedrongen kantmos is een soort met duidelijke blaadjes. De thalleuze levermossen hebben geen blaadjes, maar vormen weefsel dat groene plakkaten vormt (thallus = weefsel). Je vindt ze op de grond, op stoeptegels, op muren of tegen steile kantjes langs een greppel. Parapluutjesmos is van een voorbeeld van een thalleus levermos dat je in bijna elke tuin kunt vinden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze artikelen vind je vast ook interessant: