Kanarie
De geelschouderspanner is de kanarie onder de nachtvlinders. Niet vanwege zijn zangtalent (vlinders hebben geen stembanden en kunnen dus geen geluid maken), maar vanwege zijn kanariegele buik en schouders. Het is zelfs de enige nachtvlindersoort die zo’n prachtig geelbehaarde buik en schouders heeft. Aan dat kenmerk heeft de geelschouderspanner zijn Engelse naam te danken: Canary-shouldered Thorn. Thorn, of doorn in het Nederlands, heeft weer te maken met de vleugels. De randen van de vleugels zijn enigszins gekarteld, waardoor het lijkt alsof de vleugelrand een aantal doornachtige uitsteeksels heeft.

Nachtbraker
Als je een geelschouderspanner wilt zien, dan moet je de nacht in. De vlinders worden aangetrokken op licht en komen regelmatig op led emmers, lamp & laken of andere lichtbronnen af die door nachtvlinderaars gebruikt worden. Heb je geen lichtval? Controleer dan overdag bushokjes, portalen of andere plekken waar ’s nachts verlichting aan heeft gestaan. Met wat geluk tref je er eentje op zo’n locatie en anders heb je een goede kans op een of meerdere andere nachtvlindersoorten.

Groen
Als je op zoek gaat naar een geelschouderspanner, dan ga je geen succes hebben in een compleet versteende omgeving. De vlinders worden vooral gevonden in struwelen, bosgebieden, parken en ook in groene tuinen. Als waardplant voor de rupsen fungeren bomen als ruwe en zachte berk, sleedoorn, diverse wilgensoorten en zwarte els. Waar deze bomen ontbreken foerageren de rupsen op de bladeren van bosbesstruiken.

Verstoppertje spelen
Een bekende eigenschap van nachtvlinders is dat ze zich erg goed onzichtbaar kunnen maken. Dat geldt ook voor geelschouderspanners, die ondanks het knalgele lijf verrassend goed in hun omgeving op kunnen gaan. Soms verstoppen ze zich aan de onderzijde van bladeren van de waardplanten, niet aan de buitenkant van de boom maar diep tussen de bladeren. Je moet aardig wat geluk hebben om er eentje te vinden.









