Gele kwikstaart

Het voorjaar is voor mij pas echt begonnen met de bloei van het fluitenkruid en de terugkeer uit tropisch Afrika van de gele kwikstaart. Eind maart druppelen de eerste vogels al binnen, maar de meesten arriveren hier medio april.

Deze akker/weidevogel is een zangvogel uit de familie van de piepers en kwikstaarten. De mannetjes zijn herkenbaar aan de blauwe kap (kop) met witte wenkbrauwstreep en aan de helder gele onderdelen. In tegenstelling tot de mannetjes zijn de vrouwtjes veel bescheidener van kleur. Ook missen zij de blauwe kap. Qua afmeting en postuur lijken ze wel op een pieper. De afmeting bedraagt zo’n 15 á 16 cm.

Het zijn insecteneters, foerageren doen ze bij voorkeur op de grond. Ze rennen en vliegen dan achter hun prooi aan. Daarbij wippen ze voortdurend met de lange staart, waarmee de naam van de vogels verklaard is. Staat op de Rode Lijst als gevoelig. De aantallen zijn de laatste jaren in vooral het westen van Nederland en in Friesland sterk achteruitgegaan. Dit lijkt samen te hangen met ruilverkaveling. Aantal broedparen in ons land tussen de 40 en 50.000.

Gele kwikken arriveren vanaf eind maart uit hun overwinteringsgebieden rond de Sahel. Rond half april zijn de meeste vogels binnen. Doortrekkers zijn hier nog tot half mei aanwezig. De vogels broeden in mei – juni en trekken eind september / begin oktober weer weg richting tropisch Afrika.

Uitkijkpost op een muurtje in het landschap.
Uitkijkpost op een muurtje in het landschap.

Fototips

Vooral de mannetjes hebben in hun territorium vaste uitkijkposten op verhogingen in het landschap. Denk hierbij aan paaltjes, muurtjes, en begroeiing zoals bijvoorbeeld koolzaad, fluitenkruid of de tulpen in een bloembollenveld. Daar kun je handig gebruik van maken. Heb je een territorium gevonden, ga dan eerst na wat de favoriete uitkijkposten zijn. Daarna neem je bij zo’n post een zodanige positie in, dat je dichtbij genoeg bent voor een foto en ver genoeg om de vogel niet te verstoren. Na enige gewenning van de vogel kun je nog wat dichterbij komen. Foeragerende vogels vastleggen is wat lastiger, daar deze zeer bewegelijk zijn. Wat je kunt proberen is, indien mogelijk, de richting die de vogel opgaat bepalen, en je dan in de looprichting van de vogel positioneren. Een zo laag mogelijk standpunt geeft de mooiste resultaten (plat op de buik!). Ze kunnen je dan zeer dicht naderen!

Een uitkijkpost op een tulp in een bloembollenveld.
Een uitkijkpost op een tulp in een bloembollenveld.

Veelal worden 500 en 600mm lenzen gebruikt, maar ikzelf gebruik tegenwoordig uitsluitend mijn 300mm lens, eventueel met converter. Dit omdat ik in de gebieden waar ik kom, de vogels gemakkelijk weet te benaderen en ze vaak ook dichtbij genoeg komen. Dit is natuurlijk niet overal zo, dan is een langere lens wel fijn.

Bij zonnig weer belicht ik altijd iets onder, omdat je anders tegen uitgebeten geel van de vogel aanloopt. Dit betekent in de praktijk vaak 2/3e stop.

Leefomgeving

Gele kwikstaarten hebben een voorkeur voor open landbouwgebieden, afgewisseld met een dichte begroeiing tot 65 cm hoogte. Verder zijn akkers, bloembollenvelden, uiterwaarden, plassen en andere waterrijke gebieden met voedselrijke graslanden favoriete vindplaatsen. Ze foerageren vaak tussen grazend vee. Deze trekken namelijk veel kleine insecten aan. Ook langs de randen van weilanden met slootkanten zijn ze te vinden.
Broeden doen de vogels op de grond, bij voorkeur in vochtige weilanden. In agrarische gebieden door heel Nederland zijn ze te vinden, maar vooral op de kleigronden in Noord- en Zuid West Nederland.

Vindtijd

Eind maart – begin oktober.

Meer weten?

Bescherming

Wettelijk beschermd.

Kwetsbaarheid

Gevoelig.

Verspreidingskaart

En dan nog dit!

De gele kwikstaart heeft een groot aantal ondersoorten binnen Europa. Let eens op vogels met een afwijkende koptekening als je een groep kwikstaarten hebt gevonden. In de kust- gebieden kun je regelmatig Engelse kwikstaarten treffen tussen de ‘gewone’ blauwkoppige kwikstaarten. Ze onderscheiden zich van de gewone kwikstaarten door hun geel/groenige kap in plaats van een blauwe en gele oogstreep. Sommige deskundigen beschouwen de Engelse kwikstaart als een zelfstandige soort. In ons land is het een schaarse doortrekker en zeer schaarse broedvogel. Ze broeden in de kustgebieden en vooral in de Bollenstreek Hillegom en Lisse.

Het mannetje van de engelse gele kwikstaart.
Het mannetje van de Engelse gele kwikstaart.

Een andere ondersoort die je kunt treffen is de noordse kwikstaart. De mannetjes zijn te herkennen aan de zwarte oog/wangvlek, en de donkergrijze kap. De noordse kwikstaart broedt, zoals de naam al doet vermoeden, in (noord) Scandinavië en doet Nederland aan op doortrek van- en richting Afrika. De meeste kans om ze te treffen maak je in het voorjaar en dan met name bij de Eemshaven, de Oostelijk gelegen Waddeneilanden en bij Breskens. In goede jaren kunnen in mei daar honderden noordse kwikstaarten geteld worden. Maar door heel Nederland kunnen dan op vochtige plaatsen noordse kwikstaarten gezien worden.

De noordse gele kwikstaart.
De noordse gele kwikstaart.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wellicht ook interessant voor u