De naam van deze mooie soort is te danken aan het vrouwtje. Deze heeft een bruinachtige kleur met een prachtige metaalachtige goudglans, terwijl het mannetje glanzend geelgroen is. Mannetjes en vrouwtjes verschillen sterk van elkaar in grootte en die verschillen maken de sprinkhaan bijzonder.

Kenmerken
Het mannetje is een opvallende verschijning in het veld en is ongeveer 15 tot 19 millimeter lang. Hij glanst metaalachtig groen. Opvallend is de puntige achterlijfspunt. Het mannetje is een stuk kleiner dan het vrouwtje. Deze is met haar haar 22 -30 millimeter een flinke klap groter.
Ze is overwegend bruin van kleur, heeft opvallend korte vleugels en de binnenzijde van haar achterpoten hebben een wijnrode tint. Die gouden tint zie je vaak later in het seizoen. Ze kunnen ook variëren in kleur van grijs tot zelfs roze/rood.
Vrouwtjes kunnen door hun korte vleugels niet vliegen. Mannetjes vliegen zelden, maar kunnen bij warm weer korte zweefvluchten maken.

Waar kun je ze vinden?
In Nederland kwam de soort van oudsher voor in vochtige laagveengebieden en verder in Limburg. In de afgelopen decennia heeft de gouden sprinkhaan zich sterk uitgebreid in het rivierengebied en komt daar nu vrijwel overal voor. Dit wordt ongetwijfeld veroorzaakt door de warmere zomers van de afgelopen jaren.
In tegenstelling tot veel andere veldsprinkhanen, die voorkeur geven aan droge zanderige heidevelden, zoekt de gouden sprinkhaan juist de nattigheid op. Ze leven in hoge, dichte vegetaties langs slootkanten, in moerassen, veengebieden en vochtige graslanden en natte heide.

In Limburg, Zuidoost-Brabant, delen van de uiterwaarden van de Waal en de IJssel, de Weerribben en enkele geïsoleerde plekken in het oosten van Nederland zijn ze nu goed te vinden. Met name de Weerribben is wel een ‘hotspot’. In België is de soort algemeen in Wallonië ten zuiden van de Maas, met enkele geïsoleerde vindplaatsen verspreid over het land.
















2 reacties
Dank je wel Egon voor je leuke reactie!
Gave foto van die copula – proficiat 🙂