Oppervlakkig lijkt de graszanger op de algemene rietzanger, maar er zijn duidelijke verschillen. Met slechts 10 centimeter is de graszanger een slag kleiner dan de ‘riet’, en de soort heeft bovendien een veel ronder figuur met een kortere staart. De vogel heeft gelig-bruine bovendelen met duidelijke zwarte strepen. De strepen op de rug zijn dik, de strepen op de kop zijn wat dunner. De keel en buik zijn erg licht, en de flanken zijn licht geelbruin. De bovenkant van het snaveltje (culmen) loopt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de rietzanger, wat naar beneden, waardoor het snaveltje wat krom lijkt. De lichte oogring zorgt ervoor dat de graszanger een wat verbaasde blik lijkt te hebben.

Graszangers zijn liefhebbers van (liefst droge) graslanden met lang gras , waarin het nest wordt gemaakt, kruiden en niet te veel bomen. Ook nabij water in moerasgebieden of bijvoorbeeld zoutraffinaderijen, mediterrane lagunes en rietvelden kan de soort zo opduiken. Nee, erg kieskeurig is de soort niet. Insecten, lang gras, en een lekker zonnetje zijn eigenlijk de enige eisen.
De temperatuurfactor is wel een essentiële. Al in de jaren zeventig leek de graszanger zich permanent in Nederland te melden. Voorzichtig kroop de soort vanuit het zuiden naar ons land toe. Echter hebben een aantal koudere periodes ervoor gezorgd dat het oprukken van de soort tot een halt werd geroepen. Deze kleine zanger is namelijk erg gevoelig voor langdurige vorst. Door klimaatverandering zijn die vorstperiodes zeldzamer, waardoor de soort zich nu definitief gevestigd lijkt te hebben. De opmars zal vanuit Zeeland ongetwijfeld nog wat door gaan schieten. In bijvoorbeeld zoals Zuidwest Frankrijk, het Iberisch schiereiland, Italië en Griekenland is de graszanger een algemene vogel, die jaarrond kan worden gespot.

Het gaafst aan die graszanger is toch wel de zangvlucht. Met wapperende vleugels en gespreide staart (met een nu zichtbaar zwart-witte rand) worden parabolen in de lucht getekend. Op het hoogste punt worden de vleugels ingeklapt en daalt de vogel naar beneden, om vervolgens weer luid ‘tzit .. tzit .. tzit’ omhoog te vliegen. Die geluidjes en die wapperende staart zijn overigens de redenen voor respectievelijk de Engelse- en alternatieve Nederlandse naam voor de graszanger: ‘Zitting cisticola’ en ‘waaierstaartrietzanger’.









