HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Groentje, een guitig blauwtje

Kleur is maar iets vreemds. Neem nu bijvoorbeeld het groentje. Als hij zou weten dat wij hem hebben vernoemd naar de golflengte waar hij nou nèt niks van moet hebben, zou hij zich vast nooit meer laten zien. En dat zou zonde zijn. Want het groentje is verreweg het mooiste bruingroene blauwtje dat je kunt zien fladderen. Wat?

Groentje, een guitig blauwtje
Fotograaf: Chris Ruijter

Het groentje is een wat minder algemeen vlindertje dat tot de familie van de blauwtjes behoort. Hij bevindt zich vooral aan de oostelijke zijde van ons land en is qua voorkomen stabiel. De bovenzijde van de vleugels is bruin, alleen de onderzijde is groen. Die bovenzijde zul je niet zo snel zien; in rust zijn de vleugels vrijwel altijd dicht en het is één van de drukst fladderende vlindertjes die er bestaan. Een groentje dus. En geen bruintje.  En ook geen blauwtje. Maar ook weer wel. Ik hou er over op…

Het is een uiterst guitig vlindertje. Een betrekkelijk klein vlindertje ook, met een voorvleugellengte tot 14 millimeter. Aan het snoetje alleen al kun je goed zien tot welke familie hij behoort. Verder heeft hij zwart-wit gestreepte pootjes en sprietjes en heeft hij zelfs een klein staartje aan de vleugels. Als je nu niet om bent, weet ik het ook niet meer. En dan het groen van deze vlinder. Het is een geweldige tint groen, die over de (onderzijde van de) vleugels verloopt van bruin naar groen en zelfs een beetje blauw. Dat hij z’n vleugels altijd sluit als hij rust heeft natuurlijk een reden: hij lijkt dan op een blaadje. Dit vlindertje heeft de gewoonte om vanaf een vast plekje mannetjes te verjagen en achter langsvliegende vrouwtjes aan te gaan. Dat plekje bevindt zich dikwijls in een struik en sommige struiken kunnen jaren favoriet zijn. Oplettendheid is echter geboden! Als het mannetje te lang van zijn plekje gaat wordt deze ingenomen door een ander mannetje. Een heuse stoelendans!

Het groentje is een prachtige voorjaarssoort. Fotograaf: Paulien Bunskoek

Zoeken naar het groentje is lastig. Het is van wat verder af een onopvallende verschijning en omdat ze, als er niet verjaagd of gebaltst wordt, vaak laag, snel en ontzettend fladderig vliegen zijn ze lastig te herkennen. Vaak loop je min of meer tegen het groentje aan. Let op bij zonnige en half zonnige struwelen in kansrijke gebieden of doe onderzoek waar er zich een populatie bevindt en ga op zoek. Kijk dan vooral naar 1 tot 2 meter hoge struiken. De vlinder is weinig mobiel en zal niet meer dan een paar honderd meter ‘zwerven’ vanaf de locatie van de populatie.

De vlinder vliegt in 1 generatie per jaar en overwintert als pop. De rups is groen, onopvallend en licht kannibalistisch. De pop heeft wat hulp in de vorm van mieren. Deze gaan vaak aan de sleep met de pop en zorgen ervoor dat deze zich netjes in de strooisellaag bevindt.

Fototips

Foto’s maken van het groentje is een feest. Als je ze kunt vinden! Doordat ze zich vermommen als blaadje zijn ze bijzonder slecht te ontdekken als ze rusten. Vaak fladderen ze slechts op als je er langs loopt of als er een ander vlindertje voorbij vliegt. Let dan goed op! Als je scherp bent kun je hem zien landen en dan kun je toeslaan. Hij zal veelvuldig opvliegen als je nadert maar heb geduld, dan komt het goed. Als je ze de kans geeft weer netjes te landen, zullen ze dat ook doen. Vaak op hetzelfde blaadje als waar ze van opstegen, dus dat scheelt. Twee stapjes vooruit, eentje terug.

Fotograferen doe je bij voorkeur met een macrolens van 90mm of meer. Door de vergroting van 1:1 kun je de vlinder prachtig groot op je sensor krijgen! Probeer de omhoog staande vleugeltjes parallel aan je sensor te krijgen, dan heb je maximaal detail op de vleugel en kun je de schubben tellen (mocht je dat willen). Probeer ook eens het snuitje van voren op de plaat te krijgen. Superschattig!

Lekker dichtbij en toch herkenbaar met een vergroting van 2,5x. Fotograaf: Chris Ruijter

Schieten met een telelens kan natuurlijk ook. Hou je dan wat meer bezig met compositie en plaatsing van het vlindertje in het beeld. Door de minder verregaande vergroting moet je het dan ook van de achtergrond of andere elementen in beeld hebben. Zet je een tussenring tussen telelens en camera kun je hem natuurlijk wél wat meer vergroten.

Fotograferen met méér dan een levensgrote vergroting kan natuurlijk ook, maar vergt wel wat meer geduld en oefening. De lenzen die dit kunnen zijn inmiddels te krijgen voor meerdere merken en ook al zijn ze alle lastpakken om mee te werken, zo nu en dan heb je een verbluffend resultaat. Door de zeer kleine werkafstand voorzijde lens-onderwerp doe ik dit vaak met een flitser. Die ‘losse’ flitser zit gewoon bovenop de camera. Als je gebruik wilt maken van een ingebouwde flitser zul je deze moeten ‘verlengen’ op de een of andere manier, anders komt het licht niet bij je onderwerp.

Verspreidingskaart

Nederland

België

 

Meer weten?

Vlinderstichting

Wikipedia

Voorbeelden op Nederpix

En dan nog dit!

Hoewel de rupsen honingklieren hebben, scheiden ze geen zoetigheid af en zijn dus niet bijzonder aantrekkelijk voor mieren. Daarentegen is de pop wel geliefd bij mieren, mogelijk door het piepende geluid dat hij kan maken.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *