HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Heideblauwtje, het juweeltje van de heidevelden

De naam zegt het al, deze vlinder moet je zoeken in de heidegebieden. Daar kan deze kleine vlinder overleven, ondanks de extreme temperaturen en het karige voedselaanbod. Ze overnachten graag in groepen en het is leuk om in de vroege ochtend zo’n slaapplaats aan te treffen en te fotograferen.

Heideblauwtje, het juweeltje van de heidevelden
Subtiele schoonheid, gebruikmakend van de zachte kleur en structuur van de graspluim. Fotograaf: Judith Borremans

Het heideblauwtje is een echte zomervlinder die in de loop van juni pas te vinden is. Dophei en struikhei zijn zijn lievelingsplanten, maar zie je ze wel op andere planten zoals muizenoor. Vooral overgangen van dop- en struikhei met open plekken en jonge planten zijn rijk aan heideblauwtjes.

Zoals elke vlinder begint het heideblauwtje zijn leven als een ei. De eitjes overwinteren dicht bij de grond, dicht tegen de houtige stammetjes van de heideplanten. In de voorzomer komen ze uit en de jonge rupsjes eten zich vol aan het verse heideblad dat in die tijd begint te groeien. Snelle groeiers zijn het niet, niet zo verwonderlijk als je moet leven van de nogal taaie heideblaadjes.

De rupsen verpoppen zich in de grond. Soms worden rupsjes door mieren meegenomen naar hun nest en dan zetten ze daar hun gedaanteverwisseling voort (zie onderaan). Uit de pop komt dan de vlinder tevoorschijn, het is inmiddels volop zomer als de vlinders vliegen. Let op, niet alle heideblauwtjes zijn blauw. Alleen de mannetjes zijn aan de bovenzijde zo gekleurd, de vrouwtjes zijn bruin en soms gedeeltelijk donkerblauw.

Je ziet de mannen heideblauwtjes patrouilleren en territoriumgedrag vertonen, ze verjagen andere vlinders en ook hommels en bijen die ze tegenkomen. Toch hebben ze geen strak omlijnd eigen gebied. De mannetjes vertonen baltsgedrag als ze een vrouwtje zien: ze beginnen te klapperen met de vleugels. De vrouwtjes laten zich niet door elk mannetje versieren, slechts één keer zijn ze bereid te paren en de rest heeft het nakijken.

‘s Avonds groeperen ze zich in een struikje of graspol en brengen gezamenlijk de nacht door. Een leuk gezicht, zo’n groep van 10-20 vlindertjes. Tot in augustus kom je ze tegen. Soms is er nog een kleinere tweede generatie in september die tot begin oktober kan voortduren.

Heideblauwtje
Het mannetje van het heideblauwtje herken je aan de blauwe kleur, de zwarte band met witte franje langs de vleugels.

 

Fototips

  • De meeste kans op heideblauwtjes heb je op de overgang van droge en natte heide.
  • ‘s Ochtends vroeg zijn ze nog koud en vliegen de vlinders nog niet. Als de zon hoger komt, gaan ze zich opwarmen en dan zie je opeens overal vlinders met gespreide vleugels zitten. Dat duurt maar even, als ze opgewarmd zijn vliegen ze weg en zijn ze moeilijk te fotograferen.
  • Met gesloten vleugels zijn de heideblauwtjes ook mooi, ze hebben een fraai getekende onderkant met oranje vlekken.
  • Vermijd volle zon, daar krijg je vaak te harde contrasten van. Ochtend- en avondlicht is zachter en warmer van kleur.
  • Probeer de vlinder te fotograferen als hij in de schaduw zit. Eventueel kun je zelf schaduw maken met een diffusiescherm of je eigen lichaam. Zet het diafragma 1-2 stops open. Je krijgt dan de vlinder goed belicht met een mooie pastelachtige vage achtergrond (met macrolens).
  • Fotografeer niet alleen close-up, plaats de vlinder ook eens in een ruimtelijk compositie. Makkelijker om te fotograferen en het geeft vaak een verrassend mooi beeld.
Met tegenlicht kun je de contouren van vlinder en bloemen uitlichten. Fotograaf: Judith Borremans

Verspreidingskaart

Nederland

België

Meer weten?

Vlinderstichting

Voorbeelden op Nederpix

Mijn eerste heideblauwtjes van het jaar

Fotografie:

Judith Borremans in beeld

Judith Borremans

 

En dan nog dit!

De rups is aantrekkelijk voor mieren, met name voor de zwarte wegmier en de akkermier. Soms wachten de mieren bij een eitje tot de rups eruit kruipt. In de huid van de rups liggen een groot aantal klierwratjes en nabij de achterlijfspunt bevindt zich de rugklier, het orgaan van Newcomer, die een zoete stroperige vloeistof afscheidt. Daarnaast kan de rups tentakels uitstulpen, die ook nabij het achterlijfsuiteinde liggen. De mier reageert daarop met een agressieve opgewondenheid. De rups stulpt deze tentakels dan ook uit als hij onraad bespeurt, waarna de mier hem beschermt. Vaak wordt de rups meegenomen naar het mierennest of zwerft hij uit zichzelf daarheen. In het laatste geval wordt de rups alleen geaccepteerd als hij reeds door mieren is bezocht: rupsen die nooit zijn bezocht worden in het nest aangevallen. Geaccepteerde rupsen verpoppen zich in de buitenste nestgangen. Rupsen die niet zijn meegenomen, verpoppen doorgaans in de grond. Ook poppen zijn aantrekkelijk voor mieren. Wanneer de vlinder uitkomt, zijn de mieren niet agressief. Sterker nog: soms lijken ze ook de vlinder tegen vijanden te beschermen (bron: Vlinderstichting).

Deel dit artikel


6
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Door Monique op 4 juli 2019 om 07:08

    Beste Ron, een waarschuwing voor habitatverstoring is hier wel op zijn plaats voor dit schaars voorkomende vlindertje. Fotografeer alleen vanaf het pad en loop niet tussen de heidestruiken!

    1. Door Ron Poot op 4 juli 2019 om 23:01

      Mee eens, heb ik onder het kopje Kwetsbaarheid ook benoemd. Groet, Ron

      1. Door Monique op 5 juli 2019 om 18:16

        Dat kopje kwetsbaarheid is denk ik niet mee genomen bij de publicatie?

        1. Door Ron Poot op 6 juli 2019 om 08:51

          Jawel hoor, het artikel is na publicatie niet meer aangepast.

          1. Door Noortje Russel op 6 juli 2019 om 11:13

            Ik snap de verwarring van Monique. Waarschijnlijk heb je in de lopende tekst gezocht? Maar het stukje over de kwetsbaarheid staat rechts naast de eerste foto, in de grijze balk.

          2. Door Monique op 7 juli 2019 om 09:22

            Oh dat is op de mobiele versie (althans op mijn telefoon niet zichtbaar). Dat verklaart het. Sorry

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *