Geschiedenis van de kiezelsprinkhaan in Nederland
De eerste ontdekking van de soort was in 2010 op een spoorwegemplacement in Rotterdam. Een ongebruikelijke plek voor een nieuwe ‘zuidelijke’ soort in Nederland. Gelijk gingen enthousiaste sprinkhaan-onderzoekers op zoek naar andere vergelijkbare plekken in ons land. En op een aantal andere plaatsen rondom spoorstations werden ook populaties aangetroffen o.a. op de Maasvlakte en op spoorterreinen bij Arnhem, Molenhoek en Rotterdam.

Hoe de kiezelsprinkhaan op de terreinen bij spoorstations is terecht gekomen blijft gissen. Het is een zuidelijke- en warmte minnende soort. De aanname is dat de verspreiding vanuit het zuiden via het spoornetwerk lijkt te lopen. In Duitsland en België werd hetzelfde ontdekt. Waarschijnlijk doordat eitjes, nimfen of volwassen dieren zijn meegelift op treinen met zand- en grindtransport. En daarna op de terreinen bij het spoor een goede omgeving vonden op grote kale terreinen met veel grind. Daar zijn populaties ontstaan, want hun ideale leefomgeving is een droge warme bodem met veel grind .
De kiezelsprinkhaan is een goede vlieger en kan zich ook op een geleidelijke wijze naar het noorden hebben verspreid. Zoals met andere zuidelijke soorten.

De kiezelsprinkhaan heeft sindsdien vaste voet hier aan de grond gekregen en leeft inmiddels op meer plekken in Noordwest-Europa. Op dit moment is de kiezelsprinkhaan in Nederland en België nog zeldzaam, maar kan zich op geschikte terreinen zeker uitbreiden. Het zijn planteneters en als er maar een beetje groene vegetatie is, lijkt het al genoeg. De warmere zomers en koele winters spelen waarschijnlijk ook een rol.
Het is in elk geval een sprinkhaan met een bijzondere ontstaansgeschiedenis in ons land.

Kenmerk kiezelsprinkhaan
De kiezelsprinkhaan is een vrij grote grijze tot bruine veldsprinkhaan met donkere banden en vlekken op de vleugels en poten. In zijaanzicht is de kop hoger dan het vrij platte halsschild. De achtervleugel is lichtblauw en wordt naar de achterband doorzichtig. De vleugels zijn opvallend lang bij volwassen dieren. De sprieten zijn vaak licht en donker geblokt. Je ziet ze dus op droge en warme terreinen met zand en kiezels. In Zuid-Europa kun je ze treffen op droge terreinen en op grindranden bij droge rivierbeddingen.
Overeenkomst met blauwvleugelsprinkhaan
De kiezelsprinkhaan lijkt op de blauwvleugelsprinkhaan. Er zijn kleine verschillen bij het halsschild en bij de kiel op de poot. De sprieten bij de blauwvleugelsprinkhaan zijn eenkleurig.

De blauwvleugelsprinkhaan is inmiddels meer algemeen in het zuidoosten en oosten van Nederland. Maar deze leeft bij voorkeur op zand en is in de duinen en op droge zandgebieden (bijv. op de Veluwe) heel goed te vinden.



* Geraadpleegde literatuur: Nieuwkomer op het spoor: de kiezelsprinkhaan Sphingonotus caerulans in Nederland. Mark Grutters e.a. (artikel Nederlandse Faunistische Mededelingen 34)











