HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Kikkerdril

Kikkerdril is een verzamelnaam voor eiklompen van kikkers. In praktijk hebben we het meestal over de eieren van de bruine kikker. Deze is tenslotte veruit het meest algemeen. Maar de eitjes van de heikikker ziet er hetzelfde uit. Ze kunnen ook samen voorkomen. Beide bestaan uit een grote verzameling eitjes die omhuld zijn door een glazige laag gelei en de kern is vrijwel zwart.

Kikkerdril
Kikkerdril gefotografeerd vanuit een zeer laag standpunt met een telelens in tegenlicht. Fotograaf: Paul van Hoof
Delen

Er zijn ook verschillen tussen beide soorten. Het kikkerdril van de heikikker is compacter en steviger en blijft vaak aanwezig als afzonderlijke klompen. De eiklompen van bruine kikker zijn alleen in het begin stevig: na verloop van tijd zakken ze uit. Ze steken niet meer boven het water uit en smelten samen tot een groot plakkaat kikkerdril.

Ook groene kikkers kunnen voor kikkerdril zorgen. Ze leggen hun eitjes wat later in het jaar, omstreeks mei. De klompen liggen afzonderlijk van elkaar, vaak net onder water en hebben geelbruine kernen.

In het vroege voorjaar vind de eiafzet plaats van bruine kikkers en heikikkers. Dat gebeurt in koren. De mannetjes zoeken warme plekken op in het water en beginnen te kwaken. Andere mannetjes sluiten zich aan en er ontstaat een koor dat vrouwtjes aantrekt. Dat is meteen de verklaring dat alle eiklompen bij elkaar worden afgezet.

In het begin als de eiklompen nog stevig zijn vormen ze ‘ballen’ die soms deels boven water uit steken. Later wordt de gelei slapper.

De embryo’s zijn duidelijk zichtbaar. Recht van boven gefotografeerd voor maximale scherptediepte.
De embryo’s zijn duidelijk zichtbaar. Recht van boven gefotografeerd voor maximale scherptediepte. Fotograaf: Paul van Hoof

De ontwikkeling van de eitjes gaat vrij snel. Omdat de eitjes vrij groot zijn, zijn de celdelingen zichtbaar. Na enkele dagen zijn de eikernen al niet rond meer en nog wat later zijn de embryo’s herkenbaar. Ongeveer twee weken na de eiafzet komen de eitjes uit. De donkerbruine larven blijven nog een tijdje op de eiklompen liggen alvorens ze weg zwemmen en zich over het water verspreiden.

Gedurende de ontwikkeling verandert het kikkerdril dus sterk. De timing is daarom belangrijk, zeker als je verse eiklompen wilt fotograferen. Vaak is het zo dat ondanks verschillende weersomstandigheden de timing niet veel verschilt tussen verschillende jaren.

Wel zijn er sterke verschillen tussen verschillende plekken in dezelfde regio. Er kan veel verschil zijn tussen een ondiepe, zonnig gelegen sloot in een weiland of een beschaduwde bospoel. Ook hoogte heeft een sterke invloed.

Daarnaast zijn er sterke verschillen van zuid naar noord. De eerste eiklompen in Zuid-Limburg kunnen zomaar twee weken eerder zijn dan in Friesland.

Nog iets later zijn de eitjes uitgekomen en liggen de jonge larfjes boven op de kikkerdril.
Nog iets later zijn de eitjes uitgekomen en liggen de jonge larfjes boven op de kikkerdril. Fotograaf: Paul van Hoof

Fototips

Fotografisch biedt kikkerdril veel mogelijkheden.

Allereerst in het leuk om een grotere hoeveelheid kikkerdril in het landschap te plaatsten. Dat werkt aan twee kanten. Je landschapsfoto krijgt een interessante voorgrond en het kikkerdril wordt in zijn context geplaatst.

Probeer het dril zo dicht mogelijk in de voorgrond te krijgen. Zo wordt het relatief groot. Gebruik een zo klein mogelijk brandpunt en zo veel mogelijk scherptediepte. Zo wordt het landschap het duidelijkst.

Dan kun je je focussen op de eiklompen zelf. Overzichtfoto’s, close-ups, alles kan.

Fotografeer je recht van boven dan kun je veel scherpte creëren: een vlak vol eitjes. Zoek naar een mooie compositie van eikompen of van de eitjes zelf. Gebruik wel een statief, want het kikkerdril is vaak donkerder dan je denkt, waardoor de sluitertijden vrij lang kunnen zijn.

Als eitjes (hier heikikker) worden afgezet in bruin veenwater, zuigen ze daarmee vol en kleurt de gelei.
Als eitjes (hier heikikker) worden afgezet in bruin veenwater, zuigen ze daarmee vol en kleurt de gelei. Fotograaf: Paul van Hoof

Een andere optie is om juist een laag standpunt in te nemen. Hoe lager hoe beter. Dus gebruik een hoekzoeker of het opklapbaar schermpje van de camera. Een plastic vuilniszak op de grond is handig om op te zitten. Zoek een mooie klomp ei uit en focus daar op. Gebruik weinig scherptediepte om de andere klompen onscherp te maken. Om dit effect te versterken kun je het beste een telelens gebruiken.

Let ook op het licht. Doordat het allemaal kleine bolletjes zijn kan zonlicht flink reflecteren. Ook witte luchten kunnen hinderlijk zijn. Tegenlicht kan erg mooi zijn, met name als de zon wat lager staat.

Kom je vaker terug op dezelfde plek, dan kun je de ontwikkeling van het kikkerdril en de groeiende larven volgen. Als de larven pas uitgekomen zijn, liggen ze nog enige tijd op het kikkerdril. Ook dat vormt een mooi onderwerp.

Verspreidingskaart

Verspreiding bruine kikker

Meer weten?

RAVON – bruine kikker

En dan nog dit!

De eitjes worden afgezet als een kluwen kleine balletjes. Dat zijn de kernen van de eitjes. In de uren daarna zuigen de eitjes zich vol met water, dan wordt de laag gelei rond de eitjes gevormd en ontstaat de eiklomp zoals we die kennen.

Deel dit artikel


1
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Wat een geweldige platen zeg. Dit is inspiratie! Zowel stuk als foto’s.

    grt,

    Chris.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *