De kleine tanglibel is een bekende libellensoort van vakanties in de zuidelijke Europese landen. Op plekken bij snelstromende stenige beekjes en riviertjes zie je ze bijna altijd. Vooral op droge stenen in of naast het riviertje.
Die ondiepe riviertjes en beken met een zandige- en grindbodem hebben we in Nederland maar heel weinig. De libel is daardoor in Nederland heel zeldzaam. In de Ardennen in België en Luxemburg, waar je die stroompjes wel hebt, is de kleine tanglibel vrij algemeen.

Je ziet hem in Zuid-Limburg bij de Grensmaas en kleinere zijrivieren zoals de Roer, de Swalm, de Worm en de Geul. Op plekken met een stenige kiezelbodem heeft de libel de laatste jaren voet aan de grond gekregen. Het aantal is groeiende, maar grotere uitbereiding valt in Nederland buiten Limburg niet te verwachten, omdat de juiste leefomgeving voor de soort ontbreekt. De toename komt waarschijnlijk door de betere waterkwaliteit. Het opwarmende klimaat speelt wellicht minder een rol, omdat de kleine tanglibel door heel Europa voorkomt tot zelfs in Scandinavië.

Kenmerken
De libel dankt zijn naam aan de grote tangvormige aanhangsels aan het achterlijf van het mannetje. Het is een vrij kleine libel met een geel-zwarte tekening op het gehele lijf. De groenige ogen staan ver uit elkaar en de tekening op het borststuk met golvende zwarte strepen is kenmerkend. Bij het mannetje is het achterlijf iets knotsvormig verdikt met op het einde drie indrukwekkende tangen. Het vrouwtje heeft een normaal achterlijf met een mooi patroon met gele en zwarte vlekken zonder tang. De functie van de tang is om het vrouwtje goed vast te kunnen pakken voor de paring.


Door die opvallende tang van het mannetje is de libel niet te verwarren met andere soorten in Nederland. De kleine tanglibel lijkt sterk op de grote tanglibel, maar deze zie je alleen in Zuidwest- Europa.
Omgeving en gedrag
Ze hebben een voorkeur voor rivieren en stromen met een natuurlijke loop, met afwisseling van snelstromende en rustige zones en grindstranden. Dit is de ideale omgeving voor de larven om op diepere plekken te kunnen leven. Die larven leven wel drie jaar onder water, vaak verscholen in het zand.
Tanglibellen zijn echte ‘zitters’ en brengen veel tijd door op de grond of in de vegetatie. Op de randen en strandjes zie je vaak de mannetjes op de stenen. Vanaf hun uitkijkpost op een steen maken ze vluchten over het water om andere libellen te verjagen of om vrouwtjes te zoeken. Soms zie je de mannetjes in een heel karakteristieke houding op de stenen, met de tang een stukje omhoog. Die strandjes zijn de beste fotoplekken om ze te vinden.

Rondom de riviertjes worden ze ook verder van het water af waargenomen, zoals op zonnige bospaden waar ze prima kunnen jagen. Vrouwtjes kun je daar beter vinden, is mijn ervaring. Jonge vrouwtjes gaan liever iets verder weg van het water, waar ze meer in rust kunnen rijpen.

















