Het is een fijne tijd om buiten te zijn. Allerlei zangers zijn inmiddels teruggekeerd naar hun broedgebieden in Nederland. Vooral plekken met struweel zijn echte zang-hotspots, waar zelfs ervaren vogelaars in de war kunnen raken door het concert van de grasmus, tuinfluiter, zwartkop en de vogel van vandaag: de kneu.
Kneu
Een kneu door de beplanting, met een teleconverter. Door de beplanting als kader te gebruiken geef je mooie context mee. Fotograaf: Jorrit Verkleij

De kneu is lid van de vinkenfamilie. Als een kneu zich goed laat bekijken, dan is dat ook vrij snel duidelijk te zien aan het ronde kopje en die korte, kegelvormige snavel, waar de vogel zaden mee verzamelt. Qua grootte is de kneu een stuk kleiner dan bijvoorbeeld de vink. Bovendien heeft de kneu een vrij slank postuur, meer zoals een putter, en een behoorlijk lange staart.

De kneu is seksueel dimorfisch, wat wil zeggen dat de geslachten er anders uitzien. Het volwassen mannetje heeft in de broedtijd een prachtig rood ‘baretje’ en een rode borst. De rest van het kopje is grijs. De kaneelbruine rug is egaal en ongetekend. Het vrouwtje mist de rode- en grijze delen, en maakt algeheel een bruinige indruk. Het kopje van het vrouwtje is dan ook bruin. Ook heeft het vrouwtje strepen op de luchtbruine borst en op de donkerder bruine kop en rug. De stuit is bij beide geslachten erg licht.

Kneu
Na het observeren kon ik bij een vaste ‘uitkijkpost’ wachten op een landing. Fotograaf: Jorrit Verkleij

Kneuen zijn ook ontzettend vocaal. In vlucht laten ze vaak twee- of drietonige roepjes horen: te-TIT, te-te-TET. Het herkennen van het roepje vergt enige oefening. De zang is over het algemeen vrij rustig, maar divers, en omvat mooie fluittonen, trillers (bijna groenlingachtig), en ook kortere klanken die meer op het roepje lijken.

Kneutjes broeden in dichte struikgewassen, bijvoorbeeld in duinen, akkers met struiken en heide. Kneuen zijn sociaal. Zelfs in de broedtijd trekken verschillende paartjes graag met elkaar op, en kunnen ze zelfs in dezelfde struik nestjes hebben. Na de broedperiode vormen kneutjes grotere foerageergroepjes. Ook trekt de soort deels weg. De kneuen die bij ons broeden overwinteren bijvoorbeeld in Spanje en Marokko. Wereldwijd is de soort niet bedreigd. Kneuen kan je van zuid-Scandinavië tot aan midden China tegenkomen, afhankelijk van de tijd van het jaar. In Nederland is de soort de vorige eeuw flink achteruitgegaan door het verslechteren van onze duinen, heidevelden en cultuurlandschappen, waardoor de soort nu op de rode lijst staat.

Kneu
De borst van deze mannelijke kneu vertoont al wat rood, maar dat zal in de loop van het seizoen nog meer worden. Fotograaf: Jorrit Verkleij

Fototips

  • Verdiep je in het broedgebied en in de geluidjes van de kneu. Zo vergroot je je kans om ze tegen te komen aanzienlijk.
  • Kneutjes zijn actieve vogeltjes, maar willen nog wel eens op dezelfde plekken stil gaan zitten. Observeer een kneu van een afstandje om het gedragspatroon door te krijgen. Zo kan je later anticiperen op fotomomenten.
  • Kneutjes zitten vaak op struiken. Leuk om die beplanting terug te laten komen op de foto! Zoek naar plekken waar je de struiktakken als kader kunt gebruiken. Zo geef je context mee aan de foto. Zoom indien mogelijk uit, of stap achteruit, om meer beplanting op te nemen voor echte ‘habitat-shots’.
  • Kneutjes zijn kleine vogeltjes. Het is daarom lastig om ze ‘beeldvullend’ op de foto te krijgen. Gebruik het liefst een flinke lens (500mm), een cropsensor en/of een teleconverter, en wees bereid achteraf te bij te snijden. Een bijkomend voordeel is dat je op een respectabele afstand kunt blijven en de dieren minder snel verstoort.
  • Kies je f-stop bewust! Kies niet zomaar voor je laagste f-getal (grootste diafragma), maar denk ook na over extra stops. Door bijvoorbeeld f/8 in plaats van f/6.3 te kiezen, kun je extra structuur aan de beplanting toevoegen. Dat geeft een wat spannender beeld dan als je voor- en achtergrond alleen maar glad zijn. Bij weinig licht kies je wel voor een laag f-getal.
Kneu
Kneutjes komen veel voor in cultuurlandschap. Ik vond het leuk om ook dat menselijke element op de foto te zetten. Fotograaf: Jorrit Verkleij

Leefomgeving

Talrijk in duinen en andere gebieden met dicht, liefst doornig, struikgewas.

Vindtijd

Het hele jaar, maar de grootste kans vanaf april tot en met september in de broedgebieden.

Meer weten?

Bescherming

Wettelijk beschermd

Kwetsbaarheid

Staat op de rode lijst als ‘gevoelig’. Wereldwijd niet bedreigd.

Verspreidingskaart

En dan nog dit!

De Engelse naam van de kneu, ‘common linnet, stamt af van het oude Franse woord ‘linette’, dat lijnzaad aanduid. De kneu houdt namelijk van lijnzaad. De Nederlandse naam is waarschijnlijk onomatopoëtisch; ‘kneu’ is, met enige fantasie, hoe je het roepje van de kneu zou kunnen opschrijven. De soort is dus vernoemd naar het geluid dat hij maakt.

Struiken op de voor- en achtergrond. Hierdoor springt de kneu er mooi uit! Fotograaf: Jorrit Verkleij

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en servicevoorwaarden zijn van toepassing.

Geef een reactie

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en servicevoorwaarden zijn van toepassing.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: