HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Knoflookpad

De knoflookpad komt wat later op gang dan veel andere amfibieën, meestal vanaf begin april. Ze trekken dan naar de wateren toe waar ze onder water een heel zachte roep voortbrengen die klinkt als ‘wok-wok … wok-wok’. De eitjes worden als dikke snoeren om waterplanten heen gewikkeld. Daarna gaan de volwassen dieren het land weer op en laten zich nauwelijks zien.

knoflookpad
Portret van een knoflookpad.
Delen

Overdag leven knoflookpadden ingegraven en alleen ’s nachts met vochtig weer komen ze naar boven. Dat is het beste moment om ze te vinden. Een ander goed moment is de zomer, in juli en augustus. Dan trekken de jonge dieren het land op en zijn ze talrijker dan in de rest van het jaar. Ga dan eens op een warme, natte zomeravond zoeken rond de voortplantingswateren.

De knoflookpad is een pad die veel op een kikker lijkt, hij heeft namelijk een gladde huid. De ogen hebben een verticale pupil. De kleur is grijsbruin met op de rug strepen in de vorm van een pijl. Verder is een grote graafknobbel aan de achterpoten karakteristiek. De knoflookpad is heel moeilijk te vinden. Hij is alleen ’s nachts actief, leeft overdag ingegraven en heeft een heel zachte paarroep. De knoflookpad is een van de meest bedreigde amfibieën van onze regio. De soort is hard achteruit gegaan en veel populaties zijn verdwenen. Sinds 2010 wordt in Nederland gewerkt aan een herintroductieprogramma dat de soort uit het dal moet helpen.

Fototips

Aangezien knoflookpadden tijdens de voortplanting onder water blijven, zijn ze eigenlijk alleen ’s nachts te fotograferen als ze op het land actief zijn. Je bent dan genoodzaakt flitslicht te gebruiken. Gebruik het liefst twee externe flitsers om slagschaduwen te voorkomen. Een flitsdiffusor zorgt voor het verzachten van het licht.

Je kunt ook een ringflitser gebruiken. Een echte ringflitser heeft bij amfibieën als nadeel dat je een lelijke ring in de ogen ziet. Als het dier nat is zie je ook ringvormige reflecties op het lichaam. Mooier zijn dan de zogenaamde twin-light flitsers. Die bestaan uit twee losse flitsers, die afzonderlijk in sterkte te regelen zijn.

Om scherp te kunnen stellen heb je een zaklamp nodig. Ben je met z’n tweeën, kan de ander bijlichten. Anders is het handiger om een hoofdlamp te gebruiken.

Net als de meeste kikkers en padden kan een knoflookpad weg springen bij verstoring. Maar waarschijnlijker is dat hij zich probeert in te graven. Dat doet hij achterwaarts door met zijn achterpoten, waarop grote graafknobbels zitten, heen en weer te schuiven.

Er zijn enkele plekken waar knoflookpadden met andere amfibieën in emmers belanden bij overzetacties. Dat kan een kans zijn om overdag dieren te fotografen, maar de locaties zijn zeldzaam. De bij dit artikel gevoegde foto’s zijn zo genomen.

Verspreidingskaart

Verspreidingskaart op waarneming.nl

Meer weten?

Specifiek informatieblad van RAVON
Beschrijving in het Soortenregister

En dan nog dit!

De knoflookpad heeft de grootste larven van alle Europese amfibieën. De kikkervissen worden zo’n 12 cm lang. In uitzonderingsgevallen kunnen ze zelfs 18 cm bereiken.

De naam van de soort komt van de geur die sommige dieren afscheiden als ze zich bedreigd voelen. Die doet aan knoflook denken. Maar de dieren hebben meer verdedigingstechnieken. Ze kunnen zich groot maken door zich op te richten en zich op te blazen. Werkt dat ook niet om de belager af te schrikken, dan springt hij er met een luide krijs recht op af! Dat verwacht je niet van zo’n onopvallend padje.

Deel dit artikel