HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Krabben, in soorten en maten

Met krabben is er altijd iets te beleven. Het zijn de rovers van de zee. Dood of levend, ze eten alles wat maar enigszins te nassen is: brokkelsterren, vis(jes), schelpdieren, kwallen en… andere krabben.

Krabben, in soorten en maten
De gewone strandkrab aan de maaltijd met een vissenstaart. Fotograaf: Rokus Groeneveld

De éne krab is de andere niet. Je kunt beter van de soortgroep krabben spreken. Het is een van de meest voorkomende dieren onder water. In Nederland en België komen 38 soorten voor.

Krabben behoren tot de orde Decapoda, de tienpotigen. Daar vallen ook de kreeften, heremietkreeften en garnalen onder. Meestal zie je ook tien poten, maar bij sommige krabben zie je maar acht. Dat is de groep van Anomura, die hebben wel tien poten, maar de ‘laatste’ twee zijn meestal kleiner van vorm en verborgen in de kieuwkamer (onder het schild) om te worden gebruikt voor het reinigen van de kieuwen.

Tijdens elke duik kan je krabben zien. Afhankelijk van de soort zijn ze erg schuw tot totaal niet schuw. Ze komen voor op elke diepte en elke habitat. De grootte varieert van ca. één cm. klein, het erwtenkrabbetje, tot de maximaal 30 cm. grote noordzeekrab.

Het glad porseleinkrabbetje is een voorbeeld van de groep Anomura waarbij je maar acht poten ziet. Fotograaf: Rokus Groeneveld

Krabben zie je het hele jaar rond. Maar er is een duidelijke piek in het najaar.  In februari, als het water op zijn koudst is, is de kans het kleinst. Zeker in de Grevelingen.

Paartjes of parende krabben, hoofdzakelijk strandkrab en zwemkrabben, kunnen vooral in het najaar worden aangetroffen, met een piek rond september.

Fototips

  • Afhankelijk van de soort zijn krabben goed tot zeer moeilijk te benaderen. Noordzeekrabben zijn de grootste krabbensoort van Nederland, tot 30 cm. Een groothoeklens is hier, zeker voor de grotere exemplaren en bij slecht zicht, wel handig. Maar noordzeekrabben blijven meestal roerloos zitten.
  • Ook bijvoorbeeld hooiwagenkrabben werken goed mee. Ze vertrouwen op hun camouflage, die meestal bestaat uit sponzen of wieren.
  • Zelf fotografeer ik alleen met een 60 mm. macro. Bij de grotere krabben moet ik dan niet vergeten de flitsers even nog wat verder uit elkaar te zetten om de krab er helemaal goed belicht op te krijgen.
  • Veel andere soorten, zoals de veel voorkomende gewone strandkrab en de fluwelen zwemkrab zijn mobiel, maar goed te benaderen. Alleen als ze buit hebben worden ze schuw, er zijn altijd kapers op de kust. En dan gaan ze rennen. Als dat eenmaal gebeurt kan je het fotograferen verder vergeten.
Fluwelen zwemkrabbetjes, parend. Fotograaf: Rokus Groeneveld
  • Sowieso is het handig om voordat je de dieren benadert eerst alles goed te hebben ingesteld. Zeker bij de schuwe soorten krijg je vaak maar één kans. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Blaasjeskrab en het Ruig krabbetje. Vaak krijg je daarbij zelfs geen kans en zie je hem pas als ‘ie weg schiet.
  • De neiging om weg te kruipen breekt ze heel soms op. De reactie is namelijk van je weg te schieten, tussen het basalt of de schelpen. Met wat geluk kan je soms, door de krab van de juiste kant te benaderen, deze zichzelf ‘klem laten zetten’ in een spleet of hoek van een paar stenen of basalt. Hij komt daar dan in eerste instantie langzaam uit gekropen, om dan ineens alsnog weg te schieten.
  • Er zijn een paar soorten die je vooral vindt door actief op zoek te gaan. Het harig porseleinkrabbetje is daarvan een veel voorkomende. Die vind je eigenlijk alleen door losse oesterschelpen of stenen om te draaien. Dan moet je snel zijn, ze rennen hier vaak onmiddellijk omheen, naar de andere kant. Het helpt daarbij als je je camera met 1 hand kan bedienen. Maar je krijgt heel veel kansen. Het is een van de meest voorkomende soorten.
Harig porseleinkrabbetje Fotograaf: Rokus Groeneveld

Verspreidingskaart

Nederland

België

Meer weten?

Anemoon – krabben

Spelregels over onderwaterleven

Voorbeelden op Nederpix

En dan nog dit!

Krabben doen aan vrouwensjouwen!  Vrouwtjeskrabben zijn namelijk alleen ‘paarbaar’ vlak na het verschalen, voordat de schaal is uitgehard. Dat moment wil een mannetje niet missen. Hij pakt een vrouwtje dat hij tegenkomt en binnenkort gaat verschalen, gewoon op en sleept haar overal mee naar toe. Maar als hij onderweg een groter vrouwtje vindt laat hij haar schieten  en gaat er met zijn nieuwe scharrel vandoor. De paring zelf ten slotte vindt plaats direct na het verschalen plaats, buik aan buik.

Krabben kunnen ook last hebben van het Krabbenzakje. Deze parasiet wordt vooral gevonden op het achterlijf van de gewone strandkrab en zwemkrabben. Omdat ze aan de onderkant zitten worden ze maar zelden gezien.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *