HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Kussentjesmos

Kussentjesmos is onmiskenbaar, de mooie ronde kussentjes op de bosgrond herken je meteen. En geeft meteen een kerstgevoel, want het mos is populair in kerststukjes. Dat is geen uitnodiging om volop dit mos te gaan verzamelen, want zo goed gaat het niet met deze soort. Luchtkwaliteit en achteruitgang van de leefomgeving zijn mogelijke factoren. Laat de fraaie bolletjes maar fijn op hun bosbodem liggen en houdt het bij een foto. Want daar kunnen ze wel tegen.

Kussentjesmos
Kussentjesmos in combinatie met Cladonia. Fotograaf: Ron Poot
Delen

Kussentjesmos groeit vooral in loofbossen op voedselarm humeus zand, zowel op de pleistocene zandgronden als in de duinen. Ook groeit de soort in blauwgraslanden en moerasheiden in de laagveengebieden. De soort komt niet voor in bossen op kalkbodems.

Het is een tweehuizig mos. Dat wil zeggen: je hebt mannetjes- en vrouwtjeskussens. De mannelijke kussentjes zijn vaak kleiner en staan tussen de grotere vrouwelijke in.

Het mos kan goed tegen uitdroging. Vaak vind je hem op plekken waar weinig strooisel ligt: tegen een boomvoet of op een hoger gelegen zandrug. Dat zijn vaak ook de drogere plekken.

De kussens van Leucobryum glaucum groeien slechts langzaam en kunnen zeer oud worden. Sporenkapsels worden slechts zelden gevonden. Dit zeldzame voorkomen wordt wel in verband gebracht met klimaatsfactoren. Kapselvorming zou vooral voorkomen op beschutte plaatsen in gebieden met een hogere neerslag zoals op en rond de Veluwe, maar een sluitende verklaring is dit niet.

De indruk bestaat dat de kussens van Leucobryum thans kleiner blijven dan een eeuw geleden het geval was. Luchtverontreiniging wordt wel verondersteld als oorzaak voor deze afname in grootte, maar bewijzen zijn daar niet voor.

Fototips

Kussentjesmos kan op een geschikte standplaats talrijk voorkomen. Dan zijn ze beeldbepalend in het bos. Met hun karakteristieke bolvorm geven ze het boslandschap een heel eigen cachet. Leuk om vast te leggen. Met een groothoeklens kun je de mossen goed in hun omgeving plaatsen.

Let op de kleurverschillen: de bollen variëren van groen tot blauwachtig. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid vocht die het mos vasthoudt op dat moment.

De bolvormige mossen geven soms mooie patronen op de ondergrond. Bekijk het eens van boven of je hier een interessant wat abstract beeld van kunt maken.

Zoek naar combinaties van kussentjesmos met andere soorten. De bolvorm past vaak leuk met bijvoorbeeld de grillige vormen van een korstmos, losse bladeren, kleine beestjes of andere elementen uit de omgeving.

Let eens op of je sporenkapsels vindt, in het vroege voorjaar. Ze zijn zeldzaam!

 

 

 

Verspreidingskaart

Verspreidingsatlas

Statistieken en verspreiding in Nederland

Verspreiding België

Meer weten?

Wikipedia

 

En dan nog dit!

Kussentjesmossen kunnen heel goed water vasthouden, het zijn net sponzen. Ze hebben dan ook een speciale bouw die het mogelijk maakt water vast te houden. Onder de microscoop kun je het zien: de blaadjes bestaan uit een, twee of drie lagen holle cellen, met daartussen een laagje groene cellen. De holle cellen kunnen zich vullen met water en vormen dan een mooie vochtreserve. Zo overleeft de plant droge perioden. Als de holle cellen met vocht gevuld zijn ziet de plant er fris groen uit. Bij uitdroging is de kleur bleek blauwachtig.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *