HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Melkwitte arkschelp

De streep aan schelpen en schelphelften op het strand oefent op mij altijd een sterke aantrekkingskracht uit. Wat zou er te vinden zijn? Er zijn een aantal soorten schelpen die er in grote getale inzitten, zoals kokkels, grote strandschelpen en zaagjes. De melkwitte arkschelp is één van de verrassingen die daartussen aangetroffen kan worden.

Melkwitte arkschelp
De beperkte scherptediepte leidt het oog naar de schelp. Die is overduidelijk het onderwerp hier. Fotograaf: Mark van Veen
Delen

De melkwitte arkschelp is makkelijk te herkennen als een relatief kleine schelp met een scheef rechthoekige vorm en een slot in de vorm van een reeks knobbels of putjes. Verse exemplaren hebben een wittige of gelige kleur, terwijl fossiele exemplaren bruinig of grijzig zijn. Dat slot is overigens bijzonder, want er zijn niet veel soorten met zo een knobbeltjes/gaatjes-slot. De meeste schelpen hebben een slot dat uit enkele grotere tanden en gaten bestaat.

De schelpen kunnen langs de hele kust gevonden worden. Ze zijn het makkelijkst langs de Zeeuwse kust te vinden, omdat de soort daar ook levend op de zeebodem voorkomt. Daar is de kans op verse exemplaren dan ook het grootst. Meer naar het noorden tref je eigenlijk alleen fossiele exemplaren.

De schelpdieren hechten zich met hechtdraden, byssusdraden genoemd, vast op een harde ondergrond, net zoals mosselen doen. Op rotskusten verder naar het zuiden kun je ze direct op de rotsen vinden. In Nederland leven ze dieper in zee, bijvoorbeeld op scheepswrakken of op bodems met grind. Anders dan mosselen kunnen melkwitte arkschelpen hun byssusdraden losmaken en zich verplaatsen.

Oude fossiele schelpen zijn sterk afgesleten. Omdat de melkwitte arkschelp hier het grootste is, is het duidelijk het onderwerp.
Oude fossiele schelpen zijn sterk afgesleten. Omdat de melkwitte arkschelp hier het grootste is, is het duidelijk het onderwerp. Fotograaf: Mark van Veen

Fototips

Schelpen zijn onbewegelijke objecten en natuurlijke rustpunten voor ons oog, zoals een kop, hebben ze niet. Schelpenfotografie is daarmee stillevenfotografie. De compositie, scherpteverdeling en belichting zijn hierbij van het grootste belang.

De uitdaging bij de compositie is de aandacht op de melkwitte arkschelp te laten vallen zonder dat het beeld saai wordt. Een schelp op een ondergrond van zand zonder andere schelpen wordt namelijk al snel saai. Er valt weinig te ontdekken in het beeld omdat de schelp pontificaal gepresenteerd wordt. Door zorgvuldig meer elementen in de foto op te nemen kun je het beeld minder saai maken. Die elementen hoeven geen andere schelpen te zijn, maar bjivoorbeeld zeewier, hout of patronen in het zand. Tegelijk blijft het de uitdaging de aandacht goed te focussen.

Door met de scherptediepte en scherpteverdeling te spelen kan het beeld spannender gemaakt worden. Een optie is een karakteristiek detail van de schelp naar voren te halen. Dat kan met het bijzonder slot bijvoorbeeld, waarbij de herhaling van knobbels of putjes een aanknopingspunt biedt.

Tenslotte bepaalt de belichting hoe details zichtbaar zijn en hoe de struktuur van de schelp over gaat komen. Hard licht met scherpe schaduwen doet de structuur geen eer aan. Het is aan te bevelen met een laagstaande zon of met bewolkt weer te fotograferen. Door het licht schuin van achter te laten komen worden de details zichtbaar en kan het licht de structuur van de schelp ‘tekenen’.

Verspreidingskaart

Vondsten

Meer weten?

Wikipedia over stillevens

Determinatie

Soortinformatie

Wiki informatie

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *