Giftige schoonheden
De sint-jansvlinder is een overdag actieve nachtvlinder. Hij hoort dus bij de nachtvlinders, maar is vooral overdag actief. De sint-jansvlinder is familie van de bloeddrupjes (Zygaenidae) en is zwart van grondkleur en heeft zes opvallende rode stippen op de vleugels. In het buitenland komen ook sint-jansvlinders voor met meer oranje of gele stippen.
De sint-jakobsvlinder is lid van een andere familie, de spinneruilen, en heeft een rode vlek en een rode streep op de donkere vleugels. De achtervleugel, die je pas ziet als de vlinder gaat vliegen, is bij beide vlinders ook fel rood.

Naast het verschil in rode tekening op de vleugel is er ook een verschil in waardplanten. De waardplanten van de sint-jansvlinder zijn voornamelijk soorten rolklaver. Je vindt de sint-jansvlinders dan ook vooral in duingebieden, graslanden en wegbermen. De waardplant van de sint-jacobsvlinder is het jakobskruiskruid. Dit jacobskruiskruid was vroeger vooral aanwezig in de duinen, maar verspreidt zich steeds meer over het land. En daarmee verspreiden ook de sint-jacobsvlinders zich steeds meer.

Jacobskruiskruid bevat giftige stoffen die ernstige en onomkeerbare leverschade kunnen veroorzaken, vooral bij runderen en paarden, maar ook bij schapen en geiten. Vergiftiging ontstaat meestal door langdurige opname van kleine hoeveelheden van de plant. Hoewel de plant van nature een bittere smaak en geur heeft waardoor dieren ze meestal vermijden, verandert dit wanneer het kruid terechtkomt in ruwvoeders zoals aangekocht of zelfgemaakt hooi, gemaaid gras of gekuild gras. De giftige stoffen blijven actief, maar de bittere smaak verdwijnt, waardoor dieren de plant niet meer herkennen en de kans op opname en vergiftiging sterk toeneemt.
De rupsen van de sint-jacobsvlinders slaan de giftige stoffen op en scheiden die uit wanneer ze aangevallen worden. Hoewel ze met hun zwart-oranje strepen zeer opvallend zijn, worden ze dan ook weinig gegeten. Ook de rupsen van de sint-jansvlinder zijn giftig, maar zijn groen-zwart van kleur. Het rood en zwart van de sint-jansvlinder en het geel met zwart van de rups zijn bekende waarschuwingskleuren. Ze waarschuwen daarmee dat ze giftig zijn voor predatoren. Als ze toch bedreigd worden, persen ze uit hun pootgewrichten en tussen hun segmenten druppels stinkend vocht naar buiten, waarin blauwzuurachtige stoffen zitten.

Zowel de sint-jansvlinder als de sint-jacobsvlinder komen in het hele land voor, maar hebben hun grootste dichtheid in de duinen.
De vliegperiode van de sint-jansvlinder start eind mei en loopt tot eind augustus. Dan bezoeken de vlinders bloemen van onder andere distels en gaan ze natuurlijk op zoek naar een partner. De rupsen zijn aanwezig van eind augustus tot eind mei. Soms overwintert een rups tweemaal.
De basiskleur van de vleugels lijkt zwart, maar in het zonlicht verandert de kleur afhankelijk van de lichtval naar groen of blauw. Dat maakt de vlinder nog fotogenieker.













