HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Wespspin

De naam ‘wesp(en)spin’ of ‘tijgerspin’ heeft alles te maken met het uiterlijk. Maar de spin kan niet steken en de beet is ongevaarlijk voor mensen. De naam is vooral te danken aan het relatief grote vrouwtje. Ze heeft een zwart achterlijf met heldere gele, witte en diepzwarte grillige banden. De buikzijde van het achterlijf heeft twee gele strepen in de lengterichting. Het kopborststuk is zilverachtig behaard en de poten zijn duidelijk bruinzwart met geelgrijs gebandeerd. Ondersteboven zittend in het web valt de spin daardoor goed op, maar wordt door veel vijanden juist met rust gelaten vanwege het wesp-achtige uiterlijk. De wespspin is één van de grootste Europese spinnen. Vrouwtjes worden ongeveer 15 millimeter lang. Mannetjes zijn dofbruin en veel kleiner en worden maximaal 5 millimeter.

Wespspin
Vanuit kikkerperspectief met wolkenlucht en licht ingeflitst. Duidelijk te zien is de ingesponnen favoriete prooi. Fotograaf: Bart Stornebrink
Delen

Het mannetje van deze soort kan hooguit twee keer paren omdat hij bij het paren een van zijn twee genitaliën in het vrouwtje laat zitten. Dat verkleint de kans dat andere mannetjes zich succesvol kunnen voortplanten met het vrouwtje. Mannetjes weten een onsuccesvolle bevruchting te vermijden door een maagdelijk vrouwtje te verkiezen. Zo’n vrouwtje scheidt een specifiek feromoon uit dat opgepikt wordt door mannetjes. Het mannetje wordt echter na de paring vrijwel altijd ingesponnen en later opgegeten door het vrouwtje zodat een tweede paring eerder uitzonderlijk is. Hij dient het vrouwtje tot voeding, wat de ontwikkeling van zijn nageslacht ten goede komt. Als het mannetje geluk heeft is het vrouwtje pas verveld, dan zijn haar kaken nog zacht en maakt hij de grootste kans om te paren zonder opgegeten te worden voor zijn sperma is afgegeven. Een mannetje leeft in ieder geval aanzienlijk korter; nadat hij volwassen is slechts enkele dagen. Ongeveer een maand na de paring, rond augustus, worden de eitjes afgezet in een relatief grote, gelige eicocon. Een cocon bevat honderden eitjes en wordt door het vrouwtje bewaakt tot ze sterft. Ongeveer een maand nadat de cocon is gesponnen komen de jonge spinnetjes uit het ei, maar verlaten de cocon pas in maart van het volgende jaar. Gedurende de winter kunnen de donker gestreepte eicocons worden aangetroffen, ze zijn moeilijk over het hoofd te zien omdat ze zo groot zijn als een golfbal en meestal tussen grashalmen of struiken worden opgehangen.

De wespspin richt zich vooral op springende en laagvliegende prooien zoals sprinkhanen, libellen en kevers, die tussen de grassen leven. Deze dieren zijn ook wat groter, andere spinnen vangen liever wat kleinere prooien als vliegen en muggen. Vijanden van de spin zijn voornamelijk vogels, ze pakken vooral de jonge spinnetjes of de eicocon, de volwassen vrouwtjes worden waarschijnlijk met rust gelaten.

Een detailopname van het 'stabilement'. Speculaties waar deze nou echt voor dient. Net de pootjes er nog op maakt het wat levendiger.
Een detailopname van het ‘stabilement’. Speculaties waar deze nou echt voor dient. Net de pootjes er nog op maakt het wat levendiger. Fotograaf: Bart Stornebrink

De wespspin hangt altijd ondersteboven in het wielweb, dat te herkennen is aan de twee extra zigzag matjes die straalsgewijs vanuit het centrum zijn aangebracht. Deze worden het stabilement genoemd. De exacte functie hiervan is niet precies bekend; zo zouden de witte banden insecten aantrekken door uv-licht te weerkaatsen, ook is geopperd dat door het stabilement het web zichtbaarder is voor grotere landdieren, die er minder snel doorheen lopen en het web vernielen. Het stevige web kost de spin meer moeite om te bouwen dan soorten zonder stabilement. Als een te zware prooi in het web terechtkomt, bijt de spin snel de draden door zodat de prooi niet het hele web vernielt. Het web wordt vanwege de voorkeur voor sprinkhanen dicht boven de grond tussen grashalmen en stengels gespannen.
Al zal ze zowat alles grijpen wat in de sterke, kleverige draden van haar web blijft vasthangen. Dat kunnen grote en sterke prooien zijn, zoals hommels of zelfs libellen. De spin gaat dan snel over tot actie en begint met het inwikkelen van de prooi. Hierbij gebruikt ze opvallend veel spinnendraad en al snel is de prooi stevig verpakt in een dikke laag wit spinsel. Om het werk af te maken dient de wespspin een gifbeet toe.

De wespspin komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied, maar heeft zich verspreid naar het noorden tot in Noorwegen en komt in grote delen van Europa voor, ook in Nederland en België, zij het niet in grote aantallen. Zelfs in Groot-Brittannië wordt de spin sinds de jaren 2000 aangetroffen, terwijl de Noordzee voor veel dieren een grote barrière is. Met name op zonnige plekken is deze spin te vinden. In Nederland was deze soort vrij zeldzaam, ze werd pas in 1980 ontdekt in Limburg. De laatste jaren rukt de spin op naar het noorden, mogelijk door de warmere zomers als gevolg van de klimaatsverandering. De spin is nu in alle Nederlandse provincies gezien en ook op een aantal Waddeneilanden. Met name wat open plaatsen als graslanden en heidevelden zijn een geschikte biotoop.

Klassieke opname met zachte achtergrond en alle detials komen in dit geval tot hun recht. De perfecte registratieplaat.
Klassieke opname met zachte achtergrond en alle details komen in dit geval tot hun recht. De perfecte registratieplaat. Fotograaf: Bart Stornebrink

Fototips

Tips die algemeen voor spinnen (of insecten) gelden zijn:

  • Kantel je sensorvlak net zolang tot je parallel bent aan het lijf met de poten
  • Maak ALTIJD een diafragma trapje. Afhankelijk van je soort objectief tussen de f5,6 en f10
  • De spin juist niet overal scherp, geeft ook diepte en spanning in je foto – spinnen zichtbaar in hun biotoop fotograferen is vaak spannender dan de spin netjes in het kadertje
  • Benader een spin (en dat geldt voor alle overige levende macro onderwerpen) altijd op ooghoogte en met de lens voor je gezicht met één oog dicht. Je bent dan een mindere bedreiging dan met twee wijd open gesperde ogen van bovenaf
  • Beweeg altijd traag met het dier mee
  • Als je eenmaal een bent met je onderwerp, varieer dan veel in je standpunt; Laag, hoog, voor, achter van boven, van onder, uitgezoomd, ingezoomd, veel scherptediepte en heel weinig. Overbelichten en onderbelichten. Maak echt alles. Thuis zie je dan wel welk effect het beste resultaat oplevert
  • Gebruik de standen continue focus (AI servo of AF-C), meervoudige beelden (burst) en een enkelvoudig scherpstelpunt.
  • Knip ook eens wat storende sprieten weg achter het web, zodat je beeld wat rustiger wordt. De spin is niet schuw en zal blijven zitten. En het verhoogt ook nog eens zijn kans op invliegende prooien.

Verspreidingskaart

Verspreidingskaart en statistieken

Meer weten?

Wikipedia

Waarneming soort-info

EIS Nederland

 

En dan nog dit!

De spin weeft meestal laag in het gras of tussen kruiden haar wielweb. Als je haar niet stoort zal ze meestal in het centrum van dat web zitten wachten tot er een prooi in belandt. Als je haar met een grassprietje aanraakt terwijl ze in haar web zit, zal ze vaak hevig beginnen te schudden. Dat is een verdedigingsmiddel dat wel meer spinnen toepassen. Op die manier zijn ze moeilijker te grijpen door aanvallers.

Deel dit artikel


2
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Door Margret Coenen-van Steen op 14 augustus 2017 om 14:42

    Deze spin gisteren in tuin op ESP Eindhoven. Ook het mannetje! Fotogemaakt

  2. Door roel pannekoek op 20 juli 2016 om 11:57

    Wat een zinloos bestaan als Tijgerspinman…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *